tamtamafrikan

tamtamafrikan

Onze Blog

Wilde en andere avonturen op onze rondreis door West-Afrika.

België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauretanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Mali, Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Nigeria, Niger, Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Marokko, Frankrijk, België

Nouakchot en het zuiden

MauretaniëPosted by gert Tue, November 18, 2008 15:30:07
Vrijdag, 14 november 2008

Inderdaad, rustig en goed om op adem te komen! Nu 4 dagen later zitten we nog steeds hier in Auberge Menata. De moskee schettert iets dat lijkt op “oudijzerkoperloodenzink platte batteriesenstove…” maar dan nog net meer onverstaanbaar. We vermoeden dat het een cassetje is, want de minaretten klinken steeds gelijk met juist een klein beetje vertraging. Ook ‘s morgens om 5u doet ze dat. Niet echt leuk om mee wakker te worden.
Verder rijden hier krakkemikkige auto’s, het is moelijk te beschrijven om dan nog geloofwaardig over te komen… kompleet zonder verf, met ijzerdraad worden de carrosseriestukken bij elkaar gehouden, wat er onder de motorkap steekt, hebben we van horen zeggen… conserveblik, ijzerdraad plastik darm fantaflesjes. Echt ongelooflijk!
Dag 2, we lopen eens door de Auberge en Veerle vindt op het prikbord een oproep om iets te doen met kinderen in een lokale school. We praten even met Olivia, de eigenares van de auberge, hierover en besluiten iets te doen. Onze eerste brainstorm brengt echter niet zo veel op. We hebben ook veel vragen en bedenken veel met als… dan… Besluit: verf, papier en sponsjes kopen en er als een rijke aankomen, de kinderen wat laten kliederen en na de activiteit alles de vuilbak in keilen, dat zien we zo niet zitten. Dus besluiten we maar niks te doen. De Mauretaniers lijken ons toch niet zo’n vriendelijke mensen. Olivia is een beetje teleurgesteld, maar ze begrijpt ‘t. ‘s Ochtends worden we wakker met het gevoel dat dit niet klopt. Waarom geen spelletjes zoals in de jeugdbeweging of op de Zeppelin (da’s toch ‘t zelfde, niet?). We vertellen ons idee aan Olivia en zij is dolblij. Toch een beetje spannend. De voorbereiding duurt wel even, want Veerle kent dezelfde spelletjes, die soms toch een beetje anders gespeeld worden. We denken toch 3u te kunnen vullen. In de namiddag komen de auto’s en andere reizigers weer binnen.
Blog ImageO.a. Joe, een Engelsman die rondreist met openbaar vervoer. Moedig! Er wordt weer veel gepraat en allerlei info uitgewisseld. Zoals altijd is er een Frans en een Engels kamp. Wij kunnen kiezen ☺. De meeste Fransen zijn hier echter op weg met een oude wagen om die te verkopen in Senegal of Mali. We trekken met Joe naar de vismarkt aan het strand waar ze de piroques van de vissers leeghalen. Een hele bedrijvigheid. Verkopers, kopers, vissers, dragers lopen af en aan en er staan overal mannen aanwijzingen te geven over waar de volgende boten moeten aanleggen. Dat is eigenlijk niet het juiste woord. Ze varen zo ver mogelijk het strand op en worden dwars gelegd om met elke golf mee een beetje verder op het zand getrokken te worden.
Binnen in het gebouwtje worden er verroeste oude Peugeot pickups geladen met bergen vis. Ernaast kan je vis kopen. Joe koopt vis voor ons 3 en we maken de deal dat wij ze klaarmaken. Hij heeft geen kookgerei en is zeer blij met ons aanbod. Vis in de pan met een klein laagje bloem errond, look, dille peper en zout. Groentjes en rijst. Mmmm.
Ondertussen zien we de Zuid-Afrikanen de hof oprijden. Een gezellig weerzien. De jongens, Jean-Pierre en Valem, komen een hele uitleg doen bij Veerle.
Blog ImageDe volgende morgend vertrekken we naar de school. Eerst de foute school. Maar daar kennen ze de directrice madam Rachida en ze wijzen de weg, net een blokje om. Madam Rachida lijkt een beetje op Sister Act maar dan in blauw en wit. Ze stelt ons allerlei vragen en of we gewoon zijn om in het onderwijs te staan. Ik zeg trots “10 jaar jeugdbeweging!” maar ze kijkt bedenkelijk. Dan komt Veerle’s resumee en ze kijkt al wat geruster. We zouden beginnen met klas 2 van 8u15 tot 10 daarna een kwartiertje pauze en dan klas 1 tot de middag. Gelukkig is de leerkracht van klas 2 zeer enthousiast, Monsieur Fas speelt niet echt mee, maar helpt wel met uitleggen en zelfs voordoen. Hij geeft al 32 jaar les, zegt hij trots. Na de speeltijd komt er een andere leraar helpen. Désiré alias Mohammed is Cape Verdisch, Mauretaans, Frans en opgegroeid in Senegal. De kinderen van klas 1 zijn wel klein en uiteggen is dus vermoeiend. Respect voor de leiding van de piepers (6 en 7 jarigen bij de KSJ) die al die spelletjes al hadden aangeleerd voor die naar de jongknapen (8, 9 en 10 jarigen bij de KSJ) kwamen. Verschillende spelletjes passeren de revue. Ook 'Antoinette, wie heeft den bal'... Hilary, 't schijnt dat jij met Veerle ooit eens hierover gewed hebt, geldt dat nog?!
