tamtamafrikan

tamtamafrikan

Onze Blog

Wilde en andere avonturen op onze rondreis door West-Afrika.

België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauretanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Mali, Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Nigeria, Niger, Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Marokko, Frankrijk, België

Green Turtle

GhanaPosted by veerle Wed, March 04, 2009 13:51:41
Kumasi viel eigenlijk heel goed mee. Ik vond het best wel een gezellige stad en niet druk, zoals iedereen zegt. Misschien omdat we Dakar meegemaakt hebben? Wat ons opviel, is dat we sinds Marokko niet meer zo’n westerse stad gezien hebben. Overal asfalt en vooral de bouwstijl is zo anders dan in Mali en Burkina, veel meer verdiepingen. Zelfs in de dorpen zijn de huizen compleet anders. Ghana was dan ook een Engelse kolonie en geen Franse. Omdat de jungle hier begint, loopt iedereen hier met een machete rond. Wel raar in het begin. Als ze willen, kunnen ze dus gemakkelijk ons hoofd afhakken. Maar geen nood, hoor, mamie en papie, want bushcampen wordt hier bijna onmogelijk door het dichte struikgewas. Je geraakt met de auto de weg amper af. De Ghanezen zijn op het eerste gezicht niet zo vriendelijk. Ze lachen niet en antwoorden stuurs. Daar komt echter verandering in als je elkaar wat langer kent, dan kan er al eens een grapje of een glimlach af. En als je zelf goedgezind goeiedag zegt, zijn ze toch altijd wel heel blij. Er heerst hier een hiërarchie, wat voornamelijk wil zeggen: rijk behandelt arm als vod en kaffert hen altijd uit. Zij gaan er dus automatisch vanuit dat de rijke blanke ook zo op hen neerkijkt, wat gelukkig meestal helemaal niet het geval is met reizigers.
Kumasi was dus best wel aangenaam. Toch bleven we er maar één nacht, omdat de kampplaats niet fantastisch was en omdat we snakten naar de beloftevolle ‘Green Turtle Lodge’ in Dixcove aan de zee.
Wij op weg, langs een pittoresk weggetje, dachten we. Schoon was het wel, maar vol potholes in de weg! Zouden we vandaag Green Turtle nog halen? We bereiken Agona Junction, nemen de weg naar Dixcove, in het stadje de piste naar de lodge, nog 10 km, nog een half uurtje en het is donker. Zal Green Turtle echt zo tof zijn? Het is riskie, want ièdereen onderweg sprak er superpositief over. Zullen onze verwachtingen niet te hoog zijn?

Net voor donker arriveren we. Een vriendelijke man heet ons welkom. We rijden binnen en voelen het onmiddellijk: we zijn aangekomen in het paradijs… na vijf maanden, na er al lang niet meer naar op zoek te zijn, hebben we het gevonden. Het is onbeschrijflijk! Of toch wel te beschrijven, maar nooit te voelen of te begrijpen, als je er niet bent. Ik zal mijn best doen. De zee, met wilde golven, leuk om in te spelen, niet mogelijk om te zwemmen, te veel onderstroom, prettig met een bodybord, niet echt goed voor surfers. Een wit strand met kokospalmbomen. Je plukt zelf je kokosnoot, kapt hem open, breekt je keukenmes (pas na 4 kokosnoten nvg) en smult heerlijk.
Een cocktailbar en restaurantje waar je voor geen geld kan drinken en eten, 3 euro voor een hoofdplat, 1 euro voor een cocktail, 2 euro voor een banaan met een half gesmolten hele chocoladereep er bovenop als dessert en ‘t is allemaal superlekker. Wil je liever zelf koken? Geen probleem! Je wandelt naar het vissersdorp, koopt er een dikke tonijn voor 1 euro of een vliegende vis, wikkelt hem met wat kruidjes in aluminiumfolie, gooit hem op het kampvuur, deelt met anderen en smult naar believen.

‘Green Turtle Lodge’ is een ecoproject. Alles is gemaakt uit natuurlijke materialen: de bar van een oude vissersboot, stoelen en tafels van bamboe en hout, douches van rotsstenen, wc’s van bamboe. De toiletten zijn trouwens zelf-composterend.
Er leven hier grote zeeschildpadden, een bedreigde diersoort. Green Turtle helpt ze een handje door de dorpelingen in te lichten over de bedreiging van verdwijning. Zij eten immers de dieren en de eieren. Zeeschildpadden komen na dertig jaar terug naar hun geboortestrand om zelf eieren te leggen. Nu is het die tijd van het jaar. We hebben het geluk gehad er één te zien. ‘s Avonds komen ze op het strand, graven een kuil, leggen 150 eieren, bedekken alles sierlijk met hun achterpoten, proberen hun tracks te verstoppen en duiken weer de zee in. Zo mooi om te zien!
Een deeltje van de opbrengsten van Green Turtle gaan naar een fonds om de zeeschildpadden te beschermen. Alle werknemers van de lodge zijn mensen van het dorpje hier. Ook weer een deel van de opbrengsten gaat naar dit dorp. Sommige reizigers hadden gezegd dat het wel basic is in Green Turtle, sommige mensen die hier in een hutje verblijven zeggen dit ook. Misschien is dat wel zo, maar eigenlijk vind ik totaal van niet! Voor ons is het pure luxe! Een proper toilet en wc, water, een gezellige bar… Het is hier zo heerlijk!!! Ghana heeft trouwens opvallend proper sanitair overal.
Tom en Jo, met de kleine Emily, een Engels koppel van onze leeftijd, met hun dochtertje van twee, zijn de eigenaars. Tom is altijd goedgezind, altijd in voor een babbeltje… hij heeft de tijd van zijn leven, op de plaats van zijn leven.

Het is hier dé plek om mensen te ontmoeten, zowel locals, als backpackers, als overlanders, als vrijwilligers, als…
De locals zijn de barmannen, de keukenprinsessen, de wasmadammen, de kuismeneren, de gidsen…, maar je kan ook even het dorp binnen wandelen, daar een apetich drinken en zo een klapke doen. Apetich is zelfgebrouwen palmwijn, een straf goedje. De mensen beweren dat het 80° is. Een Pool hier denkt van niet, misschien 40°. De mannen in het dorp beginnen ‘s morgens te drinken en zijn dus bijna heel de dag zat. Heel dat dorp loopt er met rooddoorlopen ogen rond. Het is een speciaal dorp, heel arm, een hechte gemeenschap, allemaal vissers. We proefden ook kanky, een soort puree van yam, gewikkeld in bananenbladeren en een pap, zoals havermoutse pap. Beide vonden we niet zo lekker. Het smaakte zurig, omdat ze het fermenteren. Weer een heel nieuwe ervaring dat dorp.

We ontmoetten hier ook veel toffe reizigers. Toen we aankwamen stonden Anthony en Nikki van Engeland hier al een week. Hij hyperkinetisch, altijd zijn auto aan het kuisen, zij genoot van een boek en het strand. Beiden waterratten, zeilers en surfers. Spijtig was haar surfbord gebroken nadat ze het had uitgeleend aan een Amerikaan. Een hele dag zijn Anthony en Nikki bezig geweest om het proberen te repareren, maar het was een grote krak, dus of het zal houden is nog af te wachten. Nikki was er het hart van in. Zij reizen nog tot Zimbabwe, waar Nikki geboren en opgegroeid is. Haar moeder woont er nog.
Jasper, een Hollander, doet hier vrijwilligerswerk, beweert dat ze in Nederland aan het terugkomen zijn van het alternatievere vernieuwde vrije onderwijs, dat ze terug meer richting het klassieke Belgische systeem willen. We wisselden boeken uit.
Robin, een Engelse, doet vrijwilligerswerk in Accra, vond het lesgeven aan gehandicapten niets voor haar, maar genoot van de woensdagen, waarop ze werkte met zwangere prostituees. We mogen misschien in haar tuin kamperen. Ze moest het nog even vragen aan haar huisbaas, een oude (40!) Nederlander.
Een Duits koppel, hij doet me aan de Jef denken, maar dan met rastas, zij is Burkinabé, een felle madam, ze hebben een huis in Tamale. Ze waren hier om zijn verjaardag te vieren, maar alles viel in het water toen ze hun autosleutel plots kwijt waren. De deur ging nog open, omdat het raam op een kier stond, maar ze konden dus niet starten. Een mechanicien haalde het slot eruit. De auto kon niet gestart worden met een schroevendraaier ofzo, want er is een elektronische code verbonden aan de sleutel. Het probleem van de auto’s vandaag de dag, zeker in Afrika, teveel elektronica. Zij met het slot naar Accra om een sleutel te laten bijmaken. Een week later zijn ze terug op weg naar Green Turtle, met iemand die een computer heeft om de code te breken, want een sleutel bijbestellen, zou een maand duren, ze moeten het opsturen van Korea. Op weg naar hier dus, krijgen ze telefoon van Green Turtle dat de sleutel gevonden is. De tuinman was aan het keren en stootte erop. Zij arriveerden dolgelukkig. Unfortunately moesten ze nog heel wat betalen aan de gast die meegekomen was met zijn computer, ook al heeft hij niets gedaan.
Roo, Australiër, vol tatoos, rijdt met een Land Rover Defender 130 pick up, wil deze auto in België verkopen, Unimog kopen en ermee naar Siberië rijden, oversteken naar Alaska en tot Patagonië gaan. (Rob, je gaat misschien nog een mailtje van hem krijgen en anders vind je hem op het LROC. nvg)
Mark, half Ghanees half Nederlander, komt zijn familie in Ghana bezoeken.
Matthew, vriend van Tom de eigenaar, komt zijn vriend bezoeken en afkikken van London, heeft voor de rest niets van Ghana gezien, is in Green Turtle gestrand.
Ina en Jeroen, veertigers, Nederlanders, overlanders, leerkrachten buitengewoon onderwijs. Ina lijkt me heel bedreven in het begeleiden van elk kind afzonderlijk. Jeroen is erg bezig met de evolutie van het onderwijs. Doet me denken aan jou een paar jaar geleden, pap. Ina vertelde dat België ver staat in verband met het begeleiden van kinderen met autisme. Leuk om te horen. We hebben enkele keren gezellig samen gegeten en natuurlijk veel tips uitgewisseld. Zij kwamen van Benin en Togo en zijn nu weer op weg naar huis.
Alex, een overjaarse hippie, Fransman, wordt binnenkort 50, heel lieve sociale man, altijd lichtjes in de wind, slaapt in zijn kleine tentje, heeft bijna geen bagage, zwemt in zijn onderbroek, is graatmager, gaat twee keer per dag naar het vissersdorp om een apetich te drinken en wat eten te kopen, leeft van de dauw, is altijd 6 maanden op reis, 6 maanden in Frankrijk, werkt in een park waar ze een speciaal ezelsras beschermen, is er gids.
En dan heb je Harm, Greg en Andrew, drie zotte gasten die stukken samen gereisd hebben, drie totaal verschillende karakters die het wel met elkaar kunnen vinden.
Harm, Nederlander van Scheveningen, surfer, viskenner, Robinson Croesoë in spe, moto gekocht in Mali, reist met tentje, kookt op een kampvuurtje, heeft 18 maanden, nog een lange weg te gaan, droomt ervan een hutje te bouwen op een ‘onbewoond’ eiland.
Greg, Pool, verdient zijn kost in Noorwegen, truckchauffeur, nooit thuis, man van extremen, altijd klaar voor een uitdaging, kan niet stilzitten, sportief, offroadfreak, vrouwenversierder, ook moto gekocht in Mali, gaat binnenkort naar huis. Hij plant reeds zijn volgende reis, naar Siberië met een Russische ingerichte truck. In de winter wil hij daar overleven in een verlaten dorp. Hij wil ook eens een keer de wereld rond reizen langs de evenaar. Je mag dan maximum 20 km langs elke kant gaan, eender wat je tegenkomt, moeras, water, jungle…
Andrew, Ier, bedeesd, rustig, take it easy, opgevoed met homeopathie en zonder vaccinaties, studeert iets met filosofie, psychologie en religie, heeft fiets gekocht in Mali, reist ook met tentje, slaapt veel, leest National Geographic.

