tamtamafrikan

tamtamafrikan

Onze Blog

Wilde en andere avonturen op onze rondreis door West-Afrika.

België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauretanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Mali, Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Nigeria, Niger, Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Marokko, Frankrijk, België

Spannende avonturen aan "La petite côte"

SenegalPosted by veerle Fri, November 28, 2008 22:42:53
Dakar is verschrikkelijk vermoeiend. Veel mensen, veel smog, veel file, veel drukte… Vooral veel achtervolgers: voortdurend, elke minuut wordt je aangesproken, om iets te verkopen, om een praatje te maken, om te gidsen, om … vermoeiend, echt niet tof. Van alle grootsteden, die ik al gezien heb, is dat hier het ergste. Wat doe je dan? Vluchten in ‘Europese’ cafékes, te duur voor de gewone man, maar eigenlijk ook peperduur voor ons, dus het geld vliegt de deur uit.
Om 5 uur ‘s morgens dus vertrokken. Toch al file onderweg, maar waarschijnlijk minder dan een paar uur later. Na even zoeken, arriveren we om half 8 in het centrum. Het is net licht geworden. We ontbijten ‘Chez Maxime’, een aanrader van Matt en Anna en inderdaad lekker.
Vervolgens met een taxi naar de ambassade van Mali. Onze auto laten we achter op een bewaakte parkeerplaats. We geven alles af op de ambassade. We moeten woensdag rond 11 uur terugkomen.
Op naar de volgende post om onze passavant te laten verlengen. Weer geven we alles af, straks terugkomen om 16 uur.
Ok, we zitten dus vast in Dakar tot 16 uur. We gaan iets drinken in het Frans Cultuurcentrum, weer een aanrader van Matt en Anna, gezellig en vooral rustig, weg van alle opdringerige Senegalezen.
Daarna lopen we eens langs ‘la gare central’, een heel tof oud gebouw. Je waant je in een film. Een rustig stationnetje, een buffet waar wat mannen zitten te kletsen. Er passeren maar twee treinen: Dakar-Bamako en Dakar-Thies.
Blog ImageWe doen weer een hoop dure inkopen in de supermarkt en gaan dan iets eten bij ‘Ali Baba’, het plaatselijk fast food restaurant met hamburgers en shoarma’s. Lekker, goedkoop en echt locaal.
Als we buiten stappen bij ‘Ali Baba’ staat een verkoper ons op te wachten. Hij had ons daarvoor al gevolgd en was dus buiten blijven staan. Wij duiken een ijssalon met airco in. Wij zijn niet zo voor airco, maar deze keer deed het deugd. De ijsmilkshakes waren zalig! En natuurlijk duur.
Nog een uurtje wachten. We wandelen richting La Place d’ Indépendance. Een man duwt een kettinkje in Gert zijn handen. ‘Hier, voor uw vrouw.’ ‘Nee, dank u.’ ‘Ja maar, je moet er niets voor betalen.’ ‘Nee, dank u.’ ‘Wilt ge het niet ofwa?’ zegt hij beledigd en hij stopt nog meer kettinkjes in mijn handen. ‘Van mijn dochter voor u.’ ‘Nee merci!’ en ik geef het terug. ‘Mag ik wat geld voor de baby?’ ‘Hoe? We moesten toch niet betalen?’ ‘Nee, nee, niet voor de ketting, maar voor de baby!’ Deuu?! We geven hem 200 CFA. ‘Mag ik nog 100?’ ‘Hey makker, hoepel op!’ We geven alles terug en trappen het af. Zo gaat het dus voortdurend met onwetende, naïeve toeristen. Frustrerend.
We zetten ons in de schaduw van een boom en drinken een kruidige koffie. Daar lopen gasten mee rond. Die zetten u niet af. Hun klanten zijn immers voornamelijk locale mensen. De koffie is heerlijk. Een echte opkikker. Plots laten de mensen ons ook met rust. Ergens zitten naast andere Senegalezen, met een lokale koffie en ‘t is precies ok. Raar, hé. We zien toch nog altijd even wit en zijn nog altijd even rijk?
‘t Is vier uur. We pikken onze passavant op. Moeten niets betalen!
Wegwezen, naar huis! Je ziet het, Dirk, we voelen ons al thuis in jouw huis!

