tamtamafrikan

tamtamafrikan

Onze Blog

Wilde en andere avonturen op onze rondreis door West-Afrika.

België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauretanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Mali, Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Nigeria, Niger, Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Marokko, Frankrijk, België

Voetbal en speurtocht

Burkina FasoPosted by veerle Thu, February 05, 2009 23:43:23
Vertrokken in Nouna, maar eerst nog feest natuurlijk! Onze laatste avond nodigden we onze vrienden uit om nog eens gezellig samen te tafelen. Suzanna had zelfs keilekkere wijn bij! Alsof dat nog niet genoeg was, is iedereen ons nog komen uitwuiven ‘s morgens ook! In België zou niemand daar tijd voor hebben. Blank of zwart, in Nouna is iedereen al een beetje Afrikaan geworden! De kolonel had zelfs een cadeautje bij, een houten plaat met daarop de kaart van Burkina gebrand en daarin enkele wilde dieren. Zijn broer had dit gemaakt. Viviane kwam tijdens haar voormiddagpauze op school zelfs nog even langs en moest een traan wegpinken. We zijn hier maar anderhalve week geweest en zo’n afscheid. Het is onvoorstelbaar. We zullen jullie missen! Bedankt allemaal!
Op naar de grote stad Ouagadougou. Hier moeten we zijn om ons visum voor Ghana aan te vragen, stok in te slaan in de Marina Supermarket en de OK Inn te inspecteren. De OK Inn is een chique hotel waar je als overlander gratis mag kamperen op de parking, gebruik maken van het zwembad en als je iets drinkt in de bar is er wifi. Alle overlanders praten erover, dus dat moeten we even controleren. Zo gezegd, zo gedaan, het klopt allemaal als een bus. En wat hebben wij in de bar gedronken? Een cocktail, mmmm!

Voor het weekend, wachtend op ons visum, trekken we toch naar Bazoulé, een dorpje, enkele kilometers buiten Ouaga, ons aangeraden door Renée. Ze hebben daar een meer met heilige krokodillen en één kampement. De patron van het kampement was ontzettend vriendelijk. We mochten zonder probleem kamperen en koken enzo. ‘Hoeveel is het per nacht?’ Een verbaasde blik, discussie met enkele anderen die er werken in hun taal… ‘Goh, eigenlijk gebruiken jullie niets van ons, goh, als jullie vertrekken, kan je misschien een kleine bijdrage geven voor het dorp, wat je wil… is dat goed?...’ Hoor ik dat nu goed? Weeral een plek waar ze geen geld uit je zakken kloppen? Burkina is fantastisch! De patron kende ook nog Renée en haar familie, er werden handen geschud, gelachen en het ijs was gebroken.
Het viel op hoe goed die gemeenschapskas van het dorp hier werkt. Het geld van het meer (gids en kip om te offeren), het kampement en de artisanat die verkocht worden, gaat allemaal in de dorpskas. Met dit geld zijn bijvoorbeeld een jeugdhuis, mooie winkeltjes en ateliers voor de artisanat gebouwd. In die ateliers kunnen de jongeren na school workshops volgen om zelf de stiel te leren: bronzen beeldjes maken, houtbewerking of batikken. Medunkt zijn er veel geboren kunstenaars in Bazoulé, want ze maken er echt prachtige dingen. In het kampement staan stenen banken in de vorm van dieren en het jeugdhuis is ook supertof versierd. Beiden door dezelfde kunstenaar. Deze gemeenschapskas maakt het ook veel aangenamer voor de toerist. De mensen moeten niet hun eigen kost verdienen, dus niemand die u lastig valt en omdat het zo mooi gepresenteerd is en niemand opdringerig doet, is het een plezier om rond te kijken in de winkeltjes. Je krijgt ook uitvoerig uitleg in de ateliers. Gevolg: je koopt iets van harte! Ze vragen vrij correcte prijzen. Iedereen tevreden! Het werkt daar echt. Op veel plaatsen kunnen ze nog iets leren van Bazoulé!
Als wij normale toeristen zouden geweest zijn, zouden we dus een kip gekocht hebben en die dan aan de krokodillen gevoerd hebben, om een foto te hebben met onszelf en de krok en de dode kip. Maar vermits wij nu eenmaal niet normaal zijn, kozen wij ervoor om naar de voetbal te gaan. Een kip kopen voor oververzadigde krokodillen, in een dorp waar de mensen elke maaltijd tô eten, vonden wij zowieso al maar raar. Nu was er toevallig zondagnamiddag match tussen Bazoulé en een ander dorp. De twee chiefs hadden dit georganiseerd om de jeugd te motiveren, nuttig bezig te houden. Een hele gebeurtenis in zo’n klein dorp! En voor ons ook weer een toffe ervaring! Twee dorpen verzameld, de leraar van Bazoulé die de organisatie op zich neemt, de geluidsinstalatie van het jeugdhuis, twee echte voetbalcommentators, de chiefs en oude wijzen in traditionele klederdracht en met zwaard in een huls met flosj, sommigen wel met wollen muts of sjaal en kapotte sokken, een man op een paard die kunstjes vertoond, een echte voetbalbeker, een défilé van alle voetbalploegjes, hun naam geschreven op een kartonnetje en bevestigd op een stokje, de twee échte ploegen, per ploeg dezelfde truitjes, verschillende broekjes en sokken, velen met watersandalen, scheidsrechters, publiek dat in de bomen hangt, een bal, een stoffig veld en de match kan beginnen. Passen geven, dat kennen ze hier niet, maar ambiance verzekerd. Wij mochten natuurlijk weer op een stoel zitten, maar op den duur zaten de mensen die achter ons stonden zo goed als in onze nek. Bij de rust stormden de kinderen op het veld. Uiteindelijk was het nul-nul, iedereen blij, snel naar huis, voor den donkere.
Op een nacht hoorden we drie geluiden, zoals kanonschoten. De volgende dag vroegen we aan de patron wat dat was. ‘Omdat er iemand gestorven is,’ zei hij, ‘Je moet geen schrik hebben hier, hoor! Ik slaap naast jullie, hier in het huisje!’ Sindsdien stelde hij ons elke avond gerust.
Dag Bazoulé! Mercikes en doe zo voort!