Dat zijn onze vrienden hier. ‘t Is hier heerlijk! Eindelijk na vijf maanden kunnen we nog eens westers doen. Ik had het nodig. Het doet deugd. We zijn hier nu 12 dagen en besloten nog te blijven tot zondag, 16 dagen zal het dus worden. Dan zijn onze batterijen volledig opgeladen en gaan we recht naar tante Suzanne! Met nog een kleine stop in Cape Coast om daar een slavenkasteel te bezoeken en een grote stop in Accra, garagebezoek en visaformaliteiten.
Voor iedereen die er even tussenuit wil: ga naar Green Turtle! Een ticket naar Accra kost slechts 300 euro! Als je niet wil kamperen, moet je wel op voorhand reserveren, want alles zit altijd stampvol: www.greenturtlelodge.com Jurgen, een plek voor u, denk ik!

Ondertussen zijn we zaterdag. Ik schrijf nog even de laatste nieuwtjes:
Andrew heeft net twee nachten in het ziekenhuis doorgebracht, malaria, 40° koorts. Hij was een vod, maar is nu weer helemaal beter. Het schijnt dat ze hier in Afrika zeer goede medicatie hebben om malaria te genezen. In Europa is dit nog niet te verkrijgen, want dat duurt ongeveer 10 jaar voor een nieuw geneesmiddel bij ons op de markt mag komen.
We hebben opengebroken schildpadeieren gevonden en een uitgedroogd babyschildpadje, superklein, maar helemaal af. Tja, niet veel schildpadjes halen de zee. Spijtig!
Wat ik nog was vergeten te vertellen! Een projectje: Gert en ik hebben elkaars haar geknipt! ‘t Was dringend nodig, ziet ge. Ons haar was aan het uitdrogen. Een kapper die westers haar kan knippen, vind je in Afrika echter niet, dus hebben we de keukenschaar gepakt en zijn zelf aan de slag gegaan. Het resultaat is zeer ongelijk, maar daardoor eigenlijk wel plezant! ‘t Was grappig en spannend!
Morgen vertrekken we na het ontbijt. Alex gaat met ons mee tot Cape Coast. Overmorgen trekken Harm, Greg en Andrew ook verder. We hebben samen een heel leuke tijd beleefd in Green Turtle. Bedankt jongens en tot ziens, ergens in de wereld, maybe one day…








  • Comments(12)//www.tamtamafrikan.be/#post38

Van een mug een olifant maken

GhanaPosted by veerle Thu, February 12, 2009 19:02:27
De grensovergang was weer geen probleem. We belandden in het Engelstalige Ghana. Een hele aanpassing na vijf maanden Frans te spreken. Zelfs al bij de eerste politiepost merk je dat dit land een Britse kolonie was. Beter georganiseerd, meer regels, alvast op het eerste gezicht.
We bushcampen onze eerste nacht.
De volgende dag rijden we aan één stuk door richting Nationaal Park Mole. We zullen er net niet geraken voor donker en besluiten nog een nachtje te bushcampen. Dit was de slechtste beslissing ooit, of toch de slechtste plek ooit! We werden belaagd, overvallen, niet door rovers, maar door miljoenen kleine vliegen! Het was de hel! We hingen een muskietennet op, ze kropen erdoor! Het enige dat erop zat, was wachten tot zonsondergang. Op zo’n frustrerend moment duurt een uur lang, heel lang! Eindelijk waren ze weg, we konden relaxen. We vatten het plan op om ‘s morgens om zes uur op te staan, onmiddellijk te vertrekken en pas te ontbijten in Mole Park. Dat kon immers niet ver meer zijn. Als we ‘s ochtends wakker werden, hoorden we de bastards al. Gelukkig zaten ze nog in de bushkes. Wij snel weg! Om zeven uur waren we al in Mole.

Daar ontmoeten we drie andere overlanders, die spijtig genoeg, net gingen vertrekken. We praten toch nog gezellig bij een tas koffie en wisselen allerhande tips uit. Zij vertrekken en wie komen er toe? Olifanten! Vier olifanten passeren langs de camping! Amazing natuurlijk! Wij gingen boven op de auto zitten, genieten en foto’s nemen.
De kampplaats is trouwens geweldig! De beste en properste douche sinds thuis! Wc’s en douches zijn afgesloten met hekwerk, zodat er geen dieren binnen kunnen. Er is zelfs een vuilbak! Lang geleden! Echt nodig is dat niet, want dagelijks passeert er een familie aardvarkens, die de vuilbak plundert. En het uitzicht! Het uitzicht over het woud is prachtig.
In de late namiddag maken we een safaritrip met een ranger in de auto. Twee uur en een half leidt hij ons rond. We zien veel verschillende soorten antilopen, waaronder het hartebeest (vind ik een grappige naam). Voor de rest in de verte een paar baboonen en mooi gekleurde vogels. Wat we ook van dichtbij mochten meemaken, tot vervelends toe, was de tsetsevlieg. Eerst moesten we de ramen dichtdoen van de ranger, maar na een paar minuutjes, toen hij merkte dat we geen airco hadden, gingen ze snel weer open! Ge zweet u hier immers te pletter. Zo raar, maar van het ogenblik dat we de grens met Ghana overreden, veranderde het klimaat. Het is hier vochtiger, warmer en dus meer zweten! Het is hier pokkeheet en het warmste moet nog komen! Ik weet niet of we dat overleven! Ge kunt u inbeelden, ik die het te warm vind, dan moet het echt wel warm zijn! Gert is blij dat hij niet de enige is die afziet. We begrijpen nu ook compleet het Afrikaanse ritme. Het is gewoon onmogelijk om druk bezig te zijn! Ik zit nu gewoon op een stoel en ik zweet.
De ranger wist wel wat af van insecten, dus ik vuurde een paar vragen op hem af. Sinds de laatste bushcamp sta ik immers boordevol beten, precies de mazelen, ook al had ik me ingesmeerd en alles! Ik vroeg achter vliegen, vlooien, termieten en muggen. Hij stelde me gerust, de beesjes die ik beschreef, waren niet gevaarlijk, alleen lastig.
De ranger stak ook een stuk bos in de fik. Het is te zeggen, het lange droge gras. Dat doen ze systematisch elk jaar. Zo kan er nieuw gras groeien en blijven de dieren in het park. Raar, maar de bomen branden niet mee op, enkel vanonder een beetje.
Op het einde van onze safaritocht rammelde de ranger een tekstje af, precies of hij praatte tegen een groep. ‘Dit is het einde van de toer. Bedankt voor uw aandacht. U hebt geluk gehad, want u hebt bijna alle dieren van het park gezien. Terug in het kamp betaalt u volgens het aantal uren en je geeft de ranger een tip van minimum 5 cedis.’ Alle dieren, hm, buiten de olifant, de leeuw en het luipaard gerekend dan. Een tip van 5 cedis? Het is 0,75 cedis per uur per persoon, dus 4,50 in totaal. De tip zou dus meer zijn, dan de tocht????? In het bureautje handelen we de officiële prijs af. Ik ben zo gemeen om in het bijzijn van de secretaresse te vragen aan de ranger hoeveel hij ook al weer vroeg als tip. De man was beschaamd en mompelde iets van als je mij een tip wil geven, mag dat, als je dat wil. De dame lachte en zei: ’Je mag geven wat je wil!’ Buiten gaven we hem de 5 cedis en zeiden dat we het veel vonden.
‘s Avonds kwam hij langs om uit te leggen waarom 5 cedis niet teveel is: Hij zou ons beschermen tegen de wilde dieren ‘s nachts. Hij had het licht op de camping al speciaal voor ons aangestoken. Hij riskeerde immers zijn leven voor ons. Yeah, yeah, right. Wij deden ook ons verhaal, van financieel uitgemergelde blanken, en dat ze de risicofactor dan maar in de prijs moeten incalculeren, maar niet altijd achteraf er mee moeten komen aandraven. Je denkt dan: ’Oh, ‘t is hier goedkoop! Niet dus!’ We hadden een hevige discussie. De ranger vond mij nog sympathiek, maar Gert vond hij een kwaaie. Ik verdedigde natuurlijke Gert. Wij dachten er immers hetzelfde over. Na veel gepalaver schudde we elkaar de hand en vertrok hij. We hebben hem nooit meer gezien. Verdedigen? Waar was hij dan als die baboonen kwamen?
De volgende dag kregen we ‘s morgens bezoek van kleine apen. We lagen nog in de tent. De apen passeerden. Die middag echter kwam er een familie baboonen de vuilbak plunderen. De man die de camping schoon houdt (doet hij trouwens excellent!) kwam rustig langs en de apen gingen er vandoor.
Veel hebben we die dag niet gedaan. Uit geldprincipe deden we niet nog eens een safaritocht. We waren er ook niet echt voor in de mood. We waren lam door de hitte. Op de koop toe zag ik erg af van de beten die ik had. Enkele kanjers, allergische reactie.
Onze laatste ochtend wilden we snel vertrekken. Dat werd verhinderd door tientallen baboons! We konden niet ontbijten! Het was Gert tegen de baboonbaas. Met zo’n gast valt niet te lachen. Hij sprong op de auto en zijn arm stak al door het open raampje. Met een tentstok verdedigde Gert ons territorium. De baboonbaas ging tegenover ons zitten, zodat alle vrouwtjes en kleintjes veilig konden passeren. Je weet immers maar nooit met die toubabs! Op den duur zat de kampplaats vol apen! We wisten niet wat gedaan! Tot gelukkig de onderhoudsman weer verscheen. Van hem hebben ze bang en dan druipen ze af. Het was angstaanjagend, maar ook wel mooi om te zien. Veel kleine aapjes die spelen en stoeien of op moeders rug zitten. Heel erg mooi, maar spijtig genoeg zijn alle foto’s mislukt. In de drukte vergeten fototoestel juist in te stellen.