Die avond eten we bij ‘Sobo Badé’, een aanrader van Sylviane. De eigenaar heeft een kunstig gebouw neergezet, echt over nagedacht, gezellig, op een klif. Je merkt het dan ook aan de prijzen. Er komen zowel blanken, als rijke Senegalezen. De petit côte is immers een soort Knokke, maar dan veel rustiger. Veel huizen van rijke Dakarenaars, die af en toe de stad ontvluchten. En blanken dus. In deze dorpjes ontmoeten rijk en arm elkaar. Soms gaat dat goed, soms loopt het fout.
Zo hadden we een interessant gesprek met Sylviane. We vertelden haar het verhaal van Moussa, Alima en baby Ousman aan Lac Rose. Dat zij voor Fransen werken en geen deftig huisje hebben enzo. Dat we dat zo’n raar verhaal vonden. Of dat waar zou zijn of overdreven? Sylviane zucht. ‘Het zal zeker waar zijn,’ zegt ze, ‘Het is verschrikkelijk. De kolonisatie is nog niet voorbij. Ge moet het niet denken.’ Ze vertelt horrorverhalen. De meeste Fransen, niet allemaal, maar de meeste, kijken nog altijd neer op de zwarten en misbruiken hun werknemers. Ze praten over ‘ma Fatou’ of ‘ma bonne’. Fatou is een veel voorkomende vrouwennaam, dus noemen ze alle vrouwelijke werkneemsters in huis ‘Fatou’. Alsof ze bij ons tegen alle poetsvrouwen ‘mijn Maria’ zouden zeggen. Echt beledigend. Sylviane kent mensen die in Europa zelf metselaar of bakker waren en zich hier niet waardig achten om met die mensen te praten. We beginnen te snappen dat de mensen ons uitschelden voor racist… Het is triestig. Diamma, een metselaar, had grote ogen getrokken toen hij zag dat Senegalezen en blanken samen rond de tafel zaten bij Sylviane. Sylviane wordt dan ook scheef bekeken door de high society hier. Sinds ze getrouwd is met een Senegalees ligt ze er helemaal uit. Wij beginnen ons steeds beter te voelen bij Sylviane!

Die nacht schrik ik recht in mijn bed. Ik hoorde een harde klap ‘bang’ tegen de tralies van ons venster. Gert is ook wakker. Nog eens ‘bang’. Eerst geritsel en dan ‘bang’. ‘Wat is dat?’ vraag ik. ‘Niets, ga maar liggen,’ zegt Gert. ‘Bang’! ‘Maar wat is dat???’ ‘Een krekel ofzo die tegen het raam vliegt.’ ‘Ok.’ Ik ga even naar ‘t WC en val weer in slaap.
De volgende ochtend hilariteit op het erf. We worden wakker gemaakt door Cher. ‘Kom kijken, kom kijken!’ Een krekel, no way josé, een inbreker! Het traliewerk voor ons raam was volledig verwrongen, de ramen opengeschoven. Dit geeft een heel raar gevoel in de buik. In de kamer waar wij sliepen, hebben ze proberen in te breken! Het rare is, dat niets verdwenen is, terwijl hij zo binnen kon. Binnen handbereik lagen er spullen te grabbel. Niets is weg. Blog ImageCher zegt dat hij vannacht rond drie, vier uur iets op het dak gehoord had, maar dat hij dacht dat wij dat waren. Die avond hadden we immers naar de sterren gekeken op het dak. Romantisch, denk je? Niet met een fotograaf naast u! Gert beweert ditzelfde geluid de vorige nacht ook gehoord te hebben. Zal de dief de komende nacht zijn werk komen afmaken?
Sylviane wordt verwittigd. Dirk wordt verwittigd. Sylviane haalt de politie erbij om een klacht neer te leggen. De politiemannen zijn bullebakken in mijn ogen, vooral ene. Hij kijkt mij niet aan, babbelt alleen tegen Gert. Kijkt heel de tijd kwaad en begint dan Cher uit te schelden, dat hij geen goede guardien is. Ok, misschien goed, dat hij terug wat allerter wordt nu, maar het was echt op een dégoutante manier dat die bullebak dat zei. In elk geval gaat er ene niet slapen vannacht! De lasser was net vertrokken naar Dakar. Hij zou pas de volgende dag het traliewerk kunnen komen repareren. Cher vraagt drie vrienden om hem die nacht gezelschap te houden. Spannend! Eerlijk gezegd was ik er een beetje ondersteboven van. Vooral dat het in de kamer is waar wij slapen, vind ik echt wel griezelig.