En dan gebeurt er een accidentje. Eén van de kinderen springt op als ik hem wil oppakken. Krak boem pets, de helft van m’n bril op de grond. De glazen zijn nog heel, maar het montuur is gebroken. We spelen voort, maar ‘t is ook veel warmer geworden. Kwart voor 12, tijd om te stoppen. We maken nog een praatje met Rachida, die bij het afscheid alleen Veerle een hand wil geven. Mohammed geeft alleen mij een hand en wijgert dat van Veerle. Monsieur Fas toont ons de weg naar een optieker. Die heeft niet echt iets bruikbaars in huis. Terug naar de camping om te lunchen en een stevige uil te knappen. Een nieuwe bril is nodig en er zijn nog enkele andere optiekers in de stad. Als dat niet lukt zou de verzekering er een kunnen opsturen. Of zouden we naar Philip en Lia kunnen bellen of zij er een zouden kunnen opsturen. Onze tocht wordt al snel gestopt door de siësta die tot 16u duurt. De grote optiek Nouakchot heeft ook niks. Al zegt iedereen dat ministers en dokters hier vooral klant zijn. Onze laatste hoop op een montuur is helemaal aan de andere kant van de stad. ‘t Is al wat frisser, dus dat valt mee. En ja hoor, keuze uit 5 monturen, maar niet allemaal even mooi. De prijs 12000 Ouguiyas, das minder dan 40 euro. Geld zoeken bij de enige bankautomaat die Europese visa aanvaart in de stad en terugkomen. Terug bij de optiek kijken we toch nog eens goed rond, want zo goed past de bril ook weer niet op m’n neus. En inderdaad nog een ander modeletje gevonden. Uiteindelijk nemen we die. Groen! Afbieden lukt niet.
Voor Veerle is ‘t effe wennen, maar ze vind het goed (ik vind hem zelfs heel tof! nvdr). Ikzelf voel me meer op m’n gemak met de bril en lenzen zijn hier niet echt een optie vanwege de hitte en het stof. Alles komt goed!
In de auberge is het ondertussen druk. We maken snel pasta met verse groentjes en geraspte kaas. Jaja, dat hebben ze hier. Blijkt dat pepertje toch wel héééél pikant te zijn. Er is dus nog pasta over, maar niet echt om te delen met anderen ☺. We kletsen nog enkele uurtjes met John en Hanneli, de Zuid-Afrikanen, en nu blijkt dat zij goede vrienden zijn met onze Belgische vrienden van Radio Baobab, Frederik en Josephine, die in juni terug kwamen van een gelijkaardige maar dan 2 jarige reis! http://www.radiobaobab.be
Vandaag nog even rusten en een beetje schrijven voor de blog… maar er komt altijd wel iemand iets vragen, dus deze tekst daar heb ik uren over gedaan.
Een Fransman met een 6 maanden oude Defender staat hier in pan en vraagt om hulp. Een beetje meedenken en tips geven. Uiteindelijk krijgt hij hem gestart, maar hij kan geen gas geven. Zondag kan hij naar de lokale nagelnieuwe Landrover garage, die ook BMW en Kia doet. (hier is’t vrijdag en zaterdag weekend)
Bryan fietst van Londen naar z’n mam in Zuid Afrika. Met hem wisselen we wat info uit over de weg naar Saint-Louis. Een shortcut om de vreselijke stad Rosso te ontwijken lijkt hem ook wel interessant al weten we niet of dat doenbaar is met de fiets. Wij zullen in ieder geval proberen om er de weg te vinden. We wisselen blogs en e-mails.
Een Schot die hier ergens in de buurt woont en Engelse les geeft, zit hier af en toe op den hof. Hij vertelt ons over zijn tochten te voet met enkele kamelen door de woestijn. Van Kenia tot hier, het meeste te voet. Erna werd hij herder om kuddes voor andere mensen van hot naar her te brengen. Hij had ergens een kampement in de woestijn en leefde er van gedroogd fruit, couscous en konijnen. Na 2 jaar een kleine business te hebben opgebouwd werden zijn spullen gestolen door een afgunstige naburige familie. Daarom zit hij hier nu in Nouakchot om een beetje geld bijeen te werken. Hij speelt met het idee om reportages te maken op video. Getuigenissen van mensen in de woestijn die er als underdog leven. De documentaires zou hij aan BBC en andere geïnteresseerde zenders willen verkopen. Sparen voor materiaal is nu zijn eerst plan. Een wapen, een kameel, water en voedsel en dan het technische materiaal. Een exentrieke maar vriendelijke man. Vandaag zegt hij plots dat de president die op 6 augustus afgezet was terug vrij is en op zijn oude plaats zit. Hij verschuift een fles en enkele glazen op tafel en zegt: ”It looks different, but everything is the same. The puppet is back.” We kijken elkaar aan. We denken allemaal ‘t zelfde: “Waarschijnlijk is dit groot nieuws thuis en hebben ze veel stress. Maar hier merkt niemand er iets van.“
Onze nieuwe buren voor deze nacht is een Nederlands Duits koppel dat in een appelsienkleurig VW campertje rondtrekt. Overlanders hebben dus geen zware 4x4’s meer nodig. Afrika word bereikbaar voor iedereen. Het is een sympathiek koppel, Remko en Simone overladen we onmiddellijk met practische tips waar wij enige tijd naar gezocht hebben: er is een bankautomaat voor visa, een supermarkt, de vismarkt en de taxi erheen kost 500UM, je kan hier ook iets doen met kinderen op een school,…