Terug naar Ouaga, visum ophalen en dan naar Koupéla voor onze nieuwe missie. De missie: zoek Raki, 11 jaar, plan kind van Hedwig, geef een cadeautje af. Gegevens: woont in het dorp Guirgo, in de provincie Kouritenga, hoofdstad Koupéla, vader heet Salfo, moeder Salamate. Een kolfje naar onze hand!
Als uitvalsbasis nemen we Koupéla. Staat niet in de reisgidsen, dus waar kunnen we slapen? Een auto achter ons claxoneert, een Belg, zijn vrouw wijst ons de weg naar ‘la mission catholique’, bij de nonnen dus. Ze hebben een heel grote tuin met lekker veel schaduw. De hoofdzuster is gereserveerd, maar we mogen er gratis kamperen! Sympathieke nonnekes in Koupéla!
‘s Ochtends gaat Gert brood kopen en vraagt even rond naar het dorp Guirgo. Een oude man weet het zijn. ‘Het is niet zo ver. Ga naar Pouytenga en vraag het daar nog eens. Daar is het enkele kilometers de brousse in. Heb je een fiets?’ vraagt hij bezorgd. ‘Nee, maar wel een auto?’ De man moet lachen: ‘Geen probleem!’
We gaan nog even langs de markt om een mooie pagne (=Afrikaanse rok) te kopen voor Raki en ineens ene voor mij, want mijn broeken zijn aan het verslijten. In Pouytenga aangekomen, spreken we een groepje mannen aan. ‘Het dorp Guirgo?’ Eén man, Dieudonné, weet met zekerheid de weg. Het blijkt echter onmogelijk uit te leggen, te ingewikkeld. ‘Heb je tijd? Wil je met ons meegaan? Daarna komen we terug naar hier.’ Tijd had hij wel, maar zin precies niet. Zijn jongere cousin moest maar meegaan. Die wou wel, maar kende eigenlijk toch niet zo goed de weg. ‘Kunnen we alletwee mee?’ ‘Nee, we hebben maar één extra zitplaats.’ ‘Mmm, ok, ik zal wel meegaan.’ Dieudonné was serieus, nogal stil, maar wees goed de weg. Al snel werd duidelijk waarom je moeilijk de weg kon uitleggen: kronkelweggetjes tussen de akkers, niet gemaakt voor een auto! Een dorp kan je Guirgo niet echt noemen, eerder een gebied met hier en daar een paar nederzettingetjes van families. Dieudonné vraagt rond naar Salfo en Salamate. Vrij snel vinden we ze. Hilariteit op het erf natuurlijk. De buren komen af, de moeder is dolblij, Raki wordt in allerijl per fiets van school gehaald. De vader bekijkt alles vanop een afstand. Raki is heel serieus, heel beleefd. We geven de pagne af in naam van Hedwig. Prompt krijgen we een geweven doek mee, voor Hedwig. Weer typisch voor hier: die doek is eigenlijk veel meer waard dan die pagne!
‘Als we geweten hadden dat jullie kwamen, hadden we iets klaargemaakt,’ zei de moeder, ‘Jullie hebben zoveel moeite gedaan om tot hier te komen!
Ongelooflijk! Bedankt!’ Ach, dat valt wel mee. Dieudonné vertaalt telkens. Hij begint er plezier in te krijgen, lacht al eens en wordt wat losser. ‘Le maître a demandé pour vous, à l’école,’ zei Raki. ‘Dieudonné, heb jij nog tijd?’ Hij moet altijd lachen als we dat vragen. Hij heeft alle tijd. Naar de school. Het is middagpauze. Fier troont Raki ons mee naar de leerkrachten. Daar worden we op een stoel gezet vooraan in de klas. Alle ogen van de leerkrachten en het oudercomité op ons gericht. Stilte. ‘Euh, iemand had naar ons gevraagd?’ ‘Ah ja, gewoon, dan kan je de school eens zien. Er is een oudercomité en een leerlingenraad.’ ‘Amaai, tof!’ Buiten aan de ramen en de deuren, honderde nieuwsgierige gezichtjes. De leraren zeggen dat ze moeten weggaan. Ze luisteren niet. Dan gaat één leerkracht naar buiten en dreigt met iets. Ik weet niet wat, vraag het mij wel af, want het werkte onmiddellijk!
We brengen Raki en haar zus terug naar huis. ‘We komen nog even dag zeggen.’ Dat apprecieerde de moeder weer enorm. En ja, hoor, ook de vader kwam nu een beetje los. Hij vroeg een foto te nemen van hem als hij aan het werk was. Hij is namelijk smid. Fier poseerde hij.
‘Dag iedereen! Bedankt!’ ‘Nee, jullie bedankt!’ ‘Nee, jullie…’ ‘Nee…’ ‘Daaaag!’
‘De mensen waren echt content, hé,’ zegt Dieudonné.
Terug in Pouytenga, nodigen we Dieudonné uit om samen met ons te eten. Zijn neef nodigt zichzelf uit. We bestellen kip en frisdrank. Feest dus. Dieudonné straalde helemaal toen Gert vertelde: ‘We stapten uit in Pouytenga en keken eens rond. We zagen jou en dachten: dat ziet er ‘un homme sérieux’ uit!’ Het is hier immers een groot compliment als ze je ‘serieus’ noemen.
Na het eten nemen we afscheid. Iedereen weeral eens tevreden.