Genoeg apen en rangers, de volgende dag rijden we naar een stadje Nkorenza. Wat is daar te zien? Niets eigenlijk, behalve dan een project voor mentaal gehadicapten, gerund door een Nederlandse dokter, waar ook een guesthouse aan verbonden is. Lijkt ons tof om langs te gaan.
Hier zitten we dan nu. Het project zit fantastisch in elkaar. Er verblijven hier 52 gehandicapte kinderen en volwassenen. Sommige gaan naar school in een speciale school naast het domein. Anderen doen workshops in de dag, zoals weven of parels rijgen. Weer anderen blijven in het dagcentrum. Er zijn 25 begeleiders. Zij wonen allemaal op het domein en zorgen ‘s nachts voor enkele gehandicapten in hun huisje. Begeleider zijn hier, is dus een job van 24 op 24. Onvoorstelbaar knap vind ik! Ik zou het niet kunnen. Het domein is heel gezellig ingericht. Kleine huisjes rond een grote tuin, een speelruimte, een knuffelruimte, een TV ruimte, een zwembad enz. De guesthouse zijn kleine gezellige bungalowtjes. Wij kamperen in onze tent op het grasplein. Wel druk, niet echt ideale plek. Vooral ‘s morgens. Dan is het ochtendwandeling en werden we dus wakker van mensen die toertjes wandelen rond het grasplein op het weggetje dat vlak voor onze tent passeert.
Het project zit knap in elkaar, maar ik voel me hier een beetje een buitenstaander. De meeste blanken doen hier vrijwilligerswerk, wij zijn maar bezoekers, pottekijkers, zo voel ik het aan. Er is iets geknapt in mij, de moment dat we aankwamen. We waren moe en bezweet. Een blanke man zei vriendelijk goededag. Er zat nog een blanke vrouw bij en enkele Afrikanen. Ik vroeg aan de blanken: ‘Are you the doctor?’ De vrouw antwoordt heel onvriendelijk en geïrriteerd: ‘Euh ja, maar wij zijn wel in meeting!’ Ik draai me om en ben weg. Het is vijf maanden geleden, dat ik dit nog meegemaakt heb. Ik ben achterovergeslagen. Ik had me een vriendelijke dokter voorgesteld en een warm onthaal. Dat viel tegen. Gelukkig nam Charity ons onder haar vleugels. Zij staat in voor de guesthouse en bijhorend restaurantje en ze doet dat fantastisch.
Al bij al, een fantastisch project, maar als toerist voel ik me hier niet echt op mijn gemak. Voor wie vrijwilligerswerk zoekt en graag met mentaal gehandicapten werkt is dit the place to be. Neem dan zeker eens een kijkje op de website www.operationhandinhand.nl

Morgen trekken we naar Kumasi. Het schijnt een drukke stad te zijn, enkel goed voor inkopen en internet. We zullen zien. We kijken in elk geval erg uit naar ‘Green Turtle’ aan de kust. Dé plaats voor overlanders. Iédereen spreekt er positief over. Het zou er eenvoudig zijn, goedkoop en gezellig.


  • Comments(9)//www.tamtamafrikan.be/#post37

Voetbal en speurtocht

Burkina FasoPosted by veerle Thu, February 05, 2009 23:43:23
Vertrokken in Nouna, maar eerst nog feest natuurlijk! Onze laatste avond nodigden we onze vrienden uit om nog eens gezellig samen te tafelen. Suzanna had zelfs keilekkere wijn bij! Alsof dat nog niet genoeg was, is iedereen ons nog komen uitwuiven ‘s morgens ook! In België zou niemand daar tijd voor hebben. Blank of zwart, in Nouna is iedereen al een beetje Afrikaan geworden! De kolonel had zelfs een cadeautje bij, een houten plaat met daarop de kaart van Burkina gebrand en daarin enkele wilde dieren. Zijn broer had dit gemaakt. Viviane kwam tijdens haar voormiddagpauze op school zelfs nog even langs en moest een traan wegpinken. We zijn hier maar anderhalve week geweest en zo’n afscheid. Het is onvoorstelbaar. We zullen jullie missen! Bedankt allemaal!
Op naar de grote stad Ouagadougou. Hier moeten we zijn om ons visum voor Ghana aan te vragen, stok in te slaan in de Marina Supermarket en de OK Inn te inspecteren. De OK Inn is een chique hotel waar je als overlander gratis mag kamperen op de parking, gebruik maken van het zwembad en als je iets drinkt in de bar is er wifi. Alle overlanders praten erover, dus dat moeten we even controleren. Zo gezegd, zo gedaan, het klopt allemaal als een bus. En wat hebben wij in de bar gedronken? Een cocktail, mmmm!

Voor het weekend, wachtend op ons visum, trekken we toch naar Bazoulé, een dorpje, enkele kilometers buiten Ouaga, ons aangeraden door Renée. Ze hebben daar een meer met heilige krokodillen en één kampement. De patron van het kampement was ontzettend vriendelijk. We mochten zonder probleem kamperen en koken enzo. ‘Hoeveel is het per nacht?’ Een verbaasde blik, discussie met enkele anderen die er werken in hun taal… ‘Goh, eigenlijk gebruiken jullie niets van ons, goh, als jullie vertrekken, kan je misschien een kleine bijdrage geven voor het dorp, wat je wil… is dat goed?...’ Hoor ik dat nu goed? Weeral een plek waar ze geen geld uit je zakken kloppen? Burkina is fantastisch! De patron kende ook nog Renée en haar familie, er werden handen geschud, gelachen en het ijs was gebroken.
Het viel op hoe goed die gemeenschapskas van het dorp hier werkt. Het geld van het meer (gids en kip om te offeren), het kampement en de artisanat die verkocht worden, gaat allemaal in de dorpskas. Met dit geld zijn bijvoorbeeld een jeugdhuis, mooie winkeltjes en ateliers voor de artisanat gebouwd. In die ateliers kunnen de jongeren na school workshops volgen om zelf de stiel te leren: bronzen beeldjes maken, houtbewerking of batikken. Medunkt zijn er veel geboren kunstenaars in Bazoulé, want ze maken er echt prachtige dingen. In het kampement staan stenen banken in de vorm van dieren en het jeugdhuis is ook supertof versierd. Beiden door dezelfde kunstenaar. Deze gemeenschapskas maakt het ook veel aangenamer voor de toerist. De mensen moeten niet hun eigen kost verdienen, dus niemand die u lastig valt en omdat het zo mooi gepresenteerd is en niemand opdringerig doet, is het een plezier om rond te kijken in de winkeltjes. Je krijgt ook uitvoerig uitleg in de ateliers. Gevolg: je koopt iets van harte! Ze vragen vrij correcte prijzen. Iedereen tevreden! Het werkt daar echt. Op veel plaatsen kunnen ze nog iets leren van Bazoulé!
Als wij normale toeristen zouden geweest zijn, zouden we dus een kip gekocht hebben en die dan aan de krokodillen gevoerd hebben, om een foto te hebben met onszelf en de krok en de dode kip. Maar vermits wij nu eenmaal niet normaal zijn, kozen wij ervoor om naar de voetbal te gaan. Een kip kopen voor oververzadigde krokodillen, in een dorp waar de mensen elke maaltijd tô eten, vonden wij zowieso al maar raar. Nu was er toevallig zondagnamiddag match tussen Bazoulé en een ander dorp. De twee chiefs hadden dit georganiseerd om de jeugd te motiveren, nuttig bezig te houden. Een hele gebeurtenis in zo’n klein dorp! En voor ons ook weer een toffe ervaring! Twee dorpen verzameld, de leraar van Bazoulé die de organisatie op zich neemt, de geluidsinstalatie van het jeugdhuis, twee echte voetbalcommentators, de chiefs en oude wijzen in traditionele klederdracht en met zwaard in een huls met flosj, sommigen wel met wollen muts of sjaal en kapotte sokken, een man op een paard die kunstjes vertoond, een echte voetbalbeker, een défilé van alle voetbalploegjes, hun naam geschreven op een kartonnetje en bevestigd op een stokje, de twee échte ploegen, per ploeg dezelfde truitjes, verschillende broekjes en sokken, velen met watersandalen, scheidsrechters, publiek dat in de bomen hangt, een bal, een stoffig veld en de match kan beginnen. Passen geven, dat kennen ze hier niet, maar ambiance verzekerd. Wij mochten natuurlijk weer op een stoel zitten, maar op den duur zaten de mensen die achter ons stonden zo goed als in onze nek. Bij de rust stormden de kinderen op het veld. Uiteindelijk was het nul-nul, iedereen blij, snel naar huis, voor den donkere.
Op een nacht hoorden we drie geluiden, zoals kanonschoten. De volgende dag vroegen we aan de patron wat dat was. ‘Omdat er iemand gestorven is,’ zei hij, ‘Je moet geen schrik hebben hier, hoor! Ik slaap naast jullie, hier in het huisje!’ Sindsdien stelde hij ons elke avond gerust.
Dag Bazoulé! Mercikes en doe zo voort!