We kunnen hier gerust nog langer blijven, maar Saint-Louis blijkt ook heel wat te bieden volgens onze gids, dus morgenvroeg gaan we toch maar weer verder op zoek naar een volgend stukje paradijs. (Gert)

Dinsdag, 18 november 2008

We nemen ons voor vroeg op te staan om zeker op tijd de grens met Senegal te nemen. Rosso, een grensstadje, staat beschreven als de hel, andere mensen in de hostal beamen dit. Daarom willen we de grens oversteken in Diama, een kleinere grenspost.
Blog ImageWe nemen een “shortcut” door een Nationaal Park. Ronduit prachtig! Schitterend! Geen woorden voor. Het lijkt ons een beetje een savanne. Een totaal ander landschap dus, dan de woestijn. Heel veel acacia’s. De piste even kwijt, teruggevonden, geen probleem. Plots een poel. Rondom massa’s dieren, weliswaar gedomisticeerd, we zijn nog niet in een leeuwenpark ofzo: koeien, kamelen, ezels, paarden en geiten. Heel mooi om te zien. Een fotoshoot waard! Wat verder komen we op de beroemde dijk die ze aangelegd hebben tussen Rosso en Diama. Links de oevers van de rivier, de Senegal, vol riet, rechts poelen. Vogels, vogels en nog eens vogels. Prachtig! De rivier is trouwens de natuurlijke grens tussen Mauritanië en Senegal. We wilden eventueel wel in het park kamperen, het begon al wat laat te worden, maar vanaf die dijk kun je geen kant op, overal water, dus doorrijden. Eens het park uit is er een politiecontrolepost. Hier was er ook iemand die ineens geld vroeg voor het park. Dat zou normaal gratis moeten zijn, maar ja. De man had reçukes en al. Een paar kilometer verder bereiken we de grens.

Hier begon voor ons de hel! Zowel langs Mauretaanse, als langs Senegalese kant, waren het allemaal bullebakken en afpersers. In elk hokje moesten we 10 euro betalen en deze keer gaven ze niet af. Er waren zelfs vriendelijke Senegalezen die voor ons wilden betalen, omdat die dachten dat we geen geld hadden !???? Voor de stempel in de carnet 10 euro, voor elk paspoort apart 10 euro enzovoort. Hoe we ook discussieerden of gewoon de kat uit de boom keken en wachten, er gebeurde niets. Geen geld, geen stempel, zo simpel als dat. Reçu’s kregen we niet, dus zowieso gesjoemel! Wat me het meest van al stoorde, was de onvriendelijkheid. Ze roepen tegen u nog voor ge iets gezegd hebt. ‘Betalen, zoals iedereen!!!’ Vroegen we uitleg, dan werden we afgesnauwd. En zoals sommigen wel weten, ben ik nu net iemand die echt niet tegen spanningen tussen mensen kan en ook niet tegen onfair behandeld worden. Voor mij was dit dus echt de hel. Wat moet Rosso dan zijn???? Het was ook al donker aan het worden, dus we konden geen kant op. ‘Je kan altijd terug naar België, als je wil, hé’, zei er één, ‘Geen probleem, aan jullie de keuze.’ Eikel! Op de koop toe wilden de douaniers van Senegal onze carnet niet tekenen. Terwijl volgens onze bronnen, Senegal juist het land is, waar dat de carnet voor auto's ouder dan 5 jaar verplicht is. We begrijpen er niets meer van. Ze smeren ons een ander papier aan dat 10 dagen geldig is en je daarna moet verlengen, voor weer 10 euro natuurlijk. Uiteindelijk zijn we ongeveer 50 euro kwijtgespeeld aan deze grenspost. Geen goed begin voor Senegal dus.

Nog even een kleine conclusie over Mauretanië:
In Mauretanië heb je de Moren en de zwarten. De Moren zijn altijd de overheersers geweest. Zelfs de dag van vandaag bestaat hier nog slavernij. Wat wij gezien hebben, is dat de Moren de zwarten als vuil behandelen. De Moren zijn in onze ogen onvriendelijke mensen met een arrogante air over zich. De zwarten waren steeds heel vriendelijk tegen ons.
Nouadhibou viel zwaar tegen. Nouakchot beviel ons echter wel.
Voor wie van woestijn houdt, is Mauretanië een aanrader.
Mauretanië
is duur in vergelijking met bijvoorbeeld Marokko!