Wij rijden terug richting Ouaga. Onderweg hadden we een plakkaat gezien van een kampement. We rijden er naartoe. Blijkt het een superchique jagerskampement te zijn, 50 000 CFA voor een kamer, 5000 CFA om te kamperen. De man toont ons het zwembad en de bar en wij zeggen: ‘5000 CFA, dat is teveel voor ons.’ Normaal is het immers 3000 CFA in Burkina. De man wist niet wat hij hoorde. Hij is duidelijk andere blanken gewoon.
Wij duiken de brousse in. Bushcampen, ik heb er eigenlijk geen schrik meer van. Die enkele herders en dorpelingen laten u altijd met rust en doen dus zeker geen kwaad.
‘s Anderendaags belanden we terug in de OK Inn. Daar zitten we dan nu, aan het zwembad, net een lekkere fruitsla gegeten en een gigantische portie frieten met mosterd en ketchup.
Het plan is om morgen of overmorgen naar Ghana af te zakken. Via de grensovergang in Léo, langs de westkant willen we richting kust rijden. Volgens Nicolas is dit de mooiste weg en rustig, want weinig toeristen en weinig politiecontroles.

  • Comments(8)//www.tamtamafrikan.be/#post36

Nouna

Burkina FasoPosted by veerle Tue, January 27, 2009 15:39:59
Vanuit Bankas in Mali zijn we weer de grens overgestoken met Burkina Faso, probleemloos. Daar kunnen ze in Senegal nog iets van leren! We hebben de nacht doorgebracht te Ouahigouya in Hotel Liberté. Het leuke hier was dat er eindelijk nog eens een vrouw ons onthaalde, Abi, een keitoffe madam. Meestal worden de kampementen uitgebaat door mannen.
In Ouahigouya zijn we op zoek gegaan naar een internetcafé. We vonden er drie, allemaal superfancy, maar nergens mochten we onze eigen computer aansluiten. De eerste keer dat we dit meemaken in Afrika!
Ouahigouya is trouwens een leuk, rustig stadje. Dat wil voor ons dus zeggen: geen verkopers en gidsen. We kunnen er gezellig rondwandelen en de mensen doen normaal tegen ons. Behalve ene gast! Hij had acht maanden in Segou in Mali gewoond. Tja, dan weet ge genoeg. Van ver al: ‘Ah, le couple heureux!’ Zuiver ‘pour l’amitié’ wou hij met ons meewandelen naar het internetcafé. Na enkele minuten: ‘Het internet moet je altijd per uur betalen, een héél uur! Mag ik dan niet een paar minuutjes?’ Ik heb gedaan of ik hem niet verstond. Nog wat later: ‘Zal ik jullie nadien laten zien welke spulletjes ik verkoop?’ Gert en ik in koor: ‘Ah nee, hé! Je had gezegd puur ‘pour l’amitié’!’ Me alle Chinezen, mor nie me den deze! Enfin, na een hele tijd, toen hij doorhad dat er echt niets te rapen viel, is hij maar vertrokken. Hij werd moe van al dat stappen, zei hij.
Tot zover ons korte bezoek aan Ouahigouya. We belden Jonas op en reden richting Nouna.

Jonas hebben we leren kennen een week voor ons vertrek. Hij was ook op het jaarlijkse feestje van Poco a poco. Hij gaf zijn telefoonnummer in Burkina en zei dat we altijd mochten langskomen. Dat moet je ons geen tweede keer zeggen! Ondertussen weten we immers al dat de ideale manier om een plaats en zijn mensen te leren kennen, is via een Vlaming die er woont.
Jonas geeft hier een paar uur wiskunde in een technische school om een beetje te verdienen, maar zijn hoofddoel is zelf enkele kleinschalige projecten realiseren, stap voor stap, met steun van Afrant (Afrika-Antwepen). Zo heeft hij onder andere een lasatelier gebouwd voor Innocent Mossé. Daar zijn nu drie jongens in de leer. Ze krijgen er een degelijke opleiding, mogen werken met goed materiaal en er wordt ‘s middags voor hen gekookt door de vrouw van Innocent. Jonas geeft zelfs Franse les aan één van de gasten.
Het volgende project waar hij van droomt (maar het zullen geen dromen blijven!), is een foyer (internaat-studiekamer) bouwen voor jongens van de middelbare school. De foyer die er is, is immers totaal overbevolkt en aldus geen goede plek om te studeren. De meeste leerlingen komen van ver om naar school te gaan, vandaar dat een internaat nodig is.
Dit zijn slechts twee projecten van Jonas, maar hij heeft al veel meer gedaan en heeft nog veel meer ideeën ook. Wie geïnteresseerd is, kan een kijkje nemen op zijn website www.jonasinnouna.blogspot.com.
En wij? Wij logeren in zijnen hof en vinden het hier geweldig. ‘t Is hier supertof, de max, rustig, al wat ge maar wilt! Geen mythe over goud, niks legendarisch, geen heldhaftige ontdekkingsreizigers…Nouna, een vergeten stadje in Burkina, vergeten door de regering en door de toerist…maar voor ons is dit de gouden stad…
De instructies van Jonas waren: Aan hèt rond punt van Nouna, neem je de weg naar Djibasso en vraag je naar het lasatelier van Innocent Mossé. Dat deden we en we werden fantastisch ontvangen door Innocent en zijn vrouw, Brigitte. Jonas werd verwittigd, we kregen lekker eten en het voelde goed!

Ik vertelde Innocent dat ik nieuwsgierig was naar hoe ze nu eigenlijk die lemen stenen maken. Langs de weg zien we bij elk dorp een plek waar ze die stenen maken, maar nog nooit hebben we het van dichtbij kunnen zien. Hop, de volgende dag nam Innocent ons mee naar een stenenmaker die hij kende. Aarde, water, gedroogd gras en een houten gietvorm. Dat is alles wat je nodig hebt. Je moet natuurlijk wel de goeie mengeling kunnen maken. Ook daar waren jongens in de leer en je zag echt het verschil met de ervaren patron.