In de namiddag vraagt Sylviane of Gert foto’s wil trekken van haar werk om in foldertjes te zetten en zo, om te laten zien wat hun organisatie precies doet. Sylviane werkt voor de Belgische ngo Volens. Zij werkt vooral met de vrouwen uit de dorpen. De mensen hier leven van de visvangst, maar er is steeds minder en minder vis en het leven wordt duurder. Vroeger kwam een gezin toe met 1000 CFA (1,5 euro) voor één dag, nu gaat dat tot 2500 CFA (3,5 euro). We spreken dan over overleven. Volens zoekt andere inkomsten voor de vrouwen. Een project is batikken. Wij mochten dus gaan bekijken hoe dat in zijn werk gaat. Heel tof! Natuurlijk hebben we er een mooi stofje gekocht. We hebben op onze reis nog bijna geen souvenirs gekocht, maar dit vonden we uniek en de moeite. Sylviane bevalt ons nog meer, ngo werkers vinden elkaar.
Blog ImageOndanks alles slapen we die nacht goed. De inbreker is niet teruggekomen. Oef!
Het is woensdag, dus we moeten weer naar Dakar om ons visum van Mali op te halen en dat van Burkina aan te vragen. We zien er tegenop. Omdat we pas om 11 uur in de ambassade van Mali moeten zijn, wagen we het erop en vertrekken om 8 uur. We geven Sylviane een lift tot in Rufisque. Het is precies minder druk dan om 5 uur. In elk geval niet slechter. Blijkbaar maakt het dus niet veel uit, maar we hebben langer kunnen slapen en het is al licht, toch beter. We krijgen ons paspoort terug van Mali en gaan onmiddellijk naar de ambassade van Burkina. Hier treffen we een supervriendelijke dame. Heel rustig, behulpzaam, lief… We zeggen haar dat ook en ze is geflatteerd. Als we zeggen dat we waarschijnlijk kerstmis en nieuwjaar in haar land gaan vieren, kan de pret niet meer op. De meeste overlanders gaan hiervoor naar Ghana, maar wij zullen dat niet meer halen. We krijgen zelfs een multiple entrée voor de prijs van één entrée. ‘Dan kan je Burkina Faso goed leren kennen,’ zegt ze. Wij kijken er al naar uit! We hebben nog al gehoord dat dat een tof land is. Ook de eerste keer ooit dat we de begindatum van het visum zelf konden kiezen. Binnen twee uur mogen we terugkomen om ons paspoort op te pikken. Een beetje verder gaan we iets eten in een restaurantje. Het is een ambassadeurs restaurant, chique dus, maar niet heel duur. Leuk eigenlijk. We eten iets en schrijven wat kaartjes.
Om twee uur keren we terug naar de vriendelijke dame en dan naar huis.
Deze keer viel Dakar goed mee. Ah ja, we zijn niet in het centrum geweest! We beginnen onze weg al wat te kennen.

In Dirks paradijs beginnen we het ook al wat te kennen, beetje bij beetje.
De mensen: Cher, zijn drie vrienden, alias broers, alias helpers, Diamma, de metser, de guardien van Sylviane en Sylviane zelf, Oum de Vietnamees, Baba Kar van het winkeltje voor brood en eieren, de marktvrouwen, de eigenaar van de superette, de lasser...
De lasser kwam net langs toen wij van Dakar terug kwamen. Deze nacht kan iedereen dus weer op twee oren slapen!
De oceaan beginnen we ook beter te kennen. Wanneer het hoog en laag tij is enzo. Wanneer we dus wel van de superette langs het strand terug kunnen wandelen en wanneer niet. Je kan het je misschien al voorstellen? De eerste keer wij zeiknat van de golven die tot tegen de rotsen crashen. Wachten tot de golf wegtrekt en keihard lopen naar het volgende veilige stukje! Heel gevaarlijk eigenlijk, maar wel plezant! Nu gaan we toch alleen nog maar bij laag tij voor de zekerheid!