Laat het wel duidelijk zijn dat onze conclusie, die van ons is en wij verblijven uiteindelijk maar een heel korte tijd in een land. Eigenlijk zouden we dus niet mogen veralgemenen, maar omdat we ook maar mensen zijn, doen we dat automatisch toch. (Veerle)


  • Comments(10)//www.tamtamafrikan.be/#post23

Een zee van zand

MauretaniëPosted by veerle Tue, November 11, 2008 21:03:26
Zondag, 9 november 2008

De vorige keer dat we op het internet waren, zijn we wat blijven plakken, met als gevolg dat het te laat was die dag om nog naar Essaouira te vertrekken. We besloten naar Lalla-Takerkoust te rijden om daar te overnachten bij Fransen, een aanrader van onze apotheker. Tegen dat we daar aankwamen, regende het. Je zag niets van het mooie uitzicht op de bergen. De camping was dicht! Het begon donker te worden. We volgen een pijl naar een guesthouse en farm. Een boerderij, daar zullen we wel kunnen kamperen, was ons gedacht. Na wat navragen in het dorp, stapt een jongetje mee in en wijst ons de weg. We arriveren bij Belgen, Walen! Normaal kan je er niet kamperen en een kamer is peperduur. Het is allemaal wel heel verzorgd, een beetje kuuroordachtig, maar zonder kuren. Jnane wil ons wel uit de nood helpen en we mogen kamperen op het domein en het sanitair van het zwembad gebruiken. ‘s Avonds kruipen we bij de haard en vertellen elkaars avonturen. ‘s Morgens kregen we een overheerlijk ontbijt met zelfgemaakte konfituur, geitenkaas enz. Toch teveel voor onze portemonnée, dus wij vertrokken naar Essaouira.
Blog ImageEssaouira is inderdaad heel erg mooi. Van de camping naar het stadje is een heerlijke strandwandeling. De camping ligt naast de vuurtoren. De vissershaven is superpittoresque. De zonsondergang was geweldig. Een aanrader, Essaouira. Je ziet er ook heel veel Marokkaanse toeristen. Spijtig genoeg zijn ze er een soort Blankenberge van aan het maken: een dijk, hotels, appartementen. Het maakt deel uit van het grote plan om de kust aantrekkelijker te maken voor toeristen. Tja, je kan het ze niet kwalijk nemen natuurlijk. En wij doen doen er uiteraard aan mee.
Op onze camping kwamen we Peter, de Engelsman, weer tegen. We hadden hem al ontmoet in Chefchaouen. Hij was verder getrokken met de Zuid-Afrikanen, Jason en Kelly en Jonnie en Zanna. Uiteindelijk zijn ze opgesplitst in twee groepen: hij en de Zuid-Afrikanen samen. Zij vonden namelijk dat de anderen te traag gingen en zij hielden van crossen in de duinen, maar de anderen minder. Eigenlijk is hij een Land Rover freak. Voor de kenners: een ‘one life, live it’ man. Ik denk dat wij beter zouden gepast hebben bij ‘de tragen’ ☺ En wie stond er nog te blinken op de camping? De Zweedse pinkbussen! Er stond ook een bus met twaalf daktenten!
Eén nadeel aan Essaouira: heel strakke wind!!! Prima om te surfen! Bart van Vanessa, iets voor jou?!

Een historische noot voor de liefhebbers:
Orson Wells nam hier zijn film ‘Othello’ op.
Jimi Hendrix en Cat Stevens brachten door hun bezoek veel hippies na hen mee naar hier.
Aan Essaouira liggen de purpereilanden. Zo genoemd naar de purperslak. Bekend in het Romeinse Rijk, want paarse stoffen duidden op een verheven sociale status.
In de middeleeuwen woonden er in Essaouira 17 000 joden en 10 000 moslims. De joden hadden het monopoly op de graanhandel met de christenen. Ze waren ook de tussenpersonen voor de sultan en de vreemde mogendheden. Ze werden ‘handelaren van de koning genoemd’.
Ooit was Essaouira dè haven voor Timbouctou, maar ten tijde van de Franse kolonisatie is Essaouira teloor gegaan, omdat andere havens belangrijker werden (Casablanca, Tanger, Agadir). Met succes zijn ze in Essaouira toen overgeschakeld op visvangst.
In Essaouira leven veel Gnaoua’s, afstammelingen van vroegere negerslaven. Ze werden aan het werk gezet in de suikerfabrieken rond Essaouira.


We krijgen meer en meer drang om naar het zuiden te trekken. Lang blijven we dus niet in Essaouira. Onze volgende stop is in Agadir. Niet om te slapen, maar voor de supermarkt! We overnachten in Tiznit.