In de namiddag werden we getrakteerd op een andere unieke ervaring. Jonas nam ons mee naar het dorp Gouni. Daar trad een lokale theatergroep op waar Jonas mee samenwerkt. In februari plannen ze een educatief stuk, nu was het louter voor het plezier. Het was dan ook gieren! De humor was supereenvoudig, een blinde die ergens tegenloopt bijvoorbeeld, maar heel het dorp lag plat van het lachen. Toch super, zo hadden die mensen ook weeral een leuke namiddag. Er werd ook gedanst en muziek gespeeld. De blanken moesten natuurlijk op een stoel gaan zitten. Het deed mij aan India denken. Wat me nog eens extra opviel, als je zo heel het dorp samen ziet, is het enorme kinderaantal. Onvoorstelbaar, gewoonweg teveel! Misschien wel 2/3 van het dorp. Na de voorstelling kregen we nog eten ook, van de vrouw van de voorzitter van de groep. Het was keileuk!
De weg ernaartoe en terug was al even bijzonder. Het dorp ligt 22 km van Nouna. Eerst nog goeie piste, daarna kronkelweggetjes. Weggetjes waar zelden of nooit een auto passeert. De mensen keken dan ook verschrikt naar het witte monster, vielen van hun fiets, lieten hun fiets vallen en renden de struiken in… Een oude vrouw hoorde de motor, ze stopte, maar keek niet achterom. We konden niet door. Zij dacht immers dat er een brommer ging passeren. Zij wachtte, wij wachtten, tot ze achterom keek. Het menske wist niet wat ze zag! ‘t Was maf, ‘t was tof, ‘t was een ervaring.

Die dag hebben we ook Carolin en Jana leren kennen. Beiden werken hier tijdelijk in het researchcentrum voor aids. Carolin beëindigt volgende week haar vijf maanden hier en Jana begint net. Carolin is 18, staat open voor de wereld en is ontzettend lief! Jana is gyneacologe, heeft al een ontzettend lange buitenlandse cv (knap, amaai!) en geraakt snel gefrustreerd door het Afrikaanse werkritme.
We spreken af om de volgende dag ‘s avonds samen te koken bij hen thuis. Het is te zeggen, we hebben allemaal samen groentjes gesneden en Gert heeft tagine klaargemaakt.

De volgende dag werden we ‘s middags uitgenodigd bij de ‘kolonel’. ‘t Is genen echte kolonel, maar een spelletje tussen Jonas en enkele vrienden. Eigenlijk heet de man Eli en is hij sportleraar. Maar wat veel typerender is voor hem, hij is een revolutionair in hart en nieren! Hij kijkt op naar Ché Guevara, Fidel Castro en vooral Thomas Sankara. Deze laatste was een groot revolutionair in Burkina in de jaren tachtig. Helaas is hij natuurlijk weer eens vermoord. Bij Eli aten we pasta en zagen we een documentaire over Sanka.
Een historische noot voor de liefhebbers:
Thomas Sankara pleegde een staatsgreep in 1982. Hij is vermoord in 1987 door de puppets van de huidige president, Blaise Compaoré. Dit wordt uiteraard stilgezwegen!
Thomas Sankara was de Ché Guevara van West-Afrika. De Renault 5s werd de officiële auto van de president en zijn ministers. Het salaris van de regering werd verminderd met 25%. Sommige regeringsleden werden in 1985 weggestuurd om te gaan werken op het platteland. Op 15 dagen tijd werd 60% van de kinderen gevaccineerd tegen mazelen, hersenvliesontsteking en gele koorts. Unicef noemde het één van de grootste successen ooit in Afrika. In elk dorp kregen een paar mensen een medische opleiding. Op drie jaar tijd werden meer dan 350 scholen gebouwd met eigen mankracht in de dorpen.
Uiteraard konden de rijken met heel deze situatie niet lachen!


Nu we de kolonel hadden leren kennen, moesten we zeker ook de chef d’état major ontmoeten, Suzanna, een temperamentvolle Italiaanse, die zeker in is voor een revolutieke. ‘s Avonds zijn we dus pasta gaan eten bij Suzannah. Toen ze hoorde dat wij Carcassonne bij hadden, spraken we onmiddellijk af voor de volgende avond. Caroline en Jana werden ook verwittigd.
Spijtig zou die avond voor mij niet doorgaan. ‘s Nachts ziek geworden, weer die buik. Tweede keer op deze reis en twee keer in Burkina. Dankzij het wondermiddeltje Tea Tree was ik er na een dag vanaf. Gert is natuurlijk wel gegaan, een avondje Carcassonne slaat hij niet af!

De volgende avond waren we uitgenodigd door Christophe, een vriend van Jonas om tô te gaan eten. Tô is het belangrijkste basisvoedsel hier. Het is een soort solide pap gemaakt van maïsmeel. Men eet het met verschillende soorten sauzen. In Pays Dogon hadden we dit al eens geproefd en ‘t was niet veel soeps. Ik was wel al veel beter die dag, maar ik riskeerde het toch nog niet om al op een ander te gaan eten, dus ging Jonas samen met Gert.
Ik zakte al af richting Carolin waar deze avond de revenchematch van Carcassonne zou gespeeld worden.

Op vrijdag en zaterdagochtend is het druk in onzen hof bij Jonas. De leerlingen van het vierde middelbaar maçonerie hebben dan praktijkles. Ze zijn hier een huis aan het bouwen. De school heeft een aantal huizen in eigendom waar leerkrachten in mogen wonen, zoals het huis van Jonas. Dat noem ik nog eens ervaringsgericht! Maar dus vanaf acht uur is het hier een drukke bedoening rond onze tent. De eerste dag veel bekijks en enige stoerdoenerij, maar de tweede dag was het nieuwe er al af en konden we normaal doen tegen elkaar. Terwijl die gasten aan het metsen waren, was Gert aan de auto aan het werken en ik de was aan het doen. Zo had ieder zijn bezigheid en dat apreciëren de mensen hier wel.
Ik geraak aan de praat met enkele vrouwelijke metsers. Eén van hen, Viviane, stelt voor om me zondag te leren tô maken. Tof, ok afspraak zondag!

‘s Avonds komt de buurjongen, heel timide, naar ons. Hij geeft ons een brief, waarin hij vraagt of wij zijn deuxième père et mère willen zijn. Ik heb gezegd dat hij een goeie vader heeft, dus dat dat niet nodig is. Het was echt zo’n typische brief vol lof, over amitié et tout ça. Jonas vertelde dat al die gasten dolgraag een correspondent willen hebben.

