tamtamafrikan

tamtamafrikan

Onze Blog

Wilde en andere avonturen op onze rondreis door West-Afrika.

België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauretanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Mali, Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Nigeria, Niger, Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Marokko, Frankrijk, België

Slaven en ander hondenleven

GhanaPosted by gert Sat, March 14, 2009 12:45:26
Tijd dat ik, Gert, nog eens een stukje schrijf. Waarom dat zal straks wel duidelijk worden. Maar om de trouwe lezer toch het genot van een historische noot van Veerle niet te onthouden laat ik Veerle het stukje over Cape Coast schrijven…


Na een heerlijk luilekkerleventje aan het strand, snakte ik naar wat cultuur. Cape Coast is dan een fantastische plek om naar toe te trekken.
Alex reed met ons mee. De vrouwen van de guesthouse waar we mogen logeren, informeren onmiddellijk wie er met mij getrouwd is, om zo al hun charmes op Alex te kunnen richten.
Alex was al eens in Cape Coast geweest en nam ons op sleeptouw. De stad bevalt me. Niet te groot, het dagelijkse leven gaat zijn gangetje op straat, we worden nooit lastig gevallen, tof! De bouwstijl is een mengelmoes van Victoriaanse koloniale gebouwen tot moderne en krakkemikkige Afrikaanse huizen. We ontdekken dé Ghanese take away, fried rice and chicken, die we daarna nog veel zullen eten, want superlekker en spotgoedkoop, 1 euro.
Het allerbelangrijkste te bezoeken is uiteraard Cape Coast Castle. Dit stond al op mijn verlanglijstje toen ik thuis vertrok. En het is de moeite, adembenemend, niet mooi, maar pakkend… Cape Coast Castle is een oud slavenfort, eerst van de Nederlanders, daarna overgenomen door de Engelsen. Honderden slaven wachtten hier op hun bootticket naar de Nieuwe Wereld.
Een gids neemt ons mee naar de kerker voor de mannen, een hol met drie piepkleine lucht/lichtgaten naar buiten toe en een kijkgat voor de soldaten. Die kwamen immers nooit beneden. De huisslaven brachten eten en water. We staan in de kerker en de gids wijst naar markeringen op de muur, zo’n 80 cm boven de grond. ‘UNESCO heeft hier gegraven op zoek naar de ‘echte’ stenen vloer. Waar u nu op staat, zijn versteende uitwerpselen, braaksel en bloed van de mensen die hier gevangen zaten.’ Slik. Stilte. ‘Ze zaten hier geketend met honderden. Soms maanden wachtend op een schip.’
In de vrouwenkerker hetzelfde verhaal. ‘De vrouwen die baby’s hadden, smeten ze te pletter tegen de muur, om hun een slavenleven te besparen.’ Ik krijg een krop in mijn keel. Een vrouw in ons groepje begint te wenen.
Wie probeerde te ontsnappen, kwam terecht in een cel, zonder luchtgaten, zonder eten, zonder water, een langzame dood dus. Wanhopige krassen van nagels in de muur en de vloer zijn nog steeds te zien.
Wie deze nachtmerrie overleefde, stapte door de ‘door of no return’. Deze deur kwam op zee uit. Met een pirogue werden de slaven naar een schip gebracht. In de jaren ‘90 hebben nakomelingen van voormalige slaven hun twee voorouders in Amerika opgegraven, per schip naar Cape Coast gebracht en hen terug voet aan wal in Afrika laten zetten door de ‘door of no return’. Sindsdien hangt er aan de zeekant van de deur een plakaatje ‘door of return’. De twee voorouders liggen nu begraven in Afrika. Ze zijn terug thuis.
Ons groepje bestaat uit twee blanken (wij) en vier zwarten. Wat er door mijn hoofd gaat: ‘Kijken ze af en toe beschuldigend naar ons? Nee, ik denk het niet. Hey, wij zijn trouwens Belgen! Oh ja…Congo…niet veel beter dus…’
Op het einde neemt de gids ons mee naar een herdenkingsplaat:

‘In everlasting memory
of the anguish of our ancestors
may those who died rest in peace
may those who return find their roots
may humanity never again perpetrate
such injustice against humanity
we, the living, vow to uphold this’


Dit is een verontschuldiging in naam van de chiefs van verschillende stamen. Zij waren het immers die hun eigen mensen verkochten. Het beeld dat de blanken de bush in gingen om slaven te vangen, klopt niet. Zij konden de bush niet ingaan in die tijd. Veel te gevaarlijk, ziektes,… Nee, de chiefs ruilden hun mensen voor wapens enzo. Voor de Europeanen kwamen, deden ze al in mensenhandel met de Arabieren en daarvoor met de Romeinen. Niemand is onschuldig. Het is echter nog maar recentelijk dat dit openlijk toegegeven wordt in het museum.
‘May those who return find their roots’ blijkt zeer moeilijk te zijn. Deze mensen worden bezien als rijke obruni (=blanke) en ondergaan hetzelfde lot als elke gewone toerist. Het warme welkom thuis, waarop ze gehoopt hadden, is er niet…
‘May humanity never again perpetrate such injustice against humanity’ …tja…