Het paradijs? Tegenwoordig ben ik daar niet meer zo naar op zoek. Geen behoefte. Heb ik het dan misschien gevonden? Waarschijnlijk wel. Waar? Rust in mezelf, denk ik. Ik mag mezelf beschouwen als één van de gelukkigste mensen op deze aardbol. Sommige mensen moeten daarvoor misschien niet op reis gaan, anderen zouden het beter wel doen. Elke keer opnieuw deze conclusie, dit besef. Ik ben blij dat ik in België geboren ben, met al die mogelijkheden. Veel Belgen zeggen dat ze die keuzes niet hebben. Voor een heel klein percentage is dat zo, voor al de rest is dat dikken truut! Ge maakt het zelf, ge kunt zoveel zelf kiezen! Niets of niemand zegt wat gij moet doen.

Verdriet en geluk zijn soms niet ver van elkaar verwijderd.
Op 25 november keken we onze mail na en lazen het verschrikkelijke bericht dat Els van Zeppelin die ochtend gestorven is… De kanker heeft gewonnen...
We zijn ver weg, maar toch dichtbij. Yanis en Eleni, we denken aan jullie! We zijn jullie niet vergeten! Ik weet niet wat ik hier nog over moet schrijven. De tranen komen in mijn ogen als ik aan die kinderen denk en aan Els en aan al wie haar graag zag. We hebben een kaarsje gebrand.
Blog Image

  • Comments(12)//www.tamtamafrikan.be/#post25

Gastvrijheid

SenegalPosted by veerle Tue, November 25, 2008 20:10:16
Na onze onaangename grensoversteek wilden we zo snel mogelijk naar Matty in Saint-Louis. In den donkere hebben we, dankzij de goede wegbeschrijving, hun rode huis met strooien hut op het dak vrij gemakkelijk gevonden.
We werden verwelkomd door de guardien en Mama Ndiaye. Matty en Siska waren in de stad gaan eten. We mochten ons al rustig installeren met een fris pintje! Even later babbelen we gezellig bij. Het doet deugd met gelijkgezinden in je eigen taal te kunnen praten.

De volgende dag ontbijten we samen en gaan dan een tochtje doen met de rubberen motorboot van Matty en Siska. Het doel is de ‘Zebrabar’, een overlandkampement aan de oever van de Senegal rivier.
Saint-Louis is in feite een eiland. Met de boot varen we op de rivier en passeren we de ‘coupure’, daar waar de rivier in de zee uitmondt.
Het is supertof! Een heerlijk weertje, pret alom. We zien veel vogels, waaronder pelikanen. Even uitrusten aan een strandje. We varen weer wat verder. De Matty haalt nog een stunt uit en valt pardoes in het water. Geschater alom, vooral van Xander, het zoontje van Siska. Na ongeveer twee uur en een half arriveren we aan de ‘Zebrabar’. Daar kunnen we iets fris drinken.
Blog ImageWe vinden een vergeten fototoestel op een stoel aan onze tafel. Gert geeft het af aan de bar. Na enkele minuten realiseert hij zich, dat hij zijn zonnebril op de toog vergeten is. Hij gaat terug. Zonnebril weg! Niemand die iets gezien heeft. Twee verdachten flitsen door ons hoofd: iemand die aan de toog zat en een klant die een bungalow huurt. Een man van het personeel gaat mee met Gert naar de bungalow. Die man begint een razende litanie: dat het schandalig is om nog maar te vragen of hij zich misschien vergist heeft, dat het nog erger is in het bijzijn van zijn vrouw… Je krijgt er geen spelt tussen. Het is natuurlijk een verloren zaak. Niemand gaat toegeven dat hij iets gestolen heeft. Het was een dure en oerdegelijk RayBan zonnebril, onontbeerlijk als je lenzen draagt. Die mannen zien dat natuurlijk ook dat het een ‘echte’ is. Dus bij je goede daad (het teruggeven van het fototoestel), wordt je eigen zonnebril gepikt. Straf, hé!
Het is spijtig, maar we laten de pret niet bederven en varen naar de overkant. We meren aan en wandelen door de duinen naar de zee om een frisse duik te nemen. Zalig!!! Het is allemaal zo leuk, dat we de tijd wat uit het oog verliezen. Snel vertrekken, want het is nog twee en een half uur terug en binnen twee uur ofzo is het donker.
In het begin zijn de golven nogal hevig, waardoor we nat gespet worden, op den duur zelfs echt nat. Het wordt frisser, want de zon begint te zakken. Hmm, teruggaan lijkt precies altijd langer! Het wordt donker en koud. We slaan een handdoek om. En dan, prrt, we hebben een vissersnet geraakt met de motorschroef!!! Matty en Gert proberen het los te krijgen. Ondertussen is het pikkendonker geworden. Het lukt maar niet om het net los te krijgen. Daar zitten we dan, midden op de rivier… wat nu gedaan? We roeien naar de kant. Matty en Gert stappen door het water en trekken de boot mee. Siska, Xander en ik stappen langs het strand. Telefoon van Mama Ndiaye. Ze is doodongerust. De guardien en Mama Ndiaye komen ons halen met de auto van Matty en Siska. Matty en Mama Ndiaye blijven bij de boot achter. De rest mee naar huis. Gert onmiddellijk terug met onze auto. Boot op het dak en klaar is kees. Oh, wat kan een warme douche deugd doen!
Het was een heel avontuur, maar al bij al, achteraf bekeken, super! Merci guys!
We eten in een Senegalees restaurantje voor elk 2000 CFA (3 euro) en het was heel lekker.