De volgende avond mochten we mee met Jonas naar de nieuwjaarsreceptie van de leerkrachten. Deze had plaats in een soort danscafé, ‘Le refuge’. Iedereen mag iets kiezen om te drinken, de directeur houdt een speech en schol. Vervolgens krijgen we lekker eten. Dan krijgt iedereen nog eens hetzelfde drankje en dan gaat iedereen naar huis. Wel anders dan een nieuwjaarsreceptie bij ons! Eigenlijk zijn wij toch echt wel plakkers en nachtraven! Een danscafé hier heeft een kiosk in het midden, dat is de dansvloer en rondom staan er tafeltjes. Uiteraard is er ook een dj, maar die zette de muziek loeihard! ‘t Was gezellig, spijtig dat er niemand begon te dansen, want ik had anders wel zin om een voetje te verzetten.

Zondag was het zover, Viviane ging komen om me te leren tô maken. ‘Dan kan je die maken voor je man’, zei ze, ‘Of eet meneer niet graag tô?’ ‘Jawel, geen probleem,’ zei Gert.
Eerst gingen we naar de markt om ingrediënten te kopen voor de saus. Op de weg heen en terug moesten we natuurlijk ook even bij al haar tantes en nonkels bonjour gaan zeggen.
De kookles was superleuk! Viviane is een goede lerares. Eerst deed ze het voor, dan was het aan mij en dan moest ik herhalen wat we hadden gedaan! En mijne man? Die nam foto’s. ‘t Was echt gezellig. Soms moest Viviane wel hard lachen met mij, bijvoorbeeld hoe ik in de pot roerde. Tja, ik ben dan ook maar een toubab, hé. Op een bepaald moment vroeg Viviane zout. We gaven haar ons zoutvatje. Dat vond ze maar niks. We geven haar onze zak met reservezout. Ah, dat was handiger!
Samen met Jonas hebben we de tô lekker opgesmikkeld, om daarna allen af te wassen. Dat was weer een openbaring voor Viviane. De mannen die mee hielpen afdrogen! Gert steeg elke minuut in haar achting. ‘Vous avez un très bon marie!’ ‘Oui, ça c’est vrai.’ Mannen moeten toch weinig doen om respect te krijgen, zenne!
Na de afwas ging ik mee naar Vivianes huis. Daar zou haar grote zus me leren sesamkoekjes maken. Gert ging niet mee. Nu was het dus echt vrouwen onder elkaar. De zus, Marina, was een heel aangename, vriendelijke, rustige madam. Spijtig genoeg was er ook een vriendin aanwezig, die zo zot was als een achterdeur. Haar mond stond niet stil en wat er dan nog uitkwam. Ze wou voortdurend op de foto staan, maar trok dan altijd onnozele gezichten, net als een klein kind. Ze kloeg steen en been over allerlei kwaaltjes, omdat Marina verpleegster is en om zielig te doen tegenover mij, de blanke die nooit iets mankeert. Ze liet een plekje op haar been zien met gesprongen adertjes. Ik zei dat ik dat ook had. ‘Laten zien!’ ‘Nee, ik ga hier niet mijn broek afsteken!’ ‘Allée, we zijn hier toch onder vrouwen!’ ‘Nee en daarmee basta!’ Dan begon ze over hoe gemakkelijk bevallen voor de blanken wel is. Ze beweerde dat alle bevallingen bij ons keizersnedes zijn en dat de blanke vrouw dus niets afziet. Ik schoot in de lach en zei dat dat totaal niet waar is. ‘Jawel!’ ‘Maar nee, potdorie!’ Ik legde uit dat een keizersnede alleen gedaan wordt indien nodig. Wat later vroeg ze of ik niet één van haar kinderen wou hebben. En dan of ik hun school niet wou betalen. ‘t Was een straffe madam, Maryam. Gelukkig was ze zelf zo’n flapuit, dat het gemakkelijk was om telkens een stevig antwoord terug te geven. Marina, die zat er rustig bij en zei af en toe tegen mij dat ik niet naar Maryam haar geraaskalk moest luisteren.
Ondertussen maakten wij dus sesamkoekjes. Kei lekker en kei gemakkelijk om te maken! Leuk om met kinderen te doen, alleen is de substantie die je in de vormpjes moet doen misschien te heet om vast pakken met hun handen. Het is onvoorstelbaar wat voor hete dingen die Afrikaanse vrouwen kunnen vastpakken! Ik verbrand dan gewoon mijn pollen! Op zo’n moment zeiden ze dat ik voorzichtig moest zijn, want dat had mijn man gezegd als ik vertrok ‘Soit prudent!’. De Gert weeral punten gescoord! Dat vonden ze geweldig, een man die in zit met zijn vrouw.
Marina vroeg zich af wat wij met Viviane hadden gedaan. ‘Normaal moet ze niks hebben van blanken, maar deze keer praat ze heel de tijd over jullie! Ze zegt dat dat komt, omdat wij (ook) eenvoudige mensen zijn.’ Bedankt, dat is één van de prettigste complimenten die je ons op dit moment kan geven…
Toen ik onhandig de tafel aan het afkuisen was met een stuk zeep, vroeg Viviane of ik dat kende ‘een stuk zeep’. Bij ons had ze immers enkel vloeibare zeep gezien. Ze vroeg ook of ik al eens een vuur had aangestoken met een lucifer, want wij gebruikten een aansteker.
Een hele hoop heerlijke koekjes heb ik meegekregen. De rest gingen ze verkopen.Verlegen vroeg Marina of ze eens een keer naar onze auto mocht komen kijken. ‘Natuurlijk, kom maar af wanneer je wil en bedankt voor alles!’
In de vroege avond waren we uitgenodigd door Christophe en Nicolas. Zij wilden ons de sfeer laten proeven van een cabaret. Dat is ook een soort café, maar totaal anders dan zo’n danscafé. Het is gewoon bij een familie op de binnenkoer. Het enige licht is het vuur onder een paar heel grote potten. Hierin wordt dolo gebrouwen, het lokale bier. Je krijgt dat in een halve kalebas om te drinken en de bedoeling is dat je zoveel mogelijk drinkt. Uiteraard beslis je zelf. Met andere woorden, wij waren doetjes. Er zijn daar ook vrouwen die zaname verkopen. We vermoeden linzen met veel zout. Lekker aperitiefhapje eigenlijk! Het bier valt ook wel mee. ‘t Is precies frisdrank met alcohol. Er speelt geen muziek, de mensen babbelen met elkaar. Mannen met mannen en vrouwen met vrouwen. Ik vond het daar eigenlijk best wel gezellig!