Een historische noot voor de liefhebbers:
In 1471 belanden de Portugezen als eerste in het toen nog kleine vissersdorp. Ze dopen het Cabo Corso (=Korte Kaap), vandaar de huidige naam, Cape Coast.
In 1555 komen de Britten ook al eens langs, maar ze bezetten het nog niet. De chief die ze er toen aantroffen, heette Don Juan ☺
In de 17de eeuw gaat Cape Coast over in verschillende handen: Portugezen, Zweden, Denen en tenslotte de Nederlanders. Nederland was toen absoluut dominant in de hele streek, de Golden Coast. Tot in 1664-5 de grote Anglo-Dutch war. De Britten wonnen. Vanaf dan wordt Cape Coast het Brits hoofdkwartier van hun gouden kust.
In de late 17de eeuw groeit Cape Coast uit tot de grootste handelshaven in die tijd langs deze kust.
Cape Coast was de link tussen de Europese handel op zee en de landelijke routes door de Sahel.
In de 18de eeuw is het het hart van de trans-Atlantische slavenhandel. Tot in 1807 wanneer slavenhandel verboden wordt door het Britse parlement.
In 1877 wordt de belangrijke rol van Cape Coast overgenomen door Accra.
Interessant is te zien dat al de kanonnen gericht zijn naar de zee. Er is geen enkele verdediging naar het binnenland toe. Dat was niet nodig, er was geen probleem met de locale bevolking, hoe gek het ook mag klinken. Het gevaar kwam enkel van andere Europese machten.
Op de binnenkoer van Cape Coast Castle liggen vier mensen begraven, waaronder de eerste zwarte christelijke priester. Hij krijgt een aparte omheining van het museum, omdat hij zwart was. De anderen zijn dus blanken, waaronder Letitia Elizabeth Landon en haar man. Letitia kwam haar man bezoeken in het verre Afrika, ontdekte dat hij een zwarte minnares had en pleegde zelfmoord door uit het raam te springen van het kasteel.

(Veerle)


Accra binnenrijden doet me denken aan Dakar, maar dan in ‘t klein. Om de enkele kilometer is er wel een rotonde of een brug over de ringroad die ons op het juiste pad houdt. Héél druk, een beetje rodeorijden. Na veel aanschuiven in het verkeerde rijvak komen we aan op post 1, de Ambasade van Togo. Hier in Accra willen we ons wapenen voor de volgende maand, Togo, Benin en Nigeria visa. Veerle die hoogdringend moet plassen na die lange rit mag van de gardien direct doorlopen naar de toiletten, “Your husband will fill in the register…” Zeer vriendelijke mensen hier. Het formulier invullen, pasfoto’s bij elkaar zoeken en dan valt mijn oog op een stempeltje in onze paspoort. “Ghana entrystamp: 6FEB2009 30days” “HUNK?! Dat was toch 3 maanden? Ja, de visa maar niet de tijd dat we mogen blijven.” 2 opties: we wachten nog tot donderdag op de Togo-visa en dan snel de Nigeria-visa in de hoop dat ze niet zien dat ons Ghana-visa verlopen is en dan weg of toch nog een extentie aanvragen… What to do? Das minstens 14 dagen wachten. Voorlopig niks aan te doen.

Eerst een late, dure, hippe lunch bij Frankie’s in de drukste straat van Accra en dan duiken we terug het drukke verkeer in op zoek naar de Garage van die Ian. Het plannetje van Sanna (van Jonnie and Sanna) was wel juist maar de benamingen waren niet zo juist en dat koste ons dus veel tijd. Uiteindelijk komen we om16u45 zijn binnenplaats opgereden. Aan een tafeltje onder het afdak zit een boze roodaanlopende man te roepen naar een Local. Het is een stevige monoloog. Een bediende gebaart ons te gaan zitten maar dat lijkt ons net te dicht bij. De monoloog eindigt met “Tomorrow you get your letter and I don’t want to see you here again.” “Slik, U bent Ian?” “Yes and I am not in the mood to entertain overlanders. I just fired 3 of my staff. Why everybody comes when I’m closing down. Did you read about me on the internet and that you get a lot for free here. What do you want from me.” “We can come back tomorrow if you want… and we need a mecanic for the car and want to pay for the work!” Uiteindelijk krijgen we een uur excuses over ons heen en dat we meer dan welkom zijn. We overlopen het lijstje. Dit wordt al gauw gereduceerd tot 4 dingen; Een volledig onderhoud spare filters includo, de clutch masterpump vervangen (maar die had ik al mee van bij de Rob), backdoor hinges vernieuwen en 2 buches vervangen in de frontsuspension. Alle andere dingen op het lijstje zijn of verwaarloosbaar of veel goedkoper aan olie bijvullen, het is tenslotte een landrover ;-) Alles samen behalve de frontsuspension zou donderdag klaar zijn.

Ondertussen hebben we een dagje tijd voor internet. De foto’s uploaden die achter gebleven waren, heeft ons 5u gekost. Internet kan zéér traag zijn als je er op zit te wachten. Het internetcafeetje waar we ons neergeploft hebben had wel 200 computers en een Wifi-zone! In Mediamarkt stijl, dus niks gezelligs aan. Wel uitermate fris tot zelfs koud als je net onder de airco zit.

Donderdag kunnen we met een taxi uit de voeten in Accra op jacht naar een Ghana-visa-Extention.
Ian kent iemand bij Imigratie. Nicolas can fix things. Maar dat kost een cent. Een paar dagen in plaats van 14 dat scheelt. Maar hoe schuif je iemand 10cedi in zijn pollen als daar achter het loket 3 man staat mee te kijken? Om dit lang verhaal kort te maken, Eerst beloofde hij donderdag 2u, maar na enig aandringen wordt dat woensdag 12u. Woensdag 12u zitten we vol goede moed aan te schuiven, maar het mocht niet baten, morgen 2u. uiteindelijk heeft Veerle de Visa opgepikt Donderdag 15u45. Hij heeft niks extra meer gekregen al probeerde hij wel.