De volgende dag gaan we mee met Mama Ndiaye naar de markt en kopen een nieuwe zonnebril voor Gert, 1000 CFA (1,5 euro). We struinen wat door de stad en ploffen om de haverklap neer op een terraske, want het is heet! Mam, je vroeg aan de telefoon onlangs of ‘warm’ is zoals een warme zomerdag bij ons. Warm is 39 graden! Heet dus.
We wandelen terug langs ‘de middeleeuwen’, een overbevolkte arme visserswijk. Iedereen waarschuwt voor zakkenrollers, onvriendelijke mensen en dat je absoluut geen foto mag nemen of je krijgt klop, maar dat je het gewoon moet gezien hebben. Wij vonden de mensen eigenlijk heel vriendelijk. Niets onaangenaams meegemaakt. Geen bedelende kinderen, wat wel het geval is in de stad zelf, enkel zwaaiende handjes. Overbevolkt is het echt wel, maar de mensen willen naar nergens anders verhuizen. Gert heeft natuurlijk stiekem toch enkele foto’s gemaakt.
Door deze wijk zijn wij trouwens per ongeluk doorgereden, op zoek naar het huis van Matty, in den donkere. We wisten wel direct dat we fout zaten!
Op weg naar huis, kom je nog langs een heel groot moslimkerkhof. Het bestaat uit drie stukken: een militair gedeelte, een deel voor de rijkere en het deel van de vissers. Dat laatste is het indrukwekkendste. Zelfs hun kerkhof is overbevolkt!
Nog even langs het strand wandelen en dan zijn we weer ‘thuis’ (zo voelt het toch een beetje). Het huis is echt tof gelegen, tussen de rivier en de zee, fantastisch!

Siska en Matty kennen de consul van België goed. Interessant voor ons. Zo kunnen we eens navragen of die douanier de waarheid sprak in verband met onze carnet. Siska belt, we mogen direct langskomen.
Hij vertelt dat er inderdaad recentelijk een wijziging is geweest. Blijkt dat er in Frankrijk een goedkope carnet bestaat, die de Fransen misbruiken. Omdat die zo goedkoop is, kunnen zij hiermee toch nog oude auto’s verkopen, waar Senegal vanaf wil. Dit is de carnet ATA. In principe mag die van ons wel, maar de consul denkt dat de douaniers niet goed het verschil kennen en voor de zekerheid alle carnets weigeren. Allée, onze douanier heeft dus niet echt gelogen, daar ben ik al blij om. De consul benadrukt wel dat we de passavant de dag voor verval moèten vernieuwen. Eén dag te laat en je vliegt in het gevang en je auto wordt in beslag genomen, zonder pardon. Is al eens gebeurd bij Belgen. Ok, we zullen het zeker in orde brengen!

Matty, Siska en Xander, heel erg bedankt! Het was reuzegezellig, een beetje thuiskomen! Als iedereen terug in België is, moeten we zeker eens afspreken!