Daarna naar het volgende feestje, de afscheidsavond van Carolin. Na vijf maanden vertrekt ze weer naar huis. Weeral lekker gegeten en gedronken! Mercikes en wel thuis! Het is hier voor ons een echte gastronomische week!

Gisteren kregen we een rondleiding in een foyer. Dat is een soort internaat. Kinderen moeten hier immers vaak van ver komen om naar een middelbare school te kunnen gaan. In de foyer worden ze opgevangen. Spijtig genoeg hebben zulke foyers meestal niet genoeg middelen om deftig te functioneren. Er zijn slaapzalen, maar niet voor iedereen een matras. ‘s Middags wordt er tô gegeten en ‘s avonds ook. Ontbijt is er niet. Moeilijk om te concentreren in de klas! De vrouw die ons uitleg gaf, die samen met haar man de foyer leidt, was wel erg begaan met de kinderen. Het is zelfs zo dat ze nu een huis huren in Koudougou en Ouagadougou voor drie leerlingen die verder studeren. Ze zegt: ‘We kunnen hen toch niet laten vallen na het middelbaar! Zij hebben de capaciteiten om verder te studeren. Hun ouders kunnen dat niet betalen en zijn zelf ongeletterd, dus zij zouden hun kinderen terug naar het dorp halen om te werken.’ Weeral een ideaal project om te steunen mijns inziens!

Vandaag zijn we op bezoek geweest in de school van Jonas. Een kijkje in de klas electronica en maçonerie. Een gezellige school vind ik. Na een babbel met de directeur blijkt dat hij Nijlen kent! Hij is daar geweest om een garagist te bezoeken die getrouwd is met een vrouw van Nouna. Hij heeft een garage van Japanse auto’s. Jurgen, ken jij die toevallig? Doe hem dan maar de groeten van Innocent van Nouna, priester en directeur van een school in Nouna, Burkina.

Gisteravond hebben we samen met Jana en Jonas de rest van de tô opgegeten. Dan nog was er een beetje over. Gert ging aan de slag, sprak zijn culinaire talenten aan, experimenteerde een beetje en maakte er een dessert mee, een soort rijstpap. ‘t Was niet slecht!

Seffens gaan we nog eens riz sauce eten bij Innocent Mossé en daarna naar de cyber. We zijn van plan om donderdag te vertrekken. Dan kunnen we Suzanna een lift geven naar Ouaga.
Tot ons volgende avontuur! Hopelijk even tof als Nouna! Ik vind het spijtig om hier te vertrekken, maar la route roept ons. We zijn dan ook niet voor niets zigeuners.
Jonas, alvast bedankt voor alles! Het was echt supersupertof! Mercikes! Leve camping Jonas! A la prochaine!

  • Comments(4)//www.tamtamafrikan.be/#post35

Hippos, muziek en diarree

Burkina FasoPosted by veerle Fri, January 02, 2009 17:25:07
Na de vorige post ben ik twee dagen goed ziek geweest, de reizigersdiarree. Tja, iedereen moet dat eens meemaken, zeker. Wij zijn al blij dat het de eerste keer is na bijna vier maanden! Diarree dus en een beetje koorts, maar vooral moe. Ik heb dus twee dagen geslapen, bijna niets gegeten, naar ‘t WC gegaan, Inulac genomen en af en toe een immodiumeke. De tweede dag had ik ‘s morgens goeie moed en ging ik mee met Gert naar het internetcafé. ‘t Was daar echter vrij warm en ik voelde dat ik van mijne sus ging draaien, dus ik heb me daar neergelegd op de lekker frisse vloer. ‘t Was daar goed op de vloer, maar ge kunt denken dat ik nogal bekijks had! Een toubab strijk op de grond! Dus ik terug recht en ik bestel een colake. Tien minuten daarna draai ik weer weg. Gert heeft snel de computer ingepakt, een taxi geroepen en wij terug naar de auberge, waar ik dan in mijn bed ben gekropen. ‘s Avonds ging het al een stuk beter. Er arriveren ook nog twee Vlamingen, Jonas van Mortsel en Jana van Boechout, die we eerder al eens kort ontmoet hadden in Djenne. We drinken er een pint mee (ik een waterke) en hebben nog een gezellige avond.