Terug naar Ouaga, visum ophalen en dan naar Koupéla voor onze nieuwe missie. De missie: zoek Raki, 11 jaar, plan kind van Hedwig, geef een cadeautje af. Gegevens: woont in het dorp Guirgo, in de provincie Kouritenga, hoofdstad Koupéla, vader heet Salfo, moeder Salamate. Een kolfje naar onze hand!
Als uitvalsbasis nemen we Koupéla. Staat niet in de reisgidsen, dus waar kunnen we slapen? Een auto achter ons claxoneert, een Belg, zijn vrouw wijst ons de weg naar ‘la mission catholique’, bij de nonnen dus. Ze hebben een heel grote tuin met lekker veel schaduw. De hoofdzuster is gereserveerd, maar we mogen er gratis kamperen! Sympathieke nonnekes in Koupéla!
‘s Ochtends gaat Gert brood kopen en vraagt even rond naar het dorp Guirgo. Een oude man weet het zijn. ‘Het is niet zo ver. Ga naar Pouytenga en vraag het daar nog eens. Daar is het enkele kilometers de brousse in. Heb je een fiets?’ vraagt hij bezorgd. ‘Nee, maar wel een auto?’ De man moet lachen: ‘Geen probleem!’
We gaan nog even langs de markt om een mooie pagne (=Afrikaanse rok) te kopen voor Raki en ineens ene voor mij, want mijn broeken zijn aan het verslijten. In Pouytenga aangekomen, spreken we een groepje mannen aan. ‘Het dorp Guirgo?’ Eén man, Dieudonné, weet met zekerheid de weg. Het blijkt echter onmogelijk uit te leggen, te ingewikkeld. ‘Heb je tijd? Wil je met ons meegaan? Daarna komen we terug naar hier.’ Tijd had hij wel, maar zin precies niet. Zijn jongere cousin moest maar meegaan. Die wou wel, maar kende eigenlijk toch niet zo goed de weg. ‘Kunnen we alletwee mee?’ ‘Nee, we hebben maar één extra zitplaats.’ ‘Mmm, ok, ik zal wel meegaan.’ Dieudonné was serieus, nogal stil, maar wees goed de weg. Al snel werd duidelijk waarom je moeilijk de weg kon uitleggen: kronkelweggetjes tussen de akkers, niet gemaakt voor een auto! Een dorp kan je Guirgo niet echt noemen, eerder een gebied met hier en daar een paar nederzettingetjes van families. Dieudonné vraagt rond naar Salfo en Salamate. Vrij snel vinden we ze. Hilariteit op het erf natuurlijk. De buren komen af, de moeder is dolblij, Raki wordt in allerijl per fiets van school gehaald. De vader bekijkt alles vanop een afstand. Raki is heel serieus, heel beleefd. We geven de pagne af in naam van Hedwig. Prompt krijgen we een geweven doek mee, voor Hedwig. Weer typisch voor hier: die doek is eigenlijk veel meer waard dan die pagne!
‘Als we geweten hadden dat jullie kwamen, hadden we iets klaargemaakt,’ zei de moeder, ‘Jullie hebben zoveel moeite gedaan om tot hier te komen!
Ongelooflijk! Bedankt!’ Ach, dat valt wel mee. Dieudonné vertaalt telkens. Hij begint er plezier in te krijgen, lacht al eens en wordt wat losser. ‘Le maître a demandé pour vous, à l’école,’ zei Raki. ‘Dieudonné, heb jij nog tijd?’ Hij moet altijd lachen als we dat vragen. Hij heeft alle tijd. Naar de school. Het is middagpauze. Fier troont Raki ons mee naar de leerkrachten. Daar worden we op een stoel gezet vooraan in de klas. Alle ogen van de leerkrachten en het oudercomité op ons gericht. Stilte. ‘Euh, iemand had naar ons gevraagd?’ ‘Ah ja, gewoon, dan kan je de school eens zien. Er is een oudercomité en een leerlingenraad.’ ‘Amaai, tof!’ Buiten aan de ramen en de deuren, honderde nieuwsgierige gezichtjes. De leraren zeggen dat ze moeten weggaan. Ze luisteren niet. Dan gaat één leerkracht naar buiten en dreigt met iets. Ik weet niet wat, vraag het mij wel af, want het werkte onmiddellijk!
We brengen Raki en haar zus terug naar huis. ‘We komen nog even dag zeggen.’ Dat apprecieerde de moeder weer enorm. En ja, hoor, ook de vader kwam nu een beetje los. Hij vroeg een foto te nemen van hem als hij aan het werk was. Hij is namelijk smid. Fier poseerde hij.
‘Dag iedereen! Bedankt!’ ‘Nee, jullie bedankt!’ ‘Nee, jullie…’ ‘Nee…’ ‘Daaaag!’
‘De mensen waren echt content, hé,’ zegt Dieudonné.
Terug in Pouytenga, nodigen we Dieudonné uit om samen met ons te eten. Zijn neef nodigt zichzelf uit. We bestellen kip en frisdrank. Feest dus. Dieudonné straalde helemaal toen Gert vertelde: ‘We stapten uit in Pouytenga en keken eens rond. We zagen jou en dachten: dat ziet er ‘un homme sérieux’ uit!’ Het is hier immers een groot compliment als ze je ‘serieus’ noemen.
Na het eten nemen we afscheid. Iedereen weeral eens tevreden.

Wij rijden terug richting Ouaga. Onderweg hadden we een plakkaat gezien van een kampement. We rijden er naartoe. Blijkt het een superchique jagerskampement te zijn, 50 000 CFA voor een kamer, 5000 CFA om te kamperen. De man toont ons het zwembad en de bar en wij zeggen: ‘5000 CFA, dat is teveel voor ons.’ Normaal is het immers 3000 CFA in Burkina. De man wist niet wat hij hoorde. Hij is duidelijk andere blanken gewoon.
Wij duiken de brousse in. Bushcampen, ik heb er eigenlijk geen schrik meer van. Die enkele herders en dorpelingen laten u altijd met rust en doen dus zeker geen kwaad.
‘s Anderendaags belanden we terug in de OK Inn. Daar zitten we dan nu, aan het zwembad, net een lekkere fruitsla gegeten en een gigantische portie frieten met mosterd en ketchup.
Het plan is om morgen of overmorgen naar Ghana af te zakken. Via de grensovergang in Léo, langs de westkant willen we richting kust rijden. Volgens Nicolas is dit de mooiste weg en rustig, want weinig toeristen en weinig politiecontroles.

  • Comments(8)//www.tamtamafrikan.be/#post36

Nouna

Burkina FasoPosted by veerle Tue, January 27, 2009 15:39:59
Vanuit Bankas in Mali zijn we weer de grens overgestoken met Burkina Faso, probleemloos. Daar kunnen ze in Senegal nog iets van leren! We hebben de nacht doorgebracht te Ouahigouya in Hotel Liberté. Het leuke hier was dat er eindelijk nog eens een vrouw ons onthaalde, Abi, een keitoffe madam. Meestal worden de kampementen uitgebaat door mannen.
In Ouahigouya zijn we op zoek gegaan naar een internetcafé. We vonden er drie, allemaal superfancy, maar nergens mochten we onze eigen computer aansluiten. De eerste keer dat we dit meemaken in Afrika!
Ouahigouya is trouwens een leuk, rustig stadje. Dat wil voor ons dus zeggen: geen verkopers en gidsen. We kunnen er gezellig rondwandelen en de mensen doen normaal tegen ons. Behalve ene gast! Hij had acht maanden in Segou in Mali gewoond. Tja, dan weet ge genoeg. Van ver al: ‘Ah, le couple heureux!’ Zuiver ‘pour l’amitié’ wou hij met ons meewandelen naar het internetcafé. Na enkele minuten: ‘Het internet moet je altijd per uur betalen, een héél uur! Mag ik dan niet een paar minuutjes?’ Ik heb gedaan of ik hem niet verstond. Nog wat later: ‘Zal ik jullie nadien laten zien welke spulletjes ik verkoop?’ Gert en ik in koor: ‘Ah nee, hé! Je had gezegd puur ‘pour l’amitié’!’ Me alle Chinezen, mor nie me den deze! Enfin, na een hele tijd, toen hij doorhad dat er echt niets te rapen viel, is hij maar vertrokken. Hij werd moe van al dat stappen, zei hij.
Tot zover ons korte bezoek aan Ouahigouya. We belden Jonas op en reden richting Nouna.

Jonas hebben we leren kennen een week voor ons vertrek. Hij was ook op het jaarlijkse feestje van Poco a poco. Hij gaf zijn telefoonnummer in Burkina en zei dat we altijd mochten langskomen. Dat moet je ons geen tweede keer zeggen! Ondertussen weten we immers al dat de ideale manier om een plaats en zijn mensen te leren kennen, is via een Vlaming die er woont.
Jonas geeft hier een paar uur wiskunde in een technische school om een beetje te verdienen, maar zijn hoofddoel is zelf enkele kleinschalige projecten realiseren, stap voor stap, met steun van Afrant (Afrika-Antwepen). Zo heeft hij onder andere een lasatelier gebouwd voor Innocent Mossé. Daar zijn nu drie jongens in de leer. Ze krijgen er een degelijke opleiding, mogen werken met goed materiaal en er wordt ‘s middags voor hen gekookt door de vrouw van Innocent. Jonas geeft zelfs Franse les aan één van de gasten.
Het volgende project waar hij van droomt (maar het zullen geen dromen blijven!), is een foyer (internaat-studiekamer) bouwen voor jongens van de middelbare school. De foyer die er is, is immers totaal overbevolkt en aldus geen goede plek om te studeren. De meeste leerlingen komen van ver om naar school te gaan, vandaar dat een internaat nodig is.
Dit zijn slechts twee projecten van Jonas, maar hij heeft al veel meer gedaan en heeft nog veel meer ideeën ook. Wie geïnteresseerd is, kan een kijkje nemen op zijn website www.jonasinnouna.blogspot.com.
En wij? Wij logeren in zijnen hof en vinden het hier geweldig. ‘t Is hier supertof, de max, rustig, al wat ge maar wilt! Geen mythe over goud, niks legendarisch, geen heldhaftige ontdekkingsreizigers…Nouna, een vergeten stadje in Burkina, vergeten door de regering en door de toerist…maar voor ons is dit de gouden stad…
De instructies van Jonas waren: Aan hèt rond punt van Nouna, neem je de weg naar Djibasso en vraag je naar het lasatelier van Innocent Mossé. Dat deden we en we werden fantastisch ontvangen door Innocent en zijn vrouw, Brigitte. Jonas werd verwittigd, we kregen lekker eten en het voelde goed!

Ik vertelde Innocent dat ik nieuwsgierig was naar hoe ze nu eigenlijk die lemen stenen maken. Langs de weg zien we bij elk dorp een plek waar ze die stenen maken, maar nog nooit hebben we het van dichtbij kunnen zien. Hop, de volgende dag nam Innocent ons mee naar een stenenmaker die hij kende. Aarde, water, gedroogd gras en een houten gietvorm. Dat is alles wat je nodig hebt. Je moet natuurlijk wel de goeie mengeling kunnen maken. Ook daar waren jongens in de leer en je zag echt het verschil met de ervaren patron.

In de namiddag werden we getrakteerd op een andere unieke ervaring. Jonas nam ons mee naar het dorp Gouni. Daar trad een lokale theatergroep op waar Jonas mee samenwerkt. In februari plannen ze een educatief stuk, nu was het louter voor het plezier. Het was dan ook gieren! De humor was supereenvoudig, een blinde die ergens tegenloopt bijvoorbeeld, maar heel het dorp lag plat van het lachen. Toch super, zo hadden die mensen ook weeral een leuke namiddag. Er werd ook gedanst en muziek gespeeld. De blanken moesten natuurlijk op een stoel gaan zitten. Het deed mij aan India denken. Wat me nog eens extra opviel, als je zo heel het dorp samen ziet, is het enorme kinderaantal. Onvoorstelbaar, gewoonweg teveel! Misschien wel 2/3 van het dorp. Na de voorstelling kregen we nog eten ook, van de vrouw van de voorzitter van de groep. Het was keileuk!
De weg ernaartoe en terug was al even bijzonder. Het dorp ligt 22 km van Nouna. Eerst nog goeie piste, daarna kronkelweggetjes. Weggetjes waar zelden of nooit een auto passeert. De mensen keken dan ook verschrikt naar het witte monster, vielen van hun fiets, lieten hun fiets vallen en renden de struiken in… Een oude vrouw hoorde de motor, ze stopte, maar keek niet achterom. We konden niet door. Zij dacht immers dat er een brommer ging passeren. Zij wachtte, wij wachtten, tot ze achterom keek. Het menske wist niet wat ze zag! ‘t Was maf, ‘t was tof, ‘t was een ervaring.