Omdat 6 maart een public holiday is in Ghana, Independenceday, trekken we naar Kokrobite (lees op z’n nederlands) naar Big Millie’s backyard, een andere place-to-be aan de kust, 40 kilometer buiten Accra. Een beetje vermoeid komen we er aan en vinden onze vrienden er. Harm, Greg en Andrew. Harm wacht er op zijn Nigeria-visa na het weekend, de andere 2 op hun vlucht de volgende avond. Andrew nog aan het recoveren van zijn malaria-avontuur kruipt vroeg in zijn bed. Harm en Greg hebben nog een een fles wiskey, 8PM. “Maar je kan er ook vroeger aan beginnen hoor!” grapt Greg. We beginnen te aperitieven en te roddelen, of omgekeerd? Tegen 10u zijn we hongerig en hebben geen zin om nog iets te koken. Het restaurant moet je om 5u bestellen. Dus trekken we het dorp in op zoek naar take-away. Veel keuze is er niet meer op dit uur, alles bijna verlaten en gesloten. Toch vinden we nog een stalletje met keuze uit rijst, vlees, kip of palavasause, de lokale spinazi. Veerle en ik delen een bord rijst met palava. Moe en tevreden wensen we elkaar te rusten maar het wordt een woelige nacht. In een keer diaree en enkele keren overgeven is mijn maag leeg en dat zou de volgende dagen zo blijven. Geen trek, zelfs water ligt zwaar op de maag, moe, koorts, hoofdpijn, futloos. Big Millie of Wendy de eigenares geeft ons een lokale malariakuur. Zou onze eucalyptus toch niet werken? De symptomen zijn er, slikken dus die eerste pil. In de loop van de dag kikker ik een beetje op. maar ‘s avonds wordt het erger en verpleegster Veerle die trouw mijn themperatuur meet en alle andere dingetjes regelt slaat alarm bij 40.1°C. Snel afscheid van Greg en Andrew die vanavond naar huis vliegen. Zakken gepakt en taxi gebeld op naar 37th Militairy Hospital in Accra. Daar angekomen wijst Veerle me op een fenomeen van wel 1000 ronddwarrelende krijsende vleermuizen. Ik heb er geen oren naar, ik wil een dokter. Maar dat mag nog even duren. Eerst wachten, inschrijven, wachten en betalen, dan wachten op de dokter. Deze schrijft pillen en een spuit voor tegen malaria en een antibioticakuur, en 2 tests in het lab. Veerle holt naar de farmacie ondertussen wacht ik ellendig op de verpleger voor de spuit. Alle verplegers en dokters in dit hospitaal dragen een kaki gevlekt legeruniform met er over een witte schort. Een beetje een vreemd zicht maar ik kan het me op dat moment niet aantrekken. Alles is goed nu. De verpleger die me de spuit gaat geven is wel een beetje grappig, hij zegt: “I’m ready, I’m ready” en blijft in de weer met papiertjes, doosjes en lege ampulletjes. Omdat ik niet reageer zegt hij: “We do it in de bottom” Ik ben ondertussen stevig misselijk en draai me om, broek los en laat maar zakken. Dat vond die verpleger wat veel. Na de injectie draai ik bijna volledig weg. Maar we moeten voort naar het lab voor de tests. Hij wijst ons de weg en lopen gewoon het lab binnen. Ijskoud en vol met buisjes en stalen. Een beetje onbegrijpelijk. Vriendelijk wordt ons gezegd dat de Thyfus-test niet wordt gedaan in het weekend, “come back on Monday” De Malaria en bloedtest is geen probleem en ook snel gedaan, al lijkt wachten steeds uren te duren. Ik wil alleen nog slapen.
Ondertussen verdwijnt Veerle nog eens naar de taximan die persé wil wachten om te zeggen dat het echt nog wel wat zal duren.
Na de test terug naar de dokter. Maar die is er niet meer. “we wachten op de nachtdokter…” Deze dokter is veel vriendelijker en geeft ook meer uitleg. Er zitten een hoog aantal dinges in mijn bloed dat wijst op een bacteriële infectie. Geen Malariaparasieten in het bloed maar de symptomen zijn malaria. Er is ook kans dat net in dit staaltje bloed geen zitten, zoveel tappen ze nu weer niet af. “Neem beide medikamentenen als het maandag niet beter is kom dan maar terug.”

Het weekend heb ik niks gedronken of gegeten. De pillen smaken horriebel! Vooral die tegen malaria, zonder een glazuurlaagje rond, als ze op je tong komen smelten ze al en hoe die smaken, Aargh! Als Veerle, als trouwe verpleegster, weer eens mijn plichten las als patient en me de pillen voorschotelde heb ik eens geroepen “Ik wou dat je ook eens zo ziek was!” Zij heeft het geslikt en ik de bittere pil.
Plots is Greg terug. “I couldn’t miss you guys, I go with you to Cameroon.” Grapje, zijn internet ticket was niet betaald en hij mocht niet op de vlieger. Ingechecked en alles hadden ze hem er van tussen gehaald. Een nieuw ticket kopen op de luchthaven kan niet. Dus eerst een duur hotel, dan een zoektocht naar geld en het ticketbureau. Uiteindelijk zonder geld met een ticket voor maandag staat hij terug op de kamping. Harm wil ‘m wel geld lenen. Dus terug met 4.
Stukje bij beetje gaat het beter, maar als ik maandag avond nog eens alles er uitbraak besluiten we toch nog eens naar het ziekenhuis te gaan. Maar naar een privé-hospitaal, die zouden beter zijn.