De volgende dag ben ik echt een pak beter en we besluiten naar het dorp Tengrela te gaan, naar kapement Farafina, ons aanbevolen door Matt en Anna. Eerst is het 85 km tot in Banfora, vervolgens 7 km piste tot in Tengrela. Het is echt een piepklein dorp. De vrouwen staan aan te schuiven aan de waterpomp en vertrekken dan met grote kommen water op hun hoofd (en ze morsen bijna niets!). In het kampement is het WC weer een gat in de grond met een muurtje eromheen gebouwd. De douche is een hokje met een schuinaflopende vloer, zodat het water door een gat beneden in de muur op straat kan lopen. Ongelukkiglijk zijn die muurtjes eigenlijk net te laag, dus uw hoofd steekt eruit en degene die naast je staat te douchen hoeft maar een blik opzij te werpen om u in uwe pure te zien staan. Zo was er toch wel eens een Burkanibé die zich toevallig ging omkleden in het hokje naast mij en hij had precies een afwijking aan zijn ogen, want die dwaalden steeds af! Waarom maken ze die muren niet een beetje hoger? Was het geld op? Enfin, c’est l’Afrique en al bij al wel grappig. Langs de andere kant van het muurtje is trouwens gewoon het dorp. De mensen passeren dus op weg naar huis en groeten het blanke hoofd dat boven de muur uitsteekt. Voor je een douche kan nemen, moet je eerst je emmer vullen aan de put. Heisen maar! Ik kan u verzekeren dat ge daar spierballen van krijgt. Volgens mij hebben al die Afrikaanse vrouwen supersterke spieren. Dat is pas sport!
Blog ImageTot zover de beschrijving van het sanitair. Voor de rest is het kampement heel erg gezellig, veel bomen, leuke hoekjes met tafeltjes en stoelen, veel ruimte en bovenal geen verkopers! Niemand die ons daar lastig viel! De baas Soulyman is een vriendelijke rastaman. Gert krijgt al onmiddellijk les in het bespelen van de balafon. We besluiten hier te blijven voor oudjaar.
De dag na aankomst heeft Gert het vlaggen, de reizigersdiarree. Waarschijnlijk overgekregen van mij. Een dagje hangen in de hangmat dus. Gelukkig is hij er de volgende dag al zo goed als vanaf.

Het dorp is bekend om zijn meer. Het meer is zo’n 100 hectare groot en er leven een paar honderd nijlpaarden! Voor 2000 CFA kan je mee op een prauw om nijlpaarden te spotten. Het was een prachtige ervaring! We gingen tussen vier en zes uur ‘s avonds, dan is de lichtinval zo mooi hier in Afrika. Het meer en omgeving is heel erg mooi! Riet langs de oever, lelies in het water, bomen op het land… En dan zien we twee nijlpaarden! Uiteraard enkel hun kop, maar ze geven een showke, spuiten door hun neusgaten, openen hun bek, brullen eens luid. Indrukwekkend! Wauw! Dat had ik nog nooit gezien, nijlpaarden in het wild! Echt leuk!
Blog ImageOns rustig kampementje is voor Gert dè plek om nog eens wat aan de auto te werken. Hij wil al lang het oliepeil van de versnellingsbak controleren, maar niemand krijgt de bout open. Gert heeft de hele dag geprobeerd totdat de bout echt compleet kapot was, maar niet open. Al het werk van die dag voor niets dus. Een tijdje geleden heeft Gert trouwens ontdekt dat de garagist in Bamako ons bedrogen heeft. Hij moest een oliewissel doen, wat hij gedaan heeft, maar Gert had hem ook een nieuwe oliefilter gegeven om de oude te vervangen. Nu blijkt dat die oude er nog steeds in zit! Hij heeft de nieuwe dus gewoon gestolen! C’est l’Afrique!
Terwijl Gert aan de auto knutselde, heb ik als een brave Afrikaanse huisvrouw de was gedaan. Emmertjes halen uit de put en schrobben maar. Eerlijk gezegd af en toe eigenlijk leuk om te doen! Ik kan daar wel van genieten, mooi weer, alle tijd, niet teveel nadenken, gewoon wassen en alles gadeslaan. Elke dag voor een hele familie, das natuurlijk een andere kwestie!
Blog ImageGert en ik bereiden ons voor op een rustige oudejaarsavond, want er is niet veel volk in het kampement. We hebben olijfjes gekocht en pringels, maar we verlekkeren ons vooral op de fles Piper Heisich (van Tom gekregen op het vorige Watts nieuwjaarsfeestje, merciekes), die heel de tocht vanuit België overleefd heeft, die gepaseerd is langs alle douanes!
Genieten wordt het wel, rustig niet. ‘s Avonds arriveert er plots een grote groep Nederlanders. Zij reizen samen met een groep muzikanten van Burkina Faso, die in Lozane wonen. Die gasten hebben daar een fantastisch djembeoptreden gegeven! Daarna was onze Soulyman en familie aan de beurt met de balofons, drums en zijn zussen die dansten. Toftof!
Toch nog muziek dus, want het festival dat normaal op dit kampement zou doorgaan, werd na enkele dagen stopgezet, omdat het dorpshoofd overleden was en dan mag er vier dagen geen feest gevierd worden.
Enfin, ‘t was een leuk oudjaar. Eén minpuntje: die muzikanten die bij de groep Hollanders waren, die plasten altijd in de douche!!!! Wij maakten van onze tak en zeiden dat ze zich vergisten, maar ze trokken zich er weinig van aan! Eén ding was zeker, de volgende dag ging ik geen douche nemen in het eerste hokje! Wat zagen we ‘s morgens? Die gasten stonden te douchen in het toilet! Deden ze het erom ofwa?! En ik moest naar het toilet!

Die ochtend komt Marlon, de organisator van de groep Nederlanders, nog dag zeggen. Even babbelen over de auto en hij zegt dat hij een zeer goede en vooral betrouwbare Franse mechanicien kent in Bobo. We spreken de volgende ochtend af. Hij zou ons er naartoe brengen. Fantastisch!