Die dag hebben we ook Carolin en Jana leren kennen. Beiden werken hier tijdelijk in het researchcentrum voor aids. Carolin beëindigt volgende week haar vijf maanden hier en Jana begint net. Carolin is 18, staat open voor de wereld en is ontzettend lief! Jana is gyneacologe, heeft al een ontzettend lange buitenlandse cv (knap, amaai!) en geraakt snel gefrustreerd door het Afrikaanse werkritme.
We spreken af om de volgende dag ‘s avonds samen te koken bij hen thuis. Het is te zeggen, we hebben allemaal samen groentjes gesneden en Gert heeft tagine klaargemaakt.

De volgende dag werden we ‘s middags uitgenodigd bij de ‘kolonel’. ‘t Is genen echte kolonel, maar een spelletje tussen Jonas en enkele vrienden. Eigenlijk heet de man Eli en is hij sportleraar. Maar wat veel typerender is voor hem, hij is een revolutionair in hart en nieren! Hij kijkt op naar Ché Guevara, Fidel Castro en vooral Thomas Sankara. Deze laatste was een groot revolutionair in Burkina in de jaren tachtig. Helaas is hij natuurlijk weer eens vermoord. Bij Eli aten we pasta en zagen we een documentaire over Sanka.
Een historische noot voor de liefhebbers:
Thomas Sankara pleegde een staatsgreep in 1982. Hij is vermoord in 1987 door de puppets van de huidige president, Blaise Compaoré. Dit wordt uiteraard stilgezwegen!
Thomas Sankara was de Ché Guevara van West-Afrika. De Renault 5s werd de officiële auto van de president en zijn ministers. Het salaris van de regering werd verminderd met 25%. Sommige regeringsleden werden in 1985 weggestuurd om te gaan werken op het platteland. Op 15 dagen tijd werd 60% van de kinderen gevaccineerd tegen mazelen, hersenvliesontsteking en gele koorts. Unicef noemde het één van de grootste successen ooit in Afrika. In elk dorp kregen een paar mensen een medische opleiding. Op drie jaar tijd werden meer dan 350 scholen gebouwd met eigen mankracht in de dorpen.
Uiteraard konden de rijken met heel deze situatie niet lachen!


Nu we de kolonel hadden leren kennen, moesten we zeker ook de chef d’état major ontmoeten, Suzanna, een temperamentvolle Italiaanse, die zeker in is voor een revolutieke. ‘s Avonds zijn we dus pasta gaan eten bij Suzannah. Toen ze hoorde dat wij Carcassonne bij hadden, spraken we onmiddellijk af voor de volgende avond. Caroline en Jana werden ook verwittigd.
Spijtig zou die avond voor mij niet doorgaan. ‘s Nachts ziek geworden, weer die buik. Tweede keer op deze reis en twee keer in Burkina. Dankzij het wondermiddeltje Tea Tree was ik er na een dag vanaf. Gert is natuurlijk wel gegaan, een avondje Carcassonne slaat hij niet af!

De volgende avond waren we uitgenodigd door Christophe, een vriend van Jonas om tô te gaan eten. Tô is het belangrijkste basisvoedsel hier. Het is een soort solide pap gemaakt van maïsmeel. Men eet het met verschillende soorten sauzen. In Pays Dogon hadden we dit al eens geproefd en ‘t was niet veel soeps. Ik was wel al veel beter die dag, maar ik riskeerde het toch nog niet om al op een ander te gaan eten, dus ging Jonas samen met Gert.
Ik zakte al af richting Carolin waar deze avond de revenchematch van Carcassonne zou gespeeld worden.

Op vrijdag en zaterdagochtend is het druk in onzen hof bij Jonas. De leerlingen van het vierde middelbaar maçonerie hebben dan praktijkles. Ze zijn hier een huis aan het bouwen. De school heeft een aantal huizen in eigendom waar leerkrachten in mogen wonen, zoals het huis van Jonas. Dat noem ik nog eens ervaringsgericht! Maar dus vanaf acht uur is het hier een drukke bedoening rond onze tent. De eerste dag veel bekijks en enige stoerdoenerij, maar de tweede dag was het nieuwe er al af en konden we normaal doen tegen elkaar. Terwijl die gasten aan het metsen waren, was Gert aan de auto aan het werken en ik de was aan het doen. Zo had ieder zijn bezigheid en dat apreciëren de mensen hier wel.
Ik geraak aan de praat met enkele vrouwelijke metsers. Eén van hen, Viviane, stelt voor om me zondag te leren tô maken. Tof, ok afspraak zondag!

‘s Avonds komt de buurjongen, heel timide, naar ons. Hij geeft ons een brief, waarin hij vraagt of wij zijn deuxième père et mère willen zijn. Ik heb gezegd dat hij een goeie vader heeft, dus dat dat niet nodig is. Het was echt zo’n typische brief vol lof, over amitié et tout ça. Jonas vertelde dat al die gasten dolgraag een correspondent willen hebben.

De volgende avond mochten we mee met Jonas naar de nieuwjaarsreceptie van de leerkrachten. Deze had plaats in een soort danscafé, ‘Le refuge’. Iedereen mag iets kiezen om te drinken, de directeur houdt een speech en schol. Vervolgens krijgen we lekker eten. Dan krijgt iedereen nog eens hetzelfde drankje en dan gaat iedereen naar huis. Wel anders dan een nieuwjaarsreceptie bij ons! Eigenlijk zijn wij toch echt wel plakkers en nachtraven! Een danscafé hier heeft een kiosk in het midden, dat is de dansvloer en rondom staan er tafeltjes. Uiteraard is er ook een dj, maar die zette de muziek loeihard! ‘t Was gezellig, spijtig dat er niemand begon te dansen, want ik had anders wel zin om een voetje te verzetten.

Zondag was het zover, Viviane ging komen om me te leren tô maken. ‘Dan kan je die maken voor je man’, zei ze, ‘Of eet meneer niet graag tô?’ ‘Jawel, geen probleem,’ zei Gert.
Eerst gingen we naar de markt om ingrediënten te kopen voor de saus. Op de weg heen en terug moesten we natuurlijk ook even bij al haar tantes en nonkels bonjour gaan zeggen.
De kookles was superleuk! Viviane is een goede lerares. Eerst deed ze het voor, dan was het aan mij en dan moest ik herhalen wat we hadden gedaan! En mijne man? Die nam foto’s. ‘t Was echt gezellig. Soms moest Viviane wel hard lachen met mij, bijvoorbeeld hoe ik in de pot roerde. Tja, ik ben dan ook maar een toubab, hé. Op een bepaald moment vroeg Viviane zout. We gaven haar ons zoutvatje. Dat vond ze maar niks. We geven haar onze zak met reservezout. Ah, dat was handiger!
Samen met Jonas hebben we de tô lekker opgesmikkeld, om daarna allen af te wassen. Dat was weer een openbaring voor Viviane. De mannen die mee hielpen afdrogen! Gert steeg elke minuut in haar achting. ‘Vous avez un très bon marie!’ ‘Oui, ça c’est vrai.’ Mannen moeten toch weinig doen om respect te krijgen, zenne!
Na de afwas ging ik mee naar Vivianes huis. Daar zou haar grote zus me leren sesamkoekjes maken. Gert ging niet mee. Nu was het dus echt vrouwen onder elkaar. De zus, Marina, was een heel aangename, vriendelijke, rustige madam. Spijtig genoeg was er ook een vriendin aanwezig, die zo zot was als een achterdeur. Haar mond stond niet stil en wat er dan nog uitkwam. Ze wou voortdurend op de foto staan, maar trok dan altijd onnozele gezichten, net als een klein kind. Ze kloeg steen en been over allerlei kwaaltjes, omdat Marina verpleegster is en om zielig te doen tegenover mij, de blanke die nooit iets mankeert. Ze liet een plekje op haar been zien met gesprongen adertjes. Ik zei dat ik dat ook had. ‘Laten zien!’ ‘Nee, ik ga hier niet mijn broek afsteken!’ ‘Allée, we zijn hier toch onder vrouwen!’ ‘Nee en daarmee basta!’ Dan begon ze over hoe gemakkelijk bevallen voor de blanken wel is. Ze beweerde dat alle bevallingen bij ons keizersnedes zijn en dat de blanke vrouw dus niets afziet. Ik schoot in de lach en zei dat dat totaal niet waar is. ‘Jawel!’ ‘Maar nee, potdorie!’ Ik legde uit dat een keizersnede alleen gedaan wordt indien nodig. Wat later vroeg ze of ik niet één van haar kinderen wou hebben. En dan of ik hun school niet wou betalen. ‘t Was een straffe madam, Maryam. Gelukkig was ze zelf zo’n flapuit, dat het gemakkelijk was om telkens een stevig antwoord terug te geven. Marina, die zat er rustig bij en zei af en toe tegen mij dat ik niet naar Maryam haar geraaskalk moest luisteren.
Ondertussen maakten wij dus sesamkoekjes. Kei lekker en kei gemakkelijk om te maken! Leuk om met kinderen te doen, alleen is de substantie die je in de vormpjes moet doen misschien te heet om vast pakken met hun handen. Het is onvoorstelbaar wat voor hete dingen die Afrikaanse vrouwen kunnen vastpakken! Ik verbrand dan gewoon mijn pollen! Op zo’n moment zeiden ze dat ik voorzichtig moest zijn, want dat had mijn man gezegd als ik vertrok ‘Soit prudent!’. De Gert weeral punten gescoord! Dat vonden ze geweldig, een man die in zit met zijn vrouw.
Marina vroeg zich af wat wij met Viviane hadden gedaan. ‘Normaal moet ze niks hebben van blanken, maar deze keer praat ze heel de tijd over jullie! Ze zegt dat dat komt, omdat wij (ook) eenvoudige mensen zijn.’ Bedankt, dat is één van de prettigste complimenten die je ons op dit moment kan geven…
Toen ik onhandig de tafel aan het afkuisen was met een stuk zeep, vroeg Viviane of ik dat kende ‘een stuk zeep’. Bij ons had ze immers enkel vloeibare zeep gezien. Ze vroeg ook of ik al eens een vuur had aangestoken met een lucifer, want wij gebruikten een aansteker.
Een hele hoop heerlijke koekjes heb ik meegekregen. De rest gingen ze verkopen.Verlegen vroeg Marina of ze eens een keer naar onze auto mocht komen kijken. ‘Natuurlijk, kom maar af wanneer je wil en bedankt voor alles!’
In de vroege avond waren we uitgenodigd door Christophe en Nicolas. Zij wilden ons de sfeer laten proeven van een cabaret. Dat is ook een soort café, maar totaal anders dan zo’n danscafé. Het is gewoon bij een familie op de binnenkoer. Het enige licht is het vuur onder een paar heel grote potten. Hierin wordt dolo gebrouwen, het lokale bier. Je krijgt dat in een halve kalebas om te drinken en de bedoeling is dat je zoveel mogelijk drinkt. Uiteraard beslis je zelf. Met andere woorden, wij waren doetjes. Er zijn daar ook vrouwen die zaname verkopen. We vermoeden linzen met veel zout. Lekker aperitiefhapje eigenlijk! Het bier valt ook wel mee. ‘t Is precies frisdrank met alcohol. Er speelt geen muziek, de mensen babbelen met elkaar. Mannen met mannen en vrouwen met vrouwen. Ik vond het daar eigenlijk best wel gezellig!