In Tiznit nemen we een mooie gele weg, naar Fort Bou Jerif, op aanraden van Peter. Fort Bou Jerif is een oud Frans fort in de middle of nowhere. Een beetje verder een supergrote chique camping, uitgebaat door, jawel Fransen. Om er te geraken moet je 12 km piste doen. Deze keer hadden we er voor gekozen en dan is dat allemaal niet zo erg! Het was trouwens niet zo’n moeilijke piste in vergelijking met wat we al gedaan hadden in de bergen.
Het uitzicht aan Fort Bou Jerif is prachtig, eindeloos. Maar ook hier weer veel te veel wind! In hun folder staat: altijd een briesje, nooit te heet. Ge vliegt bijna van uw sokken! In de Trotter stond dat we aan de uitbaters hier info konden vragen in verband met de oversteek door de Westelijke Sahara naar Mauritanië. We spreken de man aan. ‘Mauretanie? C’est toujours tout-droit au Sud.’ Hmmm, dat was het dan. ‘Oh ja, alcohol moet je echt goed verstoppen. Daar houden ze niet van aan de grens.’
Fort Bou Jerif is wel ok, maar toch niet wat ik zoek. Ik voel me niet zo goed in mijn vel. Ik realiseer me dat ik op zoek ben naar rust, naar een plek waar we een tijdje kunnen blijven. Eigenlijk een paradijsje. Ik weet ook dat dat de komende dagen er niet zal inzitten, want ons visum voor Mauritanië loopt 26 november ten einde en we zouden daar toch ook graag wat tijd doorbrengen.
Het fort zelf is wel super! Vrij te bezoeken, gewoon een ruïne, niemand in de buurt, zalig genieten.

We trekken verder en belanden op Tan Tan plage. Een keitoffe kleine camping naast de zee, uitgebaat door locals en megaproper. Boven de deur van het toilet was netjes geschilderd CW. Ah ja, ze lezen hier van rechts naar links, hé. De weg richting Tan Tan was al het begin van de woestijn, prachtig.
Op de camping worden we uitgenodigd voor thee door Abussi, Mohammed en Ferry (eigenlijk Abdullah, maar als kind speelde hij graag met een boot, vandaar). Drie mannen uit Dakhla die de vis in Tan Tan komen controleren voor de uitvoer naar Spanje. Het zijn drie schatjes, zeker Abussi. Hij is zo vriendelijk!!! Hij vind het fantastisch om Spaans te kunnen spreken met ons. Wel, Gert spreekt, ik luister en versta! De man geniet ervan, wij ook. Hij vertelt dat het onder de Spanjaarden veel beter was, dan nu met de Marokkanen. Dat mogen ze wel niet luidop zeggen of ze vliegen in het gevang. Raar toch hoe de geschiedenis loopt. Wij zouden denken dat ze liever bij Marokko horen, niet dus. Ze zijn er fier op, mensen van de Sahara te zijn! De berbers vinden ze maar niks. Misschien is dat het probleem, rivaliteit? Ze grappen: ‘Och, misschien horen we ooit wel bij België, whatever, wij zijn Saharien!’
We kregen ook uitleg bij de thee door Abussi: ‘Wij drinken altijd drie kopjes: het eerste voor het harde leven, het tweede voor de liefde en het derde voor de dood.’ Ferry moeit zich: ‘Nee, eerste… dan..’ Mohammed moeit zich. Enfin, een hele discussie in het Arabisch, die we niet meer konden volgen. Daarna volgde een nieuwe discussie over hoeveel kopjes ze ons nu al hadden aangeboden. Dan vroegen ze het maar aan ons zelf, einde discussie. Plots kijken ze zeer serieus en geïnteresseerd naar de televisie. Het is een soort schoolTV over de botten van een man en een vrouw vanaf het bekken tot beneden.
En ik? Ik voel me een beetje thuiskomen. De woestijn en zijn mensen. Het heeft iets dat me raakt.

De volgende dag rijden we langs Tarfaya. Vroeger was dit een Frans luchtpoststation tussen Toulouse en Dakar. Antoine de Saint-Exupéry was hier gestationeerd. ‘Courrier Sud’ heeft hij hier geschreven. De inspiratie voor ‘Le Petit Prince’ vond hij ook hier: een piloot gestrand in de oneindige woestijn. Nu staat er een monument van een vliegtuigje ter herdenking op het strand.

Die avond kamperen we bij de Luikenaars Luc en Martine. Zij wonen in de buurt van Daoura, 5 km piste vanaf de grote baan. Een fantastische plek!!! In de woestijn, aan een bron met watervalletje. Vlakbij is een groot zoutmeer. Het zand en het water zijn dan ook doordrongen met zout. Het is er ongelooflijk mooi en rustig. Luc en Martine leven zelf heel eenvoudig, met een paar geiten. Geen reusachtig kasteel, zoals op de vorige buitenlandse campings, maar een klein huisje. Chapeau!
We hoorden weer een raar geluid aan onze auto, maar werden geholpen door een Fransman met Land Rover. Niets ernstigs, misschien vervangen in Dakar ofzo.
Van een Engelsman met mobilhome kregen we een stapel Land Rover magazines. Hij had ook al gereisd met zijn Land Rover, was nu met een mobilhome, maar wou er weer vanaf.
Komt daar ineens lustig aangereden: een Smart! Stapt daar uit die Smart een keigrote met een lange grijze baard! Waar slaapt hij? In zijn Smart!!! ‘t Was een Duitser. Bizarre mensen op de wereld!
Vervolgens vijf Hollandse racewagens. Amsterdam-Dakar staat erop. De rust begint al te verminderen. Belt er één naar huis, luid zodat heel de camping het kan horen (lees met Hollands accent): ‘We zitten hier echt in the middle of nowhere. Er zijn hier alleen wat overlanders. Dan zie je geen huis in de omgeving, stappen daar ineens twee mensen! Waar gaan die naar toe, denk je dan?! Ongelooflijk, jo!’
‘s Avonds laat als we al een tijdje in onze tent liggen, wordt de rust pas echt verstoord. Twee auto’s met luid boenkende muziek parkeren zich naast ons. Deur open, muziek hard, luid babbelen. Wij ergeren ons. Dat doe je toch niet, niet voor je buren en niet op zo’n rustige plek in de natuur. De volgende ochtend schamen we ons dood: het zijn Belgen! Maken dat we weg zijn, hier willen wij niet mee geaccocieerd worden.