Misselijk van de pillen, het niet eten en de taxirit schuifelen we het hospitaal binnen. Hier wachten, daar betalen, dan daar wachten en dan daar wachten. Het beloofd weer een lange dag te worden. De dokter schrijft weer 2 test voor, malaria en thyfus. Dus wachten op de tests. In een gangetje tussen de main-hall en de cafetaria voor het personeel zit een man achter een stoffen scherm aan een bureau. Hij neemt bloed, noteert en deelt urinestalen rond dat je (natuurlijk) zelf moet vullen in het toilet van de cafetaria. Maar een lavabo en zeep hebben we die man niet zien gebruiken. Op het afhaalformulier voor de thyfus-test, die pas morgen klaar is, hangen bloedspetters. Veerle hoopt dat ‘t mijn bloed is. Terug wachten in de main-hall op de dokter. Ondertussen zitten we hier 3u denk ik. De dokter schrijft nog een drankje voor tegen het overgeven en bekijkt de bloedtest, weer geen malariaparasieten te zien, zelfde uitleg. De dinges in mijn bloed die wijzen op bacteriële infectie zijn terug normaal. Op de vraag wat het nu eigenlijk is vermoed de dokter malaria maar das niet zeker.
De taxi terug naar Big Millie’s is de eerste die we maar 15 cedi betalen. Da’s dus iedere keer stevig afgezet maar ja, een noodgeval zeker.
Den appeteit begint te komen en ik bedenk heerlijke maaltijden, kippesoep, bacon and eggs, yoghurt, gebakken pattatjes met kip, zoete appels, craccotjes, bruine boterhammen met kaas,… Harm brengt op een van zijn zoektochten naar een trekkerstentje in Accra ‘t een en ander mee, voor de rest jaag ik er Veerle alleen maar de bomen mee in.
Dinsdag nemen we afscheid van Harm. Maar hopelijk niet voor lang. Waarschijnlijk komen we elkaar nog tegen tussen hier en Kameroen. Of zelfs bij T.Suzanne in Batouri ☺. Veerle pakt de auto in terwijl ik zit te suffen. A hell of a job! Om 1u rijden we terug naar Accra. Ttz Ikke rijden want Veerle ziet dat echt niet zitten. Ik voel me al beter. Als soundtrack op de iPod kies ik de cd van Hans. Een beetje een manier om thuis te zijn. Een beetje heimwee als ik een traantje wegpink.
Langs de weg en voor een keer niet tussen de files zien we parel-zetel-overtrekken hangen. Tijd om te stoppen is er niet maar das dus een van de volgende dingen op ons verlanglijstje. Het is hier verschrikkelijk warm. Zeker op je rug en onder je kont.

Vandaag, vrijdag, heb ik mijn laatste pillen genomen en heb ik steeds honger. Veel tegelijk kan ik niet eten en vermagert ben ik ook. Veerle loopt ondertussen de stad plat achter visa’s. da’s waarschijnlijk nog een hoofdstuk waard! En zeker de eervolle vermelding van verpleegster en visa-jager.
Nog enkele bedenkingen, nu kan ik me een beetje voorstellen hoe zieke slaven zich voelden voor ze op de boot moesten… De uitdrukking”krijg de thyfus” is niet om mee te lachen! ‘k Ben gene flauwe en een beetje pijn is niet zo erg maar zo slecht had ik ‘t me nooit kunnen voorstellen. Wel de allerbeste vermageringskuur ever! Er mochten sinds 6maanden autozitten wel wat kilootjes af, en vele spiertjes bij. ‘t Zal pikken bij Watts als ik terug ben.

Ps: wel straf dat we hier niet zo veel foto’s kunnen tussenplakken. (dat spaart ook tijd op ‘t internet ;-)
(Gert)




  • Comments(15)//www.tamtamafrikan.be/#post39

Green Turtle

GhanaPosted by veerle Wed, March 04, 2009 13:51:41
Kumasi viel eigenlijk heel goed mee. Ik vond het best wel een gezellige stad en niet druk, zoals iedereen zegt. Misschien omdat we Dakar meegemaakt hebben? Wat ons opviel, is dat we sinds Marokko niet meer zo’n westerse stad gezien hebben. Overal asfalt en vooral de bouwstijl is zo anders dan in Mali en Burkina, veel meer verdiepingen. Zelfs in de dorpen zijn de huizen compleet anders. Ghana was dan ook een Engelse kolonie en geen Franse. Omdat de jungle hier begint, loopt iedereen hier met een machete rond. Wel raar in het begin. Als ze willen, kunnen ze dus gemakkelijk ons hoofd afhakken. Maar geen nood, hoor, mamie en papie, want bushcampen wordt hier bijna onmogelijk door het dichte struikgewas. Je geraakt met de auto de weg amper af. De Ghanezen zijn op het eerste gezicht niet zo vriendelijk. Ze lachen niet en antwoorden stuurs. Daar komt echter verandering in als je elkaar wat langer kent, dan kan er al eens een grapje of een glimlach af. En als je zelf goedgezind goeiedag zegt, zijn ze toch altijd wel heel blij. Er heerst hier een hiërarchie, wat voornamelijk wil zeggen: rijk behandelt arm als vod en kaffert hen altijd uit. Zij gaan er dus automatisch vanuit dat de rijke blanke ook zo op hen neerkijkt, wat gelukkig meestal helemaal niet het geval is met reizigers.
Kumasi was dus best wel aangenaam. Toch bleven we er maar één nacht, omdat de kampplaats niet fantastisch was en omdat we snakten naar de beloftevolle ‘Green Turtle Lodge’ in Dixcove aan de zee.
Wij op weg, langs een pittoresk weggetje, dachten we. Schoon was het wel, maar vol potholes in de weg! Zouden we vandaag Green Turtle nog halen? We bereiken Agona Junction, nemen de weg naar Dixcove, in het stadje de piste naar de lodge, nog 10 km, nog een half uurtje en het is donker. Zal Green Turtle echt zo tof zijn? Het is riskie, want ièdereen onderweg sprak er superpositief over. Zullen onze verwachtingen niet te hoog zijn?