Daarna naar het volgende feestje, de afscheidsavond van Carolin. Na vijf maanden vertrekt ze weer naar huis. Weeral lekker gegeten en gedronken! Mercikes en wel thuis! Het is hier voor ons een echte gastronomische week!

Gisteren kregen we een rondleiding in een foyer. Dat is een soort internaat. Kinderen moeten hier immers vaak van ver komen om naar een middelbare school te kunnen gaan. In de foyer worden ze opgevangen. Spijtig genoeg hebben zulke foyers meestal niet genoeg middelen om deftig te functioneren. Er zijn slaapzalen, maar niet voor iedereen een matras. ‘s Middags wordt er tô gegeten en ‘s avonds ook. Ontbijt is er niet. Moeilijk om te concentreren in de klas! De vrouw die ons uitleg gaf, die samen met haar man de foyer leidt, was wel erg begaan met de kinderen. Het is zelfs zo dat ze nu een huis huren in Koudougou en Ouagadougou voor drie leerlingen die verder studeren. Ze zegt: ‘We kunnen hen toch niet laten vallen na het middelbaar! Zij hebben de capaciteiten om verder te studeren. Hun ouders kunnen dat niet betalen en zijn zelf ongeletterd, dus zij zouden hun kinderen terug naar het dorp halen om te werken.’ Weeral een ideaal project om te steunen mijns inziens!

Vandaag zijn we op bezoek geweest in de school van Jonas. Een kijkje in de klas electronica en maçonerie. Een gezellige school vind ik. Na een babbel met de directeur blijkt dat hij Nijlen kent! Hij is daar geweest om een garagist te bezoeken die getrouwd is met een vrouw van Nouna. Hij heeft een garage van Japanse auto’s. Jurgen, ken jij die toevallig? Doe hem dan maar de groeten van Innocent van Nouna, priester en directeur van een school in Nouna, Burkina.

Gisteravond hebben we samen met Jana en Jonas de rest van de tô opgegeten. Dan nog was er een beetje over. Gert ging aan de slag, sprak zijn culinaire talenten aan, experimenteerde een beetje en maakte er een dessert mee, een soort rijstpap. ‘t Was niet slecht!

Seffens gaan we nog eens riz sauce eten bij Innocent Mossé en daarna naar de cyber. We zijn van plan om donderdag te vertrekken. Dan kunnen we Suzanna een lift geven naar Ouaga.
Tot ons volgende avontuur! Hopelijk even tof als Nouna! Ik vind het spijtig om hier te vertrekken, maar la route roept ons. We zijn dan ook niet voor niets zigeuners.
Jonas, alvast bedankt voor alles! Het was echt supersupertof! Mercikes! Leve camping Jonas! A la prochaine!

  • Comments(4)//www.tamtamafrikan.be/#post35

De gouden stad

MaliPosted by veerle Mon, January 19, 2009 13:27:17
Twee weken geleden hebben we Burkina verlaten om even terug te keren naar ons geliefde Mali, meer bepaald om naar Le Festival au Desert te gaan in Essakane, ten westen van Timboektoe.

We zijn vertrokken in Bobo, hebben zonder problemen de grens overgestoken en zijn in één trek doorgereden naar Sévaré. Ondertussen kennen we de weg! Daar kampeerden we weer in auberge Canarie met de gratis wifi, hihi.
De volgende dag pikten we Dara op. Dara, de gids van de Dogon. Hij had immers toen gezegd, als jullie naar het festival gaan, zou ik heel graag meerijden. Wij hebben nog een plaatsje vrij, dus waarom niet. We belden hem op en spraken af in Sévaré, want daar weten wij zijn ouders wonen. Dara was dolenthousiast. Ook hij was nog nooit in Timboektoe geweest.

We gaan op pad en passeren Douentza. We stoppen hier even om inkopen te doen. Terwijl Gert en Dara naar de markt gaan, maak ik een praatje met een man die net terug is van Timboektoe. Hij zegt dat de piste er heel goed bijligt, dat ze die speciaal voor het festival opgekalafaterd hebben. Hoop en al drie uur rijden, beweert hij. Goed nieuws, want volgens de Lonely Planet is het acht uur rijden. Pak nu nog dat het vier uur is, dan nog hebben we genoeg tijd om vandaag nog in Timboektoe te geraken.
Douentza laten we achter ons en we nemen de piste naar Timboektoe. Dè piste naar de legendarische stad! Ik ben in mijn nopjes en Gert ook!
Als we onderweg stoppen om iets te eten, valt het Dara op dat we veel groenten eten en ook dat we onze handen wassen met zeep. Hij vindt dit alles zeer belangrijk. Hij wil vooral dat het Malinese volk beseft hoe belangrijk dit is. ‘Slechts de laatste jaren maakt de staat publiciteit voor het wassen met zeep’, zegt hij, ‘vooral via de radio.’ Dara is er zo gemeend mee begaan, ongelooflijk vind ik dat. Het is me zelf al opgevallen dat er overal langs de kant van de weg grote plakaten staan ter preventie van aids, met welsprekende tekeningen, het eerste land waar we dit zien.
Het landschap wordt steeds woestijnachtiger en is vooral zeer verlaten.

Op een bepaald moment beseffen we dat we Timboektoe niet meer zullen halen voor het donker is. We passeren een kampement, maar Dara stelt voor door te rijden tot aan de bac, de overzetboot over de Niger. ‘Daar zullen we zeker kunnen kamperen,’ zegt hij, ‘en anders rijden we nog door tot Timboektoe. Het is niet ver meer.’ Waarom weet ik eigenlijk niet, maar we volgden zijn raad op. In de pikkendonkere reden we in een bocht bijna de dijk af, de rivier in. Uiteindelijk kwamen we aan bij de bac en wat bleek: de bac vaarde niet meer, pas morgenvroeg om zes uur! Logisch eigenlijk, ‘t is donker! Daar stonden we dan, samen met een groep Italianen die razend waren op hun gids. Bushcampen kan je wel vergeten, je zit op een dijk, links en rechts water en op de dijk stalletjes en hutjes van de ‘bacmensen’. Dara vond het daar echter prima. Hij wou dat we ons als eerste auto zette om morgen de bac op te rijden en daar dus gewoon onze tent opendoen. Dat zagen wij echter niet zitten: morgen om zes uur holderdebolder moeten inpakken, iedereen ophouden die snel op die bac wil, kwade chauffeurs en tussen de kraampjes en mensen, nee danku. We zeiden tegen Dara dat we tijd hadden, dat we toch niet perse die eerste bac moeten hebben. Uiteindelijk hebben we ons naast een familie gezet, met toestemming van de man des huizes, net naast de weg, ietsekes rustiger. Dara mocht, met toestemming van de imam van het bacdorpje, ergens mee in een tent slapen. Hij vond het allemaal dik in orde. Voor ons werd het die avond en de volgende ochtend een kiekeskot, een zottekot, een duivekot of beter gezegd een kindercrèche. Alle backinderen volgden nauwgezet elke beweging die we maakten. De poppenkast was open. Hadden we maar gewoon rustig gebushcamped en niet naar Dara geluisterd. Mensen hier begrijpen echter niet waarom je niet bij mensen wil slapen en waarom wel helemaal alleen in het donker in een bos. Ze willen ook altijd eerst aan de bac of aan een grens ofzo zijn, terwijl het daarna vaak veel rustiger is.
‘s Morgens kijkt Gert nog even de vooras na, omdat er iets is beginnen rammelen na die piste. Dat was voor de kinderen hellemaal feest natuurlijk. Dan draaide ik onze kraan open om af te wassen en stoven ze weer naar mij. Zo ging het heen weer. Wie het interessantste deed, had de kinderen.
Als we met alles klaar waren, namen we rustig de bac. Zalig, een uur op de boot, vind ik wel leuk…
Na de bac bleek het nog 14km asfaltweg naar Timboektoe. Verder dan we dachten. Al goed dat we dat de dag voordien niet in het donker nog gedaan hadden.