De volgende avond slapen we op een camping in Boujdour, op aanraden van een koppel Duitsers. Het is een spiksplinternieuwe camping, heel proper, zelfs ingedeeld in vakjes, precies Europa. Wij vinden dat niet zo geweldig, maar we kunnen ons voorstellen dat Duitsers dat heel goed georganiseerd vinden. De eigenaars zijn heel fier en hebben een modern kantoor met computer, internet, printer en al. Goed is dat ze drinkbaar water hadden om onze bidons mee te vullen, want tot hier toe was het water aan de kust heel zout, niet lekker voor de koffie ‘s morgens! Op de camping werkte een gast die veel met een kruiwagen moest rondrijden. De kruiwagen piepte echter uren in de wind! Kriepkriepkriep, een snerpend geluid. Gert smeerde er wat WD40 op en de man was doodgelukkig!

De cap van Boujdour is bekend om de vele schepen die er stranden. Langs de weg kan je er verschillende zien liggen. Eén zijn we van dichtbij gaan bekijken, wel tof, precies een spookschip.
Blog ImageEen historische noot voor de liefhebbers:
In 1815 strandde een schip voor de kust van Boujdour. De overlevende bemanning werd gevangen genomen door nomaden en gebruikt als slaven. Ze maakten een tocht van 1200 km door de woestijn, overlevend op slangen, urine, bloed en kamelenmelk. In Essaouira verkregen ze hun vrijheid. James Riley, één van de bemanningsleden, schreef er een boek over: ‘Sufferings in Africa’. Abraham Lincoln had naar het schijnt drie boeken die hem het meest hebben getroffen:’ De Bijbel’, ‘Aesops fabels’ en ‘Sufferings in Africa’.


We rijden verder richting Dakhla. Zou daar het paradijs zijn? Veel mensen zeggen van wel. Iedereen gaat uitrusten aan de baai van Dakhla.
Onderweg zien we een zeer raar fenomeen: een Braziliaan op een go-cart! Hij wil in 2010 aankomen in Zuid-Afrika voor de wereldbeker! Ge ziet er zijn mensen die veel zotter zijn dan wij! Ook hij gaat uitrusten in Dakhla.
Er zou een parking zijn aan de baai waar iedereen bij elkaar komt, waar het zalig is en waar je niet moet betalen. Op die parking stonden veel mobilhomes, met mensen die daar hun vakantie kwamen doorbrengen, wat bakken in de zon. Wij besloten één nacht op de camping te verblijven, want we hadden water nodig om onze was uit te spoelen. We hadden immers onze was op het dak in een waterdichte zak gestoken, met water en wasmiddel dus, een Gert wasmachine. Ik moet zeggen, het werkte goed!
Die nacht waaide het zo hard, dat we niet meer in Dakhla wilden blijven en doorreden de volgende dag. Waar is dat paradijs toch?
Blog ImageWe waren gewaarschuwd dat je vanaf Dakhla absoluut niet van de weg mocht gaan, want dat het daar vol mijnen ligt. Alle verschillende overheersers ooit hebben er mijnen gelegd en niemand weet nog waar. Inderdaad stonden er langs de kant waarschuwingsbordjes.
Blog ImageVoor de rest is heel de weg door de Westelijke Sahara eigenlijk poepsimpel. Een supergoede asfaltweg! ‘Toujours tout-droit au Sud’ klopt dus wel. Regelmatig zijn er politiecontroles. Er is de gewoonte dat toeristen zelf een fiche maken met alle gegevens op uit hun paspoort. Dat spaart tijd voor iedereen. Zo moet je alleen de fiche afgeven en niet nog een heel formulier invullen. De politiemannen zijn altijd heel vriendelijk, behalve als je niet snel genoeg vertraagd, zoals Gert eens deed! Hij was echt kwaad die agent. Bezig over geen respect en dit en dat.

Ondertussen wisten we dat er tussen Dakhla en de Mauretaanse grens een pompstation is, la dernier station, waar iedereen overnacht voor de laatste etappe. Naast de weg gaat immers niet, vanwege de mijnen.
Ze zijn daar een megahotel aan het bouwen met 260 kamers. Er is zoveel aan het veranderen, sinds 1992, toen de eerste toeristen de Westelijke Sahara doorkruisten. De douanier in het toenmalige kleine grenspostje verschoot zich een bult die dag. Nu is het allemaal al gewoon en begint men stilletjes aan in te spelen op het toerisme. Niks meer aan.
Het landschap onderweg vind ik geweldig. Veel mensen vinden het saai. Wel, ik niet.
De eigenaar van het hotel, een man op krukken, was heel vriendelijk. We mochten zonder probleem op de parking kamperen. Hij wees het rustigste plekje en stak een buitenlamp voor ons aan. Grappig hoor, naast zo’n pompstation!
We ontmoeten er Anna en Mat, Engelsen. We besluiten ‘s morgens samen de grens over te steken. Tussen de Marokkaanse grens en de Mauretaanse is immers een paar kilometer piste, zonder wegaanduiding en met mijnen. We dineren gezellig samen in het wegrestaurant.
Voor we gaan slapen, verstoppen we onze fles Champagne onder mijn doosjes met tampons. We hopen dat de douaniers daar niet durven te zoeken.