Een historische noot voor de liefhebbers:
Saint-Louis: In de 17de eeuw hadden de Normandiërs hier reeds een factorij.
Later werd een nederzetting op het eiland gebouwd.
Saint-Louis was een uitvalsbasis voor koloniale expedities (veel koloniale gebouwen!). Van hieruit werd ook handel gedreven met Europa en Amerika, vooral Arabische gom en … slaven.
Eind 19de eeuw was de topperiode van Saint-Louis. Nadien ging het wat bergaf, omdat de handel in apennoten belangrijker werd dan Arabische gom en de apennoten gingen via Dakar en Rufisque.
Vandaag is er toerisme, maar sinds het verbod op de verkoop van oude buitenlandse auto’s gaat het toerisme naar beneden. De onvriendelijkheid en afzetterij van de douaniers helpt ook niet. We merkten in Nouakchot al dat het merendeel van de overlanders rechtstreeks naar Mali gingen.
De Pont Faidherbe is nog iets speciaals in Saint-Louis: gebouwd in 1897, geschetst door Gustave Eiffel.
Saint-Louis is een leuk stadje, klein en gezellig.

Na enkele rustige dagen bij Matty en Siska zetten we koers naar Lac Rose, een aanrader van hen.
Het meer ziet dus roze als de zon erop schijnt en dat komt door microscopische algen die het ijzer in het zoute water oxideren. In Lac Rose zit ongeveer evenveel zout als in de Dode Zee.
Zoutwinners smeren zich in met galamboter, varen met hun prauw op het meer, gaan tot hun middel in het water en kappen met een pikhouweel brokken zout uit de bodem.
Wij rijden naar de rustige kant van het meer. In het eerste kampement kunnen we niet kamperen, het tweede (Bonaba Café) was dicht. We worden aangesproken door mensen, die ons een plekje aanbieden, gratis, naast hun huisje. Het zijn Alima en Moussa met hun baby Ousman. Zij werken voor de Fransen waar we niet konden kamperen. Ze zorgen voor hun paarden.
‘s Avonds nodigen we ze uit om met ons mee te eten. Ze zeggen geen nee! Het smaakt hen precies wel, couscous met groentjes en om te drinken kiezen ze Ace. Alima voelt zich wat ongemakkelijk, maar Moussa begint zijn verhaal te doen. Hij vindt dat ze niet genoeg krijgen van hun baas. Hun huisje is één kamer, geen deftige keuken, geen WC en drinkwater moeten ze zelf filteren met een handdoek en javel. Dat vinden wij inderdaad ook wel bizar. Dan laat hij een papier zien, waarop de schulden staan die maandelijks van zijn salaris worden gehouden. Wat blijkt nu, dat hij tijdens de afwezigheid van zijn baas (die op vakantie in Frankrijk was), getrouwd is en hiervoor geld geleend heeft van zijn baas. Tja, als je dan als patron terugkomt, uwe gast er een vrouw bij heeft en geld geleend heeft, zonder te vragen, dat is natuurlijk ook niet zo tof. Het is allemaal een beetje geven en nemen zeker. ‘t Is vooral een cultuurverschil en een te groot verschil in rijkdom. Moeilijk om elkaar te begrijpen. Toch zou ik hen een beter huisje geven, dat is toch het minste!!!
We maken een mooie foto van hun gezinnetje en printen hem af met ons fotoprintertje om onmiddelijk aan hen te kunnen geven.
Blog ImageDe volgende dag maken we een wandeling door de duinen naar de zee. Amaai, die zee is ver in die hitte!