Daar zijn we dan, in Timboektoe. Bouba wacht ons op en brengt ons naar zijn familie, naar Salim, de neef van Zenabou. Ze hebben een eenvoudig, maar proper huis, vier kamers, woestijnzand op de grond en een binnenkoer met een tent. Het lijkt ons dat dit gezin het beter heeft dan Zenabou. Wij staan met onze tent op de duin naast het huis. Dara krijgt binnen een plekje. We mogen het toilet, anex douche gebruiken en ten allen tijde rustig op een mat op de koer thee drinken. ‘s Nachts gaat de poort wel op slot, dus ophouden tot ‘s morgens of een putteke graven ☺ De mensen laten ons hier wel met rust. Misschien omdat we bij Salim horen?
Salim vertrok net met toeristen op kamelentocht, dus die hebben we niet veel gezien. We leren Claudia kennen, een gekke Duitse madam, die ooit geld gegeven heeft voor een operatie voor Salim en daarom nu uitgenodigd is door de familie voor het festival.
‘Uitnodigen’, dat is een woord dat al voor veel misverstanden gezorgd heeft tussen culturen:
Salim had Claudia uitgenodigd. Claudia had gezegd: ‘Alleen als ik een goedkoop vliegticket vind, kom ik.’ Salim zei: ‘Als jij tot in Timboektoe kan komen, dan zorg ik voor de rest.’ Claudia vond een goedkoop ticket en kwam af. Ze wist niet dat het festival 130 euro kost. Salim zou het vervoer regelen. Dat deed hij, maar niet met publiek transport, nee, hij huurde een 4x4 voor Claudia en nog twee mensen. Heen en terug zou dit 230 euro kosten, 77 elk dus. Er ging nog een hoop volk mee met de 4x4, Toearegs, familie. Zij kunnen dit niet betalen, dus iedereen gaat ervan uit dat de drie blanken betalen. Claudia had dit alles niet verwacht en wist niet goed wat te doen. Ik had met haar te doen, ze was zo fier dat ze uitgenodigd was…
Dara krijgt van ons een lift. Wij denken hem hiermee een groot plezier te doen. Al gauw blijkt dat hij geen geld heeft, dat hij dus een week lang zal mee eten met ons. Op zich geen probleem, maar het is allemaal zo onduidelijk. Er wordt niet over gepraat, er wordt niets gevraagd, er wordt vanuitgegaan. Is het omdat wij hem ‘uitgenodigd’ hebben?
Toen we in Timboektoe aankwamen, hadden we honger. Bouba zei dat we wat verder in een restaurantje konden eten. Het was toeristisch, dus niet goedkoop. Bouba, Dara, Gert en ik aten er. De rekening komt, niemand mouved, er wordt vanuit gegaan dat wij betalen. Ik ben eigenlijk een beetje slechtgezind. Zelf koken en anderen eten geven, vind ik niet erg, maar de rekening op restaurant betalen, vind ik nog anders. Later zal dit nog eens voorvallen, dan wisten we het al wel en dan konden we de rekening delen met nog enkele nieuwe Belgische vrienden.
Later regelt Bouba publiek vervoer naar het festival voor twee vrienden en vraagt aan hen of het goed is dat Dara met hen mee gaat, zo kan hij met ons mee om de weg te wijzen. Geen enkel probleem, maar weer blijkt dat ervan uitgegaan wordt dat de twee blanken voor Dara betalen.
Bouba helpt ons wel weer om onze weg te vinden in Timboektoe, is het daarom dat hij ervan uitgaat. Evengoed betalen we hem stevig voor een dag als gids, om hem een plezier te doen.
Waar ligt de grens, wat wordt in ruil verwacht voor wat? Voor wat hoort wat? Onduidelijkheid. ‘Uitnodigen’, wat betekent dat woord en wie nodigt wie uit? Of is het gewoon de blanke betaalt? Ik begrijp het niet en ben er wat teleurgesteld in. Op den duur lijken wij geldfreaks, wat echt niet is. We willen gewoon niet met ons laten sollen. Bouba, Dara, gewoon even vragen en niet ervan uitgaan, zou voor mij al veel betekenen.

Bouba heeft ons dus gegidst door zijn geliefde Timboektoe. Hij voerde ons langs drie moskees (niets in vergelijking met die van Djenne), langs de huizen van ontdekkingsreizigers, langs een museum met oude manuscripten (superinteressant!), langs de tent en waterput van Bouctou, stichtster van Timboektoe (geloof ik geen snars van), langs een museum met oude dagdagelijkse voorwerpen van de Toearegs (leuk!), langs de grote markt (eigenlijk klein) en langs de kleine markt (waar is die?).
René Caillié had gelijk, Timboektoe, de gouden stad, stelt niets voor. Het is puur een mythe… Het is er zelfs heel vuil, vuiler dan Djenne (sorry, Bouba). In heel de stad zag ik één vuilbak, de rest ligt op straat. Maar hé, we kunnen wel zeggen dat we in Timboektoe geweest zijn! En dat vind ik toch eigenlijk echt wel tof. Wat wel heel speciaal is aan de stad, is dat ze echt zo afgelegen ligt, 200km piste van de asfaltweg en op de rand van de woestijn. Salims huis ligt echt al in de duinen. Naast zijn huis zijn enkel nog tenten van nomaden.

Een historische noot voor de liefhebbers:
*In het jaar 1000 was er een vrouw, Bouctou (betekent grote navel), die zich settelde naast een waterput. Alle handelskaravanen, van noord naar zuid en van oost naar west, passeerden hier. Bouctou lette soms op spullen van de nomaden, die dit op de terugweg weer oppikten. Zout kwam uit het noorden en werd geruild voor goud, slaven en ivoor dat uit het zuiden kwam. Nu nog steeds vertrekken er dagelijks karavanen met kamelen om zoutplakken te gaan halen in Taoudenni, midden in de woestijn. Het is een trip van ongeveer een maand heen en terug. Die mannen zitten 15 tot 18 uur per dag op hun kameel, eten en slapen erop. Ze eten dadels, apennoten, gedroogd geitenvlees en rijst. Ben je ziek? Pech, je moet verder, geen andere keuze.
In het museum in Bouctou kan je de oorspronkelijke tent met bed en de waterput (die nu droog staat) van Bouctou zien. ‘Altijd bewaard geweest door de familie,’ zeggen de mensen. Ik vind dit echter zeer ongeloofwaardig! ‘t Ziet er mij allemaal nogal nieuw hout uit! Ik kan wel geloven dat het de plaats is waar de waterput was, maar meer toch niet, hoor!
*Vanaf de 14de eeuw werden er islamitische scholen opgericht in Timboektoe. Timboektoe was toen zeker een geletterde stad. Er zijn ongeveer 5 miljoen manuscripten bewaard gebleven! De oudste dateren van de 12de eeuw. De reden waarom ze zo goed zijn bewaard is dankzij het droge klimaat en doordat ze in familiekring bleven. Wij hebben één archief bezocht waar ze manuscripten restaureerden. Je vindt er korans, boeken over biologie en astrologie, poëzie, familiegeschiedenissen van soms 400 jaar… Sommige manuscripten komen van Granada toen in 1492 de moslims verdreven werden uit Andalusië. Superinteressant! De gids in het museum was erg gedreven en fier op hun werk!
*In de 15de eeuw is Timbouctou een rijke stad, maar vanaf de 16de eeuw gaat het achteruit, vooral sinds de Europese schepen een deel van de handel overnamen van de karavanen. In de 18de eeuw is Timboektoe in handen van de Songaï, begin 19de eeuw overheersen de Fula (Peul), eind 19de eeuw de Toearegs. Is die stad dan eigenlijk wel van de Toearegs, zoals zij zelf beweren?
*Timboektoe wordt ook de stad van de 333 heiligen genoemd. De graven liggen deels op een kerkhof, deels in de stad, deels op privégebied. ‘Hoe weten ze dat het er 333 zijn?,’ vraag ik aan Bouba. ‘Euh, er zijn mensen, die dat kunnen weten, die zich daar mee bezig houden.’ ‘Aaah!’
*René Caillié was een arme Franse jongen die in het begin van de 19de eeuw leefde. Hij hoorde dat de Franse staat veel geld zou geven aan de eerste Fransman die Timboektoe zou bereiken en ook levend kon terugkeren. Voorgangers waren immers vermoord en hebben nooit de geheimen van Timboektoe thuis kunnen navertellen. René bereidde zich een jaar voor. Hij bestudeerde de islam en vermomde zich als moslim. Hij bereikte Timboektoe en werd binnengelaten door de imam en aanvaard, omdat hij moslim was. Hij keerde terug naar huis en vertelde dat Timboektoe helemaal geen gouden stad was, dat er niets speciaals aan was. De Fransen waren teleurgesteld en stopten zijn verhaal in de doofpot. Na enkele jaren overleed René aan een ziekte.


In Timboektoe leren we Dieter, Leen, Mariska en Karlien kennen, vrienden van Maïka die ook afkwamen voor het festival. Keileuk om nog eens te kunnen babbelen en van mening te kunnen wisselen met gelijkgezinden, over ‘uitnodigen’ enzo. Bouba, Leen, Mariska en ik trokken nog eens naar de stad, terwijl Gert nog wat aan de auto werkte. Ik vond het reuzegezellig in de stad onder meiden (en Bouba ;-) We kochten samen een hoop groenten op de markt en maakten de afspraak dat we op het festival samen zouden koken, voordelig en gezellig! Toch gemakkelijk afspreken met Vlamingen! Ieder betaalt een deel, we koken samen en wassen samen af!

En dan dus hop naar het festival, naar Essakane! Los zand voor 70km, Salim rijdt voor, Bouba zit bij ons. Gert aan het stuur en het gaat geweldig! Gert vindt het zelfs plezant!

Na drie uur komen we veilig aan en installeren ons op een duin, onder een boom, dichtbij de andere overlanders. We zien Jonnie en Sanna hun Defender al staan! Via hun website wisten we dat ze hier zouden zijn. We hebben hen ontmoet in Chefchaouen, Marokko. Gedurende de drie festivaldagen kletsen we bij, wisselen we info uit. Blijkt dat zij ondertussen Matt en Anna en ook Roxy en Steve hebben leren kennen. De wereld van overlanders is klein.
In de namiddag kon je op een duin naast het hoofdpodium genieten van echt traditionele muziek. En wat liep er ook rond? Een Franse fanfare! Tof eigenlijk! Amateurs die voor het plezier naar hier kwamen. Die kunnen dus zeggen dat ze op Le festival au Desert gespeeld hebben. Ze amuseerden zich rot. We hebben een cd gekocht. Tja, daar moet je dan voor naar Mali komen! Lang geleden, dat we niet konden afbieden! We zijn ook een Toeareg tegengekomen die op Sfinks was geweest! Sfinks wordt trouwens vermeld als supporter.
‘s Avonds kwamen de bekende ‘moderne’ groepen. Wel echt Toearegmuziek, maar met elektrische gitaren enzo. Er waren ook een paar internationale groepen, bijvoorbeeld van Mauretanië. Normaal gezien ging Zap Mama komen de laatste avond, maar ze zijn niet komen opdagen! Dat vonden we zo spijtig! Dat had echt graaf geweest, een Belgische groep op Le Festival au Desert! Maïka, die als vrijwilliger werkte, moest voor Zap Mama zorgen, als ze aankwamen. Tot het laatste moment hebben we hoop gehad, maar ze hebben hun kat gestuurd. Spijtig, het zou ook wel een leuke afwisseling geweest zijn tussen al die Toearegmuziek. Die muziek is wel tof, hoor. We zijn er echt van gaan houden, maar drie dagen is wel veel!
Enkele namen van het programma: Salif Keita, Tinariwen, Tartit, Imarhan, Desert Blue.
Salif Keita is een albino, die als kind erg gepest en buitengesloten werd. Hij keek op naar de griots, de zangers van de familiegeschiedenissen. Hij begon zijn gevoelens in de muziek te leggen en voici, hij is nu megaberoemd. Laat die pesters van toen, maar een poepie ruiken, Salif!
Een anekdote over Tinariwen en mezelf: de eerste dag zei een man in het publiek: ‘Als je wil, mag je een foto van mij trekken, hoor.’ Hij had gewone kleren aan en was geen knapperd, dus ik vroeg verontwaardigd: ‘Pourquoi?’ ‘Ok, dan niet,’ zei hij, ‘geen probleem.’ Iets later komt Maïka eraan en zegt: ‘Hé, dat zijn die gasten van Tinariwen!’ Tja.
Tartit is de enige vrouwengroep. Ze komen dan ook volop op voor de vrouwen. Veel Toearegvrouwen en kinderen hebben we daar trouwens niet gezien!
Desert Blue is samengesteld uit drie groepen, reeds enkele jaren, speciaal voor het festival. De artiesten komen uit drie verschillende etnische volkeren. Wat absoluut niet vanzelfsprekend is hier in Mali!
‘s Avonds werd het berekoud in de woestijn. De dekens en tulbanden verkochten goed! Gelukkig hadden wij al een bedoeïenendeken! Ze staken gezellig warme manden met kolen aan op de toeschouwersduin. De duin fungeerde wat zoals een amfitheater. Volgens Gert is die duin wel verplaatst binnen enkele jaren. Het podium is echter van beton. ‘Wat zullen ze dan doen?’ vraagt Gert zich af. Iedereen die een kameel had, keek vanop zijn kameel naar het podium. Gemakkelijk, hoog en droog! Een grappig zicht!
Wel mooi, hoor, die Toearegs in hun traditionele kledij op hun kamelen tussen de duinen. Bij de opening van het festival defileerden ze één voor één voorbij het podium: in galop met wapperende kleren en getrokken zwaard. Vrouwen die hen toejuichen met het typerende tonggeluid (‘kweet nie hoe ik dat moet beschrijven!).