Net voor donker arriveren we. Een vriendelijke man heet ons welkom. We rijden binnen en voelen het onmiddellijk: we zijn aangekomen in het paradijs… na vijf maanden, na er al lang niet meer naar op zoek te zijn, hebben we het gevonden. Het is onbeschrijflijk! Of toch wel te beschrijven, maar nooit te voelen of te begrijpen, als je er niet bent. Ik zal mijn best doen. De zee, met wilde golven, leuk om in te spelen, niet mogelijk om te zwemmen, te veel onderstroom, prettig met een bodybord, niet echt goed voor surfers. Een wit strand met kokospalmbomen. Je plukt zelf je kokosnoot, kapt hem open, breekt je keukenmes (pas na 4 kokosnoten nvg) en smult heerlijk.
Een cocktailbar en restaurantje waar je voor geen geld kan drinken en eten, 3 euro voor een hoofdplat, 1 euro voor een cocktail, 2 euro voor een banaan met een half gesmolten hele chocoladereep er bovenop als dessert en ‘t is allemaal superlekker. Wil je liever zelf koken? Geen probleem! Je wandelt naar het vissersdorp, koopt er een dikke tonijn voor 1 euro of een vliegende vis, wikkelt hem met wat kruidjes in aluminiumfolie, gooit hem op het kampvuur, deelt met anderen en smult naar believen.

‘Green Turtle Lodge’ is een ecoproject. Alles is gemaakt uit natuurlijke materialen: de bar van een oude vissersboot, stoelen en tafels van bamboe en hout, douches van rotsstenen, wc’s van bamboe. De toiletten zijn trouwens zelf-composterend.
Er leven hier grote zeeschildpadden, een bedreigde diersoort. Green Turtle helpt ze een handje door de dorpelingen in te lichten over de bedreiging van verdwijning. Zij eten immers de dieren en de eieren. Zeeschildpadden komen na dertig jaar terug naar hun geboortestrand om zelf eieren te leggen. Nu is het die tijd van het jaar. We hebben het geluk gehad er één te zien. ‘s Avonds komen ze op het strand, graven een kuil, leggen 150 eieren, bedekken alles sierlijk met hun achterpoten, proberen hun tracks te verstoppen en duiken weer de zee in. Zo mooi om te zien!
Een deeltje van de opbrengsten van Green Turtle gaan naar een fonds om de zeeschildpadden te beschermen. Alle werknemers van de lodge zijn mensen van het dorpje hier. Ook weer een deel van de opbrengsten gaat naar dit dorp. Sommige reizigers hadden gezegd dat het wel basic is in Green Turtle, sommige mensen die hier in een hutje verblijven zeggen dit ook. Misschien is dat wel zo, maar eigenlijk vind ik totaal van niet! Voor ons is het pure luxe! Een proper toilet en wc, water, een gezellige bar… Het is hier zo heerlijk!!! Ghana heeft trouwens opvallend proper sanitair overal.
Tom en Jo, met de kleine Emily, een Engels koppel van onze leeftijd, met hun dochtertje van twee, zijn de eigenaars. Tom is altijd goedgezind, altijd in voor een babbeltje… hij heeft de tijd van zijn leven, op de plaats van zijn leven.

Het is hier dé plek om mensen te ontmoeten, zowel locals, als backpackers, als overlanders, als vrijwilligers, als…
De locals zijn de barmannen, de keukenprinsessen, de wasmadammen, de kuismeneren, de gidsen…, maar je kan ook even het dorp binnen wandelen, daar een apetich drinken en zo een klapke doen. Apetich is zelfgebrouwen palmwijn, een straf goedje. De mensen beweren dat het 80° is. Een Pool hier denkt van niet, misschien 40°. De mannen in het dorp beginnen ‘s morgens te drinken en zijn dus bijna heel de dag zat. Heel dat dorp loopt er met rooddoorlopen ogen rond. Het is een speciaal dorp, heel arm, een hechte gemeenschap, allemaal vissers. We proefden ook kanky, een soort puree van yam, gewikkeld in bananenbladeren en een pap, zoals havermoutse pap. Beide vonden we niet zo lekker. Het smaakte zurig, omdat ze het fermenteren. Weer een heel nieuwe ervaring dat dorp.