Aan de Marokkaanse grens moeten alle mensen een fiche invullen en paspoort met fiche afgeven. We helpen een paar zwarten, die de fiche niet begrijpen. Na een half uurtje brult er ene uit een kotje de namen van de personen die hun paspoort mogen komen halen. Iedereen staat er opeengepakt om te horen welke naam volgt. Als je niet snel genoeg reageert, wordt de brullende man slecht gezind. We staan in de broeiende zon.
Eens je paspoort gekregen, moet je langs de douane voor het uitschrijven van je auto en controle van de bagage. We moesten gewoon het portier eens open doen. ‘Niets aan te geven?’ ‘Nee’ ‘Echt helemaal niets?’ ‘Nee’ ‘Ok, rijd maar tot bij de gendarme.’ Daar moesten we nog eens aanschuiven (met een nummertje!) en het roze papier laten zien.
Uiteindelijk twee uur later beginnen we aan de piste. Op dit stuk niemandsland zie je massa’s uitgebrande auto’s! Van de mijnen! Wel wat griezelig. Maar we geraken er snel en makkelijk door.
Blog ImageAan het eerste kotje van de Mauretaanse kant vliegen Anna en ik weg. ‘Alleen de chauffeurs!’ Wij moesten dus in de zon wachten. Maar ja, we zijn ook maar vrouwen, hé. Tweede kotje, paspoortcontrole, hier kregen we thee! Derde kotje, een houten barak, douane. De man vult de carnet in en vraagt 10 euro. Wij weten dat dat niet hoeft als je een carnet hebt. Een onvriendelijke gast kijkt onze auto oppervlakkig na. ‘Alcohol bij?’ ‘Nee, natuurlijk niet.’ ‘Hmmm, nu gaan betalen.’ Terug aan de barak houden we vol. Wij hoeven niets te betalen. Zij houden ook vol. ‘Krijgen we dan een reçu?’, vraagt Gert. Plots gaan ze een hogere pief halen. Die zegt: ‘Het boekje met reçubriefjes is net vandaag op.’ ‘Dan wachten we wel tot morgen.’ ‘Allée, ga maar door!’ en hij glimlacht eens.
Nu nog een autoverzekering kopen. In een piepklein barakje met een hoop sjacheraars er rond, want de verzekering betalen moet met Mauretaans geld. Eerst dus geld wisselen aan een slechte koers en dan verzekering betalen. We krijgen wel weer thee.
Ook deze douanepost duurde al bij al twee uur, in de hitte, want ondertussen zijn we echt wel in de hete Sahara aangekomen.

Nog even een kleine conclusie over Marokko:
Marokko is heel westers, supergemakkelijk om te reizen, goede wegen, goedkoper dan Europa, je vindt er alles wat je nodig hebt.
De Marokkanen zijn heel vriendelijke mensen! Altijd overal gemeend welkom. Iedereen wuift. Ook de agenten zijn echt behulpzaam.
In oktober 2008 was het er slecht weer! Marokko is dus geen garantie voor een zonvakantie!


Veilig de Westelijke Sahara doorgestoken dus en aangekomen in Nouadhibou, bij de auberge van Ali waar ge ook kunt kamperen. Ali wordt als heel vriendelijk beschreven in de Lonely Planet. Wij vinden hem nen uitbuiter en niet sympathiek. Al snel ontdekken we dat Mauretanië duur is, duurder dan Marokko! Logement is duur, brood is duur, gidsen, alles. We komen dit te weten door Renée (mama), Michaël (papa), Daryl (zoon), Jodie (dochter) en Philip (vriend). We waren hen al vluchtig tegengekomen in Boujdour. Het gezin reist met een oude mobilhome, Philip met een camionette. Ze wonen in Frankrijk, maar Renée is Nederlandse. Het is reeds de vierde keer dat ze een dergelijke trip maken met de bedoeling van hun auto’s te verkopen in Afrika. Zo’n oude wagens verkoop je voor veel meer geld hier, dan in Europa. Big business, wel triest, vind ik.
We worden uitgenodigd voor de aperitief en zo groeit het idee om samen een gids te betalen om naar het Parc National du Banc d’ Arguin te gaan. Dit is een kuststrook tussen Nouadhibou en Nouakchot waar de trekvogels onderweg van Europa naar Zuid-Afrika rusten. De gids kost 120 euro, per auto 40 euro dus. Eerst nog een stuk de weg volgen en dan ongeveer 40 km door de woestijn. Michaël en Philip vragen onze zandplaten te mogen zien. Goedgekeurd. De volgende ochtend vertrekken we.
Blog ImageDat stuk door de woestijn, supertof! Ik ben in mijn element. Oneindige woestijn! Heel makkelijk om door te rijden trouwens, omdat de gids weet waar de duinen zijn natuurlijk.
Oei, Philip blijft achter. Even gaan kijken. De camionette start niet meer, alle twee de batterijen plat. Geen nood, Michaël haalt zijn startkabels boven, probleem opgelost.