Dan richting Dakar. We hebben tijd genoeg, want Dakar is slechts 50km.
Man, man, man, is dat even buiten het verkeer van Rufisque en Dakar gerekend! File tot en met. We zien wel de Land Rover garage waarover Alex (een vriend van Matty en Siska) had verteld. We stoppen er en kopen twee ronde dingeskes, ik weet niet hoe het noemt. (nvdr: “Silent Blocks” voor de ophanging)
We gaan op zoek naar het Via Via Café. Dat wordt hier uitgebaat door een Vlaamse. We liggen rond te rijden en te vragen, maar vinden het niet. Een jonge gast stapt mee in de auto om ons er naar toe te brengen. Het Via Via Café is gezellig ingericht, maar kamperen gaat zeker niet, geen plaats en Lies is op vakantie, dus daar kunnen we spijtig genoeg geen info aan vragen. We zoeken nog een paar andere adresjes, maar nergens kan je kamperen. Ondertussen zijn we het verkeer van Dakar al grondig beu. Uiteindelijk valt mijn oog in de Trotter op een auberge in Rufisque waar bij staat geschreven dat je er kan kamperen. De auberge zou uitgebaat worden door Monique, een Française. Daar aangekomen vertelt een man ons dat er bijgebouwd is en dat je nu eigenlijk niet meer kan kamperen. Eventueel mogen we wel op de parking staan. Die is echter vlak naast de baan en het is een hels lawaai. Hij zegt dat er volgens hem een camping is in Mbaw aan het strand. Hoewel het bijna donker is, we moe en gefrustreerd zijn, besluiten we toch een kijkje te gaan nemen, het is niet zo ver. Onderweg stoppen we even langs de kant om de weg te vragen. Ineens staat er een agent naast ons. ‘Dat mag niet aan de kant van de autoroute stoppen! Geef uw rijbewijs.’ Nu moet je weten dat jan en alleman aan de kant stopt! ‘Kom, uitstappen,‘ zegt hij tegen Gert. Potverdoeme, nondemiljardedju, ook da nog! Wij vroegen gewoon de weg! ‘t Is bijna donker. Wij willen een slaapplaats. In plaats van ons wat te helpen! Gert houdt zich weer van de domme, doet of hij er niets van begrijpt en wacht af. De agent begint zich ongemakkelijk te voelen, vraagt of wij niet weten hoe het hier gaat en laat ons uiteindelijk doorrijden.
Die camping hebben we niet gevonden. Terug naar de auberge van Monique. De auberge doet heel Afrikaans aan, anders dan de andere Europese auberges. Het heeft wel iets. We nemen een kamer van de goedkoopste categorie. ‘s Nachts zullen we het geweten hebben! Een betonnen bed (letterlijk) met een flinterdun matraske en kussens die geen kussens meer zijn. De volgende ochtend zijn we geradbraakt. Monique vraagt of we goed geslapen hebben. We zeggen van niet. Ze vindt het een vervelende zaak en zegt dat die kamers normaal voor de Senegalezen zijn en dat de toeristen in de andere kamers slapen. Senegalezen doen altijd alles kapot volgens haar, daarom legt ze geen nieuwe kussens. Hmm, wat moeten we daar nu weer van denken. We krijgen elk een koffie en cola gratis. Er gaat niets boven onze tent!
Monique heeft wel gratis wifi. ‘s Avonds bellen we Dirk op, de vader van Stefan, en vragen of zijn aanbod nog steeds geldt, om in zijn huis te mogen logeren, weg van het hectische Dakar. Geen probleem voor Dirk. Hij contacteert Sylvianne, een Franse buurvrouw, die zou ons de weg kunnen wijzen. De volgende middag spreken we met haar af in Rufisque en rijden samen naar Yenne Kelle, het dorp waar het vakantiehuis van Dirk staat. Yenne ligt 50 km ten zuiden van Dakar. We worden heel vriendelijk ontvangen door Sylvianne in haar eigen huis en krijgen er lekker te eten. Dan gaan we naar ons vakantiehuis, 50m verder. Eén probleempje, ze hebben net een camion zand voor de poort gekieperd. Onze auto kan dus niet binnen. Met man en macht verscheppen ze de berg. Cher, de guardien, is een toffe Gambiaan, dat zal wel klikken. En zo zitten we hier nu, in Dirks paradijs, want dat is het echt wel, een luxueus, rustig paradijsje aan de zee, met een magnifieke tuin, leuke schaduwplekjes, onze eigen badkamer… We slapen uit, schrijven wat, wandelen tot aan de zee, gaan eten bij Oum, de Vietnamees, aaah… zalig. Dankjewel Dirk!!!!!!
Blog ImageDit weekend blijven we rustig hier. Maandag vertrekken we om 5 uur ‘s morgens naar Dakar om ons visum voor Mali te gaan aanvragen en om onze passavant te verlengen. Vijf uur, om de spits te ontwijken. Dan kunnen we in Dakar rustig ontbijten en daarna naar de ambassade gaan. Voor vier uur komen we terug, om de avondspits voor te zijn. In de dag kunnen we dan nog wat de toerist uithangen. Dan wachten we in ons paradijselijk optrekje tot ons visum klaar is. Dit plan was een idee van Sylvianne en het klinkt voor ons als muziek in de oren.

  • Comments(3)//www.tamtamafrikan.be/#post24