We ontmoetten hier ook veel toffe reizigers. Toen we aankwamen stonden Anthony en Nikki van Engeland hier al een week. Hij hyperkinetisch, altijd zijn auto aan het kuisen, zij genoot van een boek en het strand. Beiden waterratten, zeilers en surfers. Spijtig was haar surfbord gebroken nadat ze het had uitgeleend aan een Amerikaan. Een hele dag zijn Anthony en Nikki bezig geweest om het proberen te repareren, maar het was een grote krak, dus of het zal houden is nog af te wachten. Nikki was er het hart van in. Zij reizen nog tot Zimbabwe, waar Nikki geboren en opgegroeid is. Haar moeder woont er nog.
Jasper, een Hollander, doet hier vrijwilligerswerk, beweert dat ze in Nederland aan het terugkomen zijn van het alternatievere vernieuwde vrije onderwijs, dat ze terug meer richting het klassieke Belgische systeem willen. We wisselden boeken uit.
Robin, een Engelse, doet vrijwilligerswerk in Accra, vond het lesgeven aan gehandicapten niets voor haar, maar genoot van de woensdagen, waarop ze werkte met zwangere prostituees. We mogen misschien in haar tuin kamperen. Ze moest het nog even vragen aan haar huisbaas, een oude (40!) Nederlander.
Een Duits koppel, hij doet me aan de Jef denken, maar dan met rastas, zij is Burkinabé, een felle madam, ze hebben een huis in Tamale. Ze waren hier om zijn verjaardag te vieren, maar alles viel in het water toen ze hun autosleutel plots kwijt waren. De deur ging nog open, omdat het raam op een kier stond, maar ze konden dus niet starten. Een mechanicien haalde het slot eruit. De auto kon niet gestart worden met een schroevendraaier ofzo, want er is een elektronische code verbonden aan de sleutel. Het probleem van de auto’s vandaag de dag, zeker in Afrika, teveel elektronica. Zij met het slot naar Accra om een sleutel te laten bijmaken. Een week later zijn ze terug op weg naar Green Turtle, met iemand die een computer heeft om de code te breken, want een sleutel bijbestellen, zou een maand duren, ze moeten het opsturen van Korea. Op weg naar hier dus, krijgen ze telefoon van Green Turtle dat de sleutel gevonden is. De tuinman was aan het keren en stootte erop. Zij arriveerden dolgelukkig. Unfortunately moesten ze nog heel wat betalen aan de gast die meegekomen was met zijn computer, ook al heeft hij niets gedaan.
Roo, Australiër, vol tatoos, rijdt met een Land Rover Defender 130 pick up, wil deze auto in België verkopen, Unimog kopen en ermee naar Siberië rijden, oversteken naar Alaska en tot Patagonië gaan. (Rob, je gaat misschien nog een mailtje van hem krijgen en anders vind je hem op het LROC. nvg)
Mark, half Ghanees half Nederlander, komt zijn familie in Ghana bezoeken.
Matthew, vriend van Tom de eigenaar, komt zijn vriend bezoeken en afkikken van London, heeft voor de rest niets van Ghana gezien, is in Green Turtle gestrand.
Ina en Jeroen, veertigers, Nederlanders, overlanders, leerkrachten buitengewoon onderwijs. Ina lijkt me heel bedreven in het begeleiden van elk kind afzonderlijk. Jeroen is erg bezig met de evolutie van het onderwijs. Doet me denken aan jou een paar jaar geleden, pap. Ina vertelde dat België ver staat in verband met het begeleiden van kinderen met autisme. Leuk om te horen. We hebben enkele keren gezellig samen gegeten en natuurlijk veel tips uitgewisseld. Zij kwamen van Benin en Togo en zijn nu weer op weg naar huis.
Alex, een overjaarse hippie, Fransman, wordt binnenkort 50, heel lieve sociale man, altijd lichtjes in de wind, slaapt in zijn kleine tentje, heeft bijna geen bagage, zwemt in zijn onderbroek, is graatmager, gaat twee keer per dag naar het vissersdorp om een apetich te drinken en wat eten te kopen, leeft van de dauw, is altijd 6 maanden op reis, 6 maanden in Frankrijk, werkt in een park waar ze een speciaal ezelsras beschermen, is er gids.
En dan heb je Harm, Greg en Andrew, drie zotte gasten die stukken samen gereisd hebben, drie totaal verschillende karakters die het wel met elkaar kunnen vinden.
Harm, Nederlander van Scheveningen, surfer, viskenner, Robinson Croesoë in spe, moto gekocht in Mali, reist met tentje, kookt op een kampvuurtje, heeft 18 maanden, nog een lange weg te gaan, droomt ervan een hutje te bouwen op een ‘onbewoond’ eiland.
Greg, Pool, verdient zijn kost in Noorwegen, truckchauffeur, nooit thuis, man van extremen, altijd klaar voor een uitdaging, kan niet stilzitten, sportief, offroadfreak, vrouwenversierder, ook moto gekocht in Mali, gaat binnenkort naar huis. Hij plant reeds zijn volgende reis, naar Siberië met een Russische ingerichte truck. In de winter wil hij daar overleven in een verlaten dorp. Hij wil ook eens een keer de wereld rond reizen langs de evenaar. Je mag dan maximum 20 km langs elke kant gaan, eender wat je tegenkomt, moeras, water, jungle…
Andrew, Ier, bedeesd, rustig, take it easy, opgevoed met homeopathie en zonder vaccinaties, studeert iets met filosofie, psychologie en religie, heeft fiets gekocht in Mali, reist ook met tentje, slaapt veel, leest National Geographic.

Dat zijn onze vrienden hier. ‘t Is hier heerlijk! Eindelijk na vijf maanden kunnen we nog eens westers doen. Ik had het nodig. Het doet deugd. We zijn hier nu 12 dagen en besloten nog te blijven tot zondag, 16 dagen zal het dus worden. Dan zijn onze batterijen volledig opgeladen en gaan we recht naar tante Suzanne! Met nog een kleine stop in Cape Coast om daar een slavenkasteel te bezoeken en een grote stop in Accra, garagebezoek en visaformaliteiten.
Voor iedereen die er even tussenuit wil: ga naar Green Turtle! Een ticket naar Accra kost slechts 300 euro! Als je niet wil kamperen, moet je wel op voorhand reserveren, want alles zit altijd stampvol: www.greenturtlelodge.com Jurgen, een plek voor u, denk ik!