Tijdens de dag zaten we veel bij ons kapementje. Het werd een gezellige ontmoetingsplaats, voor ontbijt, koken, thee, een glaasje wijn. Ik vond dat echt tof! Iedereen die we kenden kwam wel eens langs!

Le Festival au Desert, het was een hele ervaring, het was tof en gezellig, maar het was geen 130 euro waard. We hadden niet echt het woestijngevoel. De helft van het volk was blank. Een uitspraak van Bouba: ‘Ge vindt hier niemand terug! Iederéén is hier blank!’ Nochtans was er veel minder volk dan anders, want onder andere de Amerikaanse ambassade zou het afgeraden hebben, omdat het te gevaarlijk zou zijn in Noord-Mali en de Amerikanen luisteren nogal goed naar dat advies.
Eigenlijk was het een festival zoals bij ons, maar dan met kamelen en zand en slecht georganiseerd. Er waren bijvoorbeeld geen vuilbakken! Drie dagen veel mensen die kamperen, is veel afval! Voor 130 euro mogen ze wel een vuilbak kopen, vind ik. Enfin, blijkbaar was er geld tekort, want er was ook slaapplaats te weinig, zelfs voor de artiesten. Een grote Amerikaanse sponsor had afgehaakt. Zijn we misschien te kritisch? Hebben we al teveel gezien? Zijn we verwend?
Het domein heeft geen hek ofzo, maar wordt langs alle kanten bewaakt door militairen. Zij houden overal een oogje in het zeil. Zo zeggen ze vriendelijk tegen sommige onnozele toeristen in bikini, dat ze hun kleren moeten aandoen.
Een politieverhaal: Maïka haar gsm was gestolen. Ze informeert de politie. Die vindt hem terug bij kleine gasten. Ze krijgt hem terug, maar zonder batterij en zonder simkaart. De politie: ‘We kunnen ons onderzoek eventueel wel verder zetten, maar dat vraagt tijd en moeite enzo. Dat kost toch wel wat.’ Maïka wou absoluut haar simkaart terug voor telefoonnummers enzo en betaalt dus de politie. Onmiddellijk krijgt ze de kaart. De batterij niet, die zullen ze zelf kunnen gebruiken of verkopen, want originele vind je hier niet, enkel Chinese namaak.
Ondanks alle kritiek, hebben we ons wel heel goed geamuseerd, hoor. Wie geïnteresseerd is, kan een kijkje gaan nemen op www.festival-au-desert.org

Oorspronkelijk was het festival een jaarlijkse bijeenkomst van Toearegs om hun tradities samen te vieren. Sinds 2001 hebben ze hun deuren geopend. Ik vraag mij af hoe lang de Toearegs nog gaan blijven komen. Dit heeft nog weinig te maken met hun tradities mijns inziens.

De dag na het festival vertrekken we op het gemakske. We geven Bouba een lift tot Timboektoe. Dara heeft zelf vervoer geregeld en gaat naar de Dogon met Mariska en Karlien. Wij rijden verder richting bac. Eindelijk terug onder ons tweetjes. Ik geniet ervan. Aan de bac staan ongeveer 15 auto’s in de rij. Er kunnen er 10 op één bac. Wachten dus, maar we hebben tijd. Plots zien we Leen daar terug. Leuke verassing!
Gert en ik besluiten die nacht te slapen in het kampement 35km van de bac, aan de overkant. Als we eraan komen, vraagt die man een belachelijk hoge prijs en we mogen ook niet zelf koken, bovendien is hij niet echt vriendelijk. Hij weet maar al te goed, dat er verder niets is en het begon al te schemeren. Ik was teleurgesteld, voelde me net Jozef en Maria. Het zag er zo gezellig uit. Ik had er naar uit gekeken. Maar onze trots won, we reden verder en hebben gebushcamped. Geen ziel gezien, lekker rustig, zowel ‘s avonds als ‘s morgens.
De volgende dag zijn we tot Douentza gereden en kampeerden daar in een leuk kampement. We ontmoeten er een Nederlands jong koppel, die misschien nog naar de Dogon wilden. We geven Dara’s telefoonnummer!

Onze volgende uitstap is een tip van Jonnie en Sanna: een gloednieuwe piste door Pays Dogon, door de bergen dus, langs dorpjes, van Douentza naar Bandiagara en dan via Djibongo naar Bankas. Ze hadden gelijk, het was PRACHTIG. De Dogon is zo mooi! Ik vind het onvoorspelbaar. Je komt bijna geen auto’s tegen, tot plots een tegenligger, een overlandtruck, een Belgische nummerplaat! De man vraagt: ‘Flamand ou Wallon?’ ‘Flamand, et vous?’ ‘Wij ook!’ Een babbeltje gedaan en weer verder gereden.
We sliepen in Djibongo, een Dogondorp. Het kampement stelde echter niet zoveel voor. Er was niet veel water voorhanden, zoals overal in de Dogon. Omdat we een hoop was op het dak hadden liggen (Saharawasmachine), die moest gespoeld worden, reden we de volgende dag verder naar Bankas. Daar zijn we nu, een rustig stadje en een heel gezellig kampement!

Morgen steken we de grens over in Koro, weer naar Burkina. Normaal zullen we overnachten in Ouahigouya. Daar zullen we proberen de blog te updaten om vervolgens richting Nouna (west Burkina) te rijden. Daar werkt Jonas aan een project. Hem hebben we leren kennen net voor we vertrokken, op het feestje van Poco a poco. Dat zijn onze plannen, ‘t kan natuurlijk altijd veranderen!


  • Comments(8)//www.tamtamafrikan.be/#post34

Hippos, muziek en diarree

Burkina FasoPosted by veerle Fri, January 02, 2009 17:25:07
Na de vorige post ben ik twee dagen goed ziek geweest, de reizigersdiarree. Tja, iedereen moet dat eens meemaken, zeker. Wij zijn al blij dat het de eerste keer is na bijna vier maanden! Diarree dus en een beetje koorts, maar vooral moe. Ik heb dus twee dagen geslapen, bijna niets gegeten, naar ‘t WC gegaan, Inulac genomen en af en toe een immodiumeke. De tweede dag had ik ‘s morgens goeie moed en ging ik mee met Gert naar het internetcafé. ‘t Was daar echter vrij warm en ik voelde dat ik van mijne sus ging draaien, dus ik heb me daar neergelegd op de lekker frisse vloer. ‘t Was daar goed op de vloer, maar ge kunt denken dat ik nogal bekijks had! Een toubab strijk op de grond! Dus ik terug recht en ik bestel een colake. Tien minuten daarna draai ik weer weg. Gert heeft snel de computer ingepakt, een taxi geroepen en wij terug naar de auberge, waar ik dan in mijn bed ben gekropen. ‘s Avonds ging het al een stuk beter. Er arriveren ook nog twee Vlamingen, Jonas van Mortsel en Jana van Boechout, die we eerder al eens kort ontmoet hadden in Djenne. We drinken er een pint mee (ik een waterke) en hebben nog een gezellige avond.

De volgende dag ben ik echt een pak beter en we besluiten naar het dorp Tengrela te gaan, naar kapement Farafina, ons aanbevolen door Matt en Anna. Eerst is het 85 km tot in Banfora, vervolgens 7 km piste tot in Tengrela. Het is echt een piepklein dorp. De vrouwen staan aan te schuiven aan de waterpomp en vertrekken dan met grote kommen water op hun hoofd (en ze morsen bijna niets!). In het kampement is het WC weer een gat in de grond met een muurtje eromheen gebouwd. De douche is een hokje met een schuinaflopende vloer, zodat het water door een gat beneden in de muur op straat kan lopen. Ongelukkiglijk zijn die muurtjes eigenlijk net te laag, dus uw hoofd steekt eruit en degene die naast je staat te douchen hoeft maar een blik opzij te werpen om u in uwe pure te zien staan. Zo was er toch wel eens een Burkanibé die zich toevallig ging omkleden in het hokje naast mij en hij had precies een afwijking aan zijn ogen, want die dwaalden steeds af! Waarom maken ze die muren niet een beetje hoger? Was het geld op? Enfin, c’est l’Afrique en al bij al wel grappig. Langs de andere kant van het muurtje is trouwens gewoon het dorp. De mensen passeren dus op weg naar huis en groeten het blanke hoofd dat boven de muur uitsteekt. Voor je een douche kan nemen, moet je eerst je emmer vullen aan de put. Heisen maar! Ik kan u verzekeren dat ge daar spierballen van krijgt. Volgens mij hebben al die Afrikaanse vrouwen supersterke spieren. Dat is pas sport!
Blog ImageTot zover de beschrijving van het sanitair. Voor de rest is het kampement heel erg gezellig, veel bomen, leuke hoekjes met tafeltjes en stoelen, veel ruimte en bovenal geen verkopers! Niemand die ons daar lastig viel! De baas Soulyman is een vriendelijke rastaman. Gert krijgt al onmiddellijk les in het bespelen van de balafon. We besluiten hier te blijven voor oudjaar.
De dag na aankomst heeft Gert het vlaggen, de reizigersdiarree. Waarschijnlijk overgekregen van mij. Een dagje hangen in de hangmat dus. Gelukkig is hij er de volgende dag al zo goed als vanaf.

Het dorp is bekend om zijn meer. Het meer is zo’n 100 hectare groot en er leven een paar honderd nijlpaarden! Voor 2000 CFA kan je mee op een prauw om nijlpaarden te spotten. Het was een prachtige ervaring! We gingen tussen vier en zes uur ‘s avonds, dan is de lichtinval zo mooi hier in Afrika. Het meer en omgeving is heel erg mooi! Riet langs de oever, lelies in het water, bomen op het land… En dan zien we