Op weg naar Bobo rijden wij nog langs twee natuurfenomenen in de buurt: de ‘dômes’, grote speciale rotsen en een waterval. We parkeren bij het tickethokje van de dômes en stappen van daaruit naar de waterval, een wandeling van ongeveer drie kilometer. Omdat we dan langs de andere kant van de watervallen aankomen, passeren we niet langs het tickethokje en moesten we niet betalen! Dat had zelfs de man van de dômes ons gezegd: ‘Als je geluk hebt, ziet hij je niet en dan moet je niet betalen!’ Want ja, in Afrika moet je voor alles betalen, ook voor een waterval. ‘t Gaat hier wel maar om 1000 CFA (1,50 euro), hoor. Burkina is trouwens opmerkelijk goedkoper dan Mali. De prijzen kloppen hier nog met die uit de gidsen. Die van Mali zijn al allemaal opgeslagen.
Blog ImageNa onze natuurwandeling rijden we terug naar Casa Afrika in Bobo.
En dan zijn we vandaag. Marlon kwam ons vanochtend ophalen en bracht ons naar de Franse mechanicien. We konden echter niet onder de poort van zijn garage. We waren weer te hoog. We bespreken wel uitgebreid alles. Gert stelt alle vragen die hij had en de man verzekert ons dat het allemaal niet erg is, dat er eigenlijk niets an de hand is en dat we beter in Ghana alles grondig laten nakijken. De Ghanezen zijn experts in Land Rover en hebben alle onderdelen (Engelse kolonie geweest, vandaar). ‘Kunnen we dan nog zonder de olie te verversen in de versnellingsbak tot in Timboektoe rijden en terug?’ ‘Geen probleem’ ‘Ok, dan gaan we naar le Festival au Desert!’ besluiten Gert en ik na weken twijfelen en we schudden elkaar de hand.
De Fransman belt voor ons ook nog Nicolas op, een Belg. Hij is net door Ghana gereden en zou ons wat info daaromtrent kunnen geven. Nicolas arriveert snel en heeft zijn wegenkaart bij. Na wat info uit te wisselen, zeggen we gedag. Heel erg bedankt, Marlon!!!

We reppen ons naar het internet om Dara, Bouba en Maïka te verwittigen dat we naar het festival komen! Het zal een blij weerzien worden! Dara belden we op, we zullen hem een lift geven vanaf Sévare.
Timboektoe, stad van de woestijn, stad van de legenden, stad van de Toearegs, gouden stad…, we komen eraan!


  • Comments(9)//www.tamtamafrikan.be/#post33

Bobo

Burkina FasoPosted by veerle Sun, December 28, 2008 12:35:28
We pakken ons boeltje en rijden terug richting San. Heel snel arriveren we in San en we besluiten om al richting grens te rijden. Aan de grens verloopt alles vlot, alhoewel het natuurlijk altijd wel wat tijd in beslag neemt. Niemand vraagt geld, behalve ene die ons eerst heel vriendelijk een glaasje thee aanboodt en een douanier die een cadeau voor Kerstmis vroeg. Toen we zeiden dat we zelf geen cadeautjes voor elkaar hadden, vond hij het helemaal niet erg.
Het begon al te schemeren toen we door alle formaliteiten heen waren. Nog 120 km naar Bobo Dioulasso. We gaan op weg. Na een tijdje is het donker. Veel mensen langs de kant van de weg, voetgangers, fietsers, brommers, karren en geen verlichting, levensgevaarlijk dus. Wat gaan we doen bushkampen of doorrijden? Doorrijden is maar anderhalf uur stress en alleen bushkampen is een hele nacht stress voor mij, dus ik kies voor het eerste. Op kerstavond komen we dus aan in de auberge Casa Africa te Bobo in Burkina Faso. We kunnen er kamperen onder een boom, het is er veilig, er is een restaurantje, ze hebben pintjes… Het leven is weer goed.

Zo brachten we hier dus Kerstmis door, niets speciaals verder, een klein nepkerstboompje op het terras, wat andere toeristen. We belanden aan tafel met een vader en zijn dochter. Zij woont met haar moeder in Duitsland, hij woont in Frankrijk en voor de kerst ontmoeten ze elkaar in Burkina.
Vandaag, op tweede kerstdag, hebben we hier het rijk voor ons alleen. Buiten dan de verkopers en gidsen die hier binnendruppelen, maar het zijn er al minder dan de eerste dag. Soms zetten die zich gewoon naast u en slaan gade wat ge allemaal doet. Weer het zoogevoel dus. Niks anders te doen zeker. Daarnet stelde er ene voor om de laptol te ruilen voor een djembe. Ik schoot in de lach en hij gelukkig ook. Ach, wel origineel anders, een oud Afrikaans communicatiemiddel ruilen voor een modern westers.

Gisteren bezochten we de stad. Het was een hel! ‘t Was weer zoals in Dakar. Op een bepaald moment werden we zeker twintig minuten achtervolgd door ne gast die ons wou gidsen op de markt. We hadden al op alle mogelijke manieren NEE gezegd, maar hij sloop telkens weer achter ons aan, grumbel, grumbel, grumbel…! Het verschil met Dakar is, dat ze ook in het restaurant u komen lastig vallen. Een jongetje dat lucifers verkocht, zette zich gewoon naast ons neer! Enkel in het internetcafé kwam niemand binnen.
We hebben dus in een flits de weeral eens heel speciale moskee gezien en de markt. Ik kon me echter niet concentreren, want ik was te druk bezig met het negeren van mensen. Het negeren van: ‘hey pssst, pssst’ ‘hey mon ami!’ ‘hey ma chérie’ ‘mon ami, c’est moi que tu cherches?’ ‘hey les blanches!’
Gert heeft voor 2 euro teensletsen gekocht op de markt.
Blog ImageWe blijven hier in Bobo nog een paar dagen, wat uitstapjes doen (buiten het centrum!) en dan rijden we 100 km verder naar het dorp Tengréla, waar een nijlpaardenmeer zou zijn, alsook een toffe camping. Volgens bronnen zou die kampeigenaar de laatste week van december een groot cultureel en sportief festival houden. Misschien iets om nieuwjaar te vieren? We zullen zien.




  • Comments(6)//www.tamtamafrikan.be/#post32

Kerstboodschap

Burkina FasoPosted by gert Thu, December 25, 2008 16:55:48
Hier verliezen de bomen ook hun blaadjes én er hangen ook (kerst)ballen in de bomen! De Baobab boom wordt hier door de vrouwen kaalgeplukt om er een saus voor de too van te maken. De kerstballen zijn de vruchten van de Baobab. Schaapjes, ezels en koeien zijn hier in overvloed. Toch ook een beetje Kerstmis.
Blog ImageZalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar!
Wij hebben ons kamp opgeslagen in auberge Casa Africa te Bobo Dioulasso, Burkina Faso.
We denken aan jullie!
Liefs
Veerle en Gert

  • Comments(6)//www.tamtamafrikan.be/#post30