Ondertussen zijn we zaterdag. Ik schrijf nog even de laatste nieuwtjes:
Andrew heeft net twee nachten in het ziekenhuis doorgebracht, malaria, 40° koorts. Hij was een vod, maar is nu weer helemaal beter. Het schijnt dat ze hier in Afrika zeer goede medicatie hebben om malaria te genezen. In Europa is dit nog niet te verkrijgen, want dat duurt ongeveer 10 jaar voor een nieuw geneesmiddel bij ons op de markt mag komen.
We hebben opengebroken schildpadeieren gevonden en een uitgedroogd babyschildpadje, superklein, maar helemaal af. Tja, niet veel schildpadjes halen de zee. Spijtig!
Wat ik nog was vergeten te vertellen! Een projectje: Gert en ik hebben elkaars haar geknipt! ‘t Was dringend nodig, ziet ge. Ons haar was aan het uitdrogen. Een kapper die westers haar kan knippen, vind je in Afrika echter niet, dus hebben we de keukenschaar gepakt en zijn zelf aan de slag gegaan. Het resultaat is zeer ongelijk, maar daardoor eigenlijk wel plezant! ‘t Was grappig en spannend!
Morgen vertrekken we na het ontbijt. Alex gaat met ons mee tot Cape Coast. Overmorgen trekken Harm, Greg en Andrew ook verder. We hebben samen een heel leuke tijd beleefd in Green Turtle. Bedankt jongens en tot ziens, ergens in de wereld, maybe one day…








  • Comments(12)//www.tamtamafrikan.be/#post38

Van een mug een olifant maken

GhanaPosted by veerle Thu, February 12, 2009 19:02:27
De grensovergang was weer geen probleem. We belandden in het Engelstalige Ghana. Een hele aanpassing na vijf maanden Frans te spreken. Zelfs al bij de eerste politiepost merk je dat dit land een Britse kolonie was. Beter georganiseerd, meer regels, alvast op het eerste gezicht.
We bushcampen onze eerste nacht.
De volgende dag rijden we aan één stuk door richting Nationaal Park Mole. We zullen er net niet geraken voor donker en besluiten nog een nachtje te bushcampen. Dit was de slechtste beslissing ooit, of toch de slechtste plek ooit! We werden belaagd, overvallen, niet door rovers, maar door miljoenen kleine vliegen! Het was de hel! We hingen een muskietennet op, ze kropen erdoor! Het enige dat erop zat, was wachten tot zonsondergang. Op zo’n frustrerend moment duurt een uur lang, heel lang! Eindelijk waren ze weg, we konden relaxen. We vatten het plan op om ‘s morgens om zes uur op te staan, onmiddellijk te vertrekken en pas te ontbijten in Mole Park. Dat kon immers niet ver meer zijn. Als we ‘s ochtends wakker werden, hoorden we de bastards al. Gelukkig zaten ze nog in de bushkes. Wij snel weg! Om zeven uur waren we al in Mole.

Daar ontmoeten we drie andere overlanders, die spijtig genoeg, net gingen vertrekken. We praten toch nog gezellig bij een tas koffie en wisselen allerhande tips uit. Zij vertrekken en wie komen er toe? Olifanten! Vier olifanten passeren langs de camping! Amazing natuurlijk! Wij gingen boven op de auto zitten, genieten en foto’s nemen.
De kampplaats is trouwens geweldig! De beste en properste douche sinds thuis! Wc’s en douches zijn afgesloten met hekwerk, zodat er geen dieren binnen kunnen. Er is zelfs een vuilbak! Lang geleden! Echt nodig is dat niet, want dagelijks passeert er een familie aardvarkens, die de vuilbak plundert. En het uitzicht! Het uitzicht over het woud is prachtig.
In de late namiddag maken we een safaritrip met een ranger in de auto. Twee uur en een half leidt hij ons rond. We zien veel verschillende soorten antilopen, waaronder het hartebeest (vind ik een grappige naam). Voor de rest in de verte een paar baboonen en mooi gekleurde vogels. Wat we ook van dichtbij mochten meemaken, tot vervelends toe, was de tsetsevlieg. Eerst moesten we de ramen dichtdoen van de ranger, maar na een paar minuutjes, toen hij merkte dat we geen airco hadden, gingen ze snel weer open! Ge zweet u hier immers te pletter. Zo raar, maar van het ogenblik dat we de grens met Ghana overreden, veranderde het klimaat. Het is hier vochtiger, warmer en dus meer zweten! Het is hier pokkeheet en het warmste moet nog komen! Ik weet niet of we dat overleven! Ge kunt u inbeelden, ik die het te warm vind, dan moet het echt wel warm zijn! Gert is blij dat hij niet de enige is die afziet. We begrijpen nu ook compleet het Afrikaanse ritme. Het is gewoon onmogelijk om druk bezig te zijn! Ik zit nu gewoon op een stoel en ik zweet.
De ranger wist wel wat af van insecten, dus ik vuurde een paar vragen op hem af. Sinds de laatste bushcamp sta ik immers boordevol beten, precies de mazelen, ook al had ik me ingesmeerd en alles! Ik vroeg achter vliegen, vlooien, termieten en muggen. Hij stelde me gerust, de beesjes die ik beschreef, waren niet gevaarlijk, alleen lastig.
De ranger stak ook een stuk bos in de fik. Het is te zeggen, het lange droge gras. Dat doen ze systematisch elk jaar. Zo kan er nieuw gras groeien en blijven de dieren in het park. Raar, maar de bomen branden niet mee op, enkel vanonder een beetje.
Op het einde van onze safaritocht rammelde de ranger een tekstje af, precies of hij praatte tegen een groep. ‘Dit is het einde van de toer. Bedankt voor uw aandacht. U hebt geluk gehad, want u hebt bijna alle dieren van het park gezien. Terug in het kamp betaalt u volgens het aantal uren en je geeft de ranger een tip van minimum 5 cedis.’ Alle dieren, hm, buiten de olifant, de leeuw en het luipaard gerekend dan. Een tip van 5 cedis? Het is 0,75 cedis per uur per persoon, dus 4,50 in totaal. De tip zou dus meer zijn, dan de tocht????? In het bureautje handelen we de officiële prijs af. Ik ben zo gemeen om in het bijzijn van de secretaresse te vragen aan de ranger hoeveel hij ook al weer vroeg als tip. De man was beschaamd en mompelde iets van als je mij een tip wil geven, mag dat, als je dat wil. De dame lachte en zei: ’Je mag geven wat je wil!’ Buiten gaven we hem de 5 cedis en zeiden dat we het veel vonden.
‘s Avonds kwam hij langs om uit te leggen waarom 5 cedis niet teveel is: Hij zou ons beschermen tegen de wilde dieren ‘s nachts. Hij had het licht op de camping al speciaal voor ons aangestoken. Hij riskeerde immers zijn leven voor ons. Yeah, yeah, right. Wij deden ook ons verhaal, van financieel uitgemergelde blanken, en dat ze de risicofactor dan maar in de prijs moeten incalculeren, maar niet altijd achteraf er mee moeten komen aandraven. Je denkt dan: ’Oh, ‘t is hier goedkoop! Niet dus!’ We hadden een hevige discussie. De ranger vond mij nog sympathiek, maar Gert vond hij een kwaaie. Ik verdedigde natuurlijke Gert. Wij dachten er immers hetzelfde over. Na veel gepalaver schudde we elkaar de hand en vertrok hij. We hebben hem nooit meer gezien. Verdedigen? Waar was hij dan als die baboonen kwamen?
De volgende dag kregen we ‘s morgens bezoek van kleine apen. We lagen nog in de tent. De apen passeerden. Die middag echter kwam er een familie baboonen de vuilbak plunderen. De man die de camping schoon houdt (doet hij trouwens excellent!) kwam rustig langs en de apen gingen er vandoor.
Veel hebben we die dag niet gedaan. Uit geldprincipe deden we niet nog eens een safaritocht. We waren er ook niet echt voor in de mood. We waren lam door de hitte. Op de koop toe zag ik erg af van de beten die ik had. Enkele kanjers, allergische reactie.
Onze laatste ochtend wilden we snel vertrekken. Dat werd verhinderd door tientallen baboons! We konden niet ontbijten! Het was Gert tegen de baboonbaas. Met zo’n gast valt niet te lachen. Hij sprong op de auto en zijn arm stak al door het open raampje. Met een tentstok verdedigde Gert ons territorium. De baboonbaas ging tegenover ons zitten, zodat alle vrouwtjes en kleintjes veilig konden passeren. Je weet immers maar nooit met die toubabs! Op den duur zat de kampplaats vol apen! We wisten niet wat gedaan! Tot gelukkig de onderhoudsman weer verscheen. Van hem hebben ze bang en dan druipen ze af. Het was angstaanjagend, maar ook wel mooi om te zien. Veel kleine aapjes die spelen en stoeien of op moeders rug zitten. Heel erg mooi, maar spijtig genoeg zijn alle foto’s mislukt. In de drukte vergeten fototoestel juist in te stellen.