We komen aan bij Cap Tafarit. Het is hier wondermooi! Een helderblauwgroene zee in een baai, rustig, mooi weer, warm met een zacht briesje. Heerlijk. We zien een paar mooie vogels en reuzegrote krabben. Ik heb er in elk geval nog nooit zo’n grote gezien. Zou dit het paradijs zijn? We besluiten hier twee nachten door te brengen. Die twee avonden eten we verse vis. Twee gevangen door onze Franse vrienden! De andere gekregen.
Het is hier zo zalig dat Gert en ik besluiten om nog wat langer te blijven. Na de tweede nacht nemen we dus afscheid van de Fransen. We zullen wel een manier vinden om terug op de weg te geraken. We logeren trouwens aan een soort kampement. Er zijn hier een paar bedoeïenententen opgesteld waar je in kan slapen. Er is ook een toilet en douche die niet marcheren. Dat is niet erg voor ons, de duinen voor een kakje en de zee om ons te wassen zijn goed genoeg! Wassen in de zee is zelfs leuk! ‘s Morgens opstaan en een duik in de zee. Er woont hier een gendarm, daar moeten we 1200 UM (4 euro) per persoon per dag aan betalen als entree voor het park. Hij spreekt ook van betalen voor het kamperen, maar dat zullen we nog wel zien. Betalen voor wat? Wij gebruiken niets en voor de lucht, de zee en het zand betalen we al.

Deze morgen, de Fransen waren net vertrokken, begint het te waaien, te overtrekken… Het regent niet en het is heet, maar de wind is zo hard dat het zand in het rondvliegt. Daarbovenop worden we ineens overvallen door massa’s vliegen. We kruipen dan maar in de tent. Heel de dag heeft dit geduurd, de pret was over. Ik ben teleurgesteld, krijg een dipje, of eerder een grote dip. Ik bedenk dat ik het paradijs al lang gevonden heb, zonder het te beseffen, dat het thuis is. Het enige leuke vandaag was een blitsbezoek van drie Mauretaniërs uit een naburig vissersdorp met vier Italianen. De locals kwamen aangestoven met hun auto, stapten uit en zetten thee. Wij werden direct uitgenodigd. Gezellig kletsen en grappen. Precies een beetje Wadi Rum. En zoef, ze zijn weer weg. ‘Wadi Rum, dat is eigenlijk ook wel het paradijs,’ bedenk ik dan. Nele, als je ze nog hoort ginderachter, zeg het hun dan maar, dat ik het gezegd heb, dat ik nog geen plek zoals Wadi Rum gevonden heb, dat ik ze nooit ofte nooit zal vergeten, dat ik ooit terugkom.
Nu is het avond, de wind is gaan liggen, de vliegen zijn gaan slapen. We zullen zien wat de dag morgen brengt.


Dinsdag, 11 november 2008

Uiteindelijk zijn we gisteren vertrokken. De gendarm is niet meer langs geweest, dus we hebben niets meer betaald. Pech voor hem!
De piste van 45 km naar de asfaltweg door de woestijn hebben we zelf, zonder gids, gereden. Van een piste kan je nauwelijks spreken. Je moet echt wel heel goed kijken waar de tracks lopen. Even dachten we de ‘goudron’ te zien, maar ‘t was niet. Al bij al gevonden en dus geen probleem.
Vervolgens lustig op weg richting Nouakchot. Een warme, maar leuke rit. In onze auto, op weg, vind ik het ook wel een beetje paradijs.
Ik moet pipi doen en Gert rijdt dus van de weg. ‘t Is nie waar, hé, tien meter van de asfalt zitten we vast! Rijden we 45 km in de woestijn, geen probleem, maar effe langs de kant voor pipi en lap, vast. Banden aflaten, graven en hop eruit!
Wat later kruisen we Belgen op de baan. Ze stoppen. Blijken ze op trot te zijn met onze gids Ahmed. Hij had gezegd: ‘Stop, het zijn de Belgen!’ Onze landgenoten waren de orginasitoren van de race Brussel-Benin met de geiten! Waar Chris en Igor aan meegedaan hebben. Nu rijden ze evenwel niet meer door Algerije, maar langs Marokko en Mauretanië. We krijgen nog wat tips om Nigeria te doorkruisen, wisselen e-mails uit en nemen afscheid.
In Nouakchot rijden we Auberge Menata binnen en wie staan daar? Onze Franse vrienden! Weer gezellig samen gegeten gisteravond en dan zijn we nu, vandaag. Seffens gaan we naar het internet om dit alles op de blog te zetten. Daarna een bezoekje aan de vissershaven, zou de moeite zijn.
Het is hier trouwens een heel gezellige bedoening in deze auberge, een backpackersmentaliteit, een klapke doen met iedereen, ervaringen en verhalen uitwisselen, en alles rustig aan… Leuk om op adem te komen!
Blog ImageEén dezer dagen rijden we door naar Senegal, Saint-Louis. Matty, here we come!






  • Comments(5)//www.tamtamafrikan.be/#post22