Genoeg apen en rangers, de volgende dag rijden we naar een stadje Nkorenza. Wat is daar te zien? Niets eigenlijk, behalve dan een project voor mentaal gehadicapten, gerund door een Nederlandse dokter, waar ook een guesthouse aan verbonden is. Lijkt ons tof om langs te gaan.
Hier zitten we dan nu. Het project zit fantastisch in elkaar. Er verblijven hier 52 gehandicapte kinderen en volwassenen. Sommige gaan naar school in een speciale school naast het domein. Anderen doen workshops in de dag, zoals weven of parels rijgen. Weer anderen blijven in het dagcentrum. Er zijn 25 begeleiders. Zij wonen allemaal op het domein en zorgen ‘s nachts voor enkele gehandicapten in hun huisje. Begeleider zijn hier, is dus een job van 24 op 24. Onvoorstelbaar knap vind ik! Ik zou het niet kunnen. Het domein is heel gezellig ingericht. Kleine huisjes rond een grote tuin, een speelruimte, een knuffelruimte, een TV ruimte, een zwembad enz. De guesthouse zijn kleine gezellige bungalowtjes. Wij kamperen in onze tent op het grasplein. Wel druk, niet echt ideale plek. Vooral ‘s morgens. Dan is het ochtendwandeling en werden we dus wakker van mensen die toertjes wandelen rond het grasplein op het weggetje dat vlak voor onze tent passeert.
Het project zit knap in elkaar, maar ik voel me hier een beetje een buitenstaander. De meeste blanken doen hier vrijwilligerswerk, wij zijn maar bezoekers, pottekijkers, zo voel ik het aan. Er is iets geknapt in mij, de moment dat we aankwamen. We waren moe en bezweet. Een blanke man zei vriendelijk goededag. Er zat nog een blanke vrouw bij en enkele Afrikanen. Ik vroeg aan de blanken: ‘Are you the doctor?’ De vrouw antwoordt heel onvriendelijk en geïrriteerd: ‘Euh ja, maar wij zijn wel in meeting!’ Ik draai me om en ben weg. Het is vijf maanden geleden, dat ik dit nog meegemaakt heb. Ik ben achterovergeslagen. Ik had me een vriendelijke dokter voorgesteld en een warm onthaal. Dat viel tegen. Gelukkig nam Charity ons onder haar vleugels. Zij staat in voor de guesthouse en bijhorend restaurantje en ze doet dat fantastisch.
Al bij al, een fantastisch project, maar als toerist voel ik me hier niet echt op mijn gemak. Voor wie vrijwilligerswerk zoekt en graag met mentaal gehandicapten werkt is dit the place to be. Neem dan zeker eens een kijkje op de website www.operationhandinhand.nl

Morgen trekken we naar Kumasi. Het schijnt een drukke stad te zijn, enkel goed voor inkopen en internet. We zullen zien. We kijken in elk geval erg uit naar ‘Green Turtle’ aan de kust. Dé plaats voor overlanders. Iédereen spreekt er positief over. Het zou er eenvoudig zijn, goedkoop en gezellig.


  • Comments(9)//www.tamtamafrikan.be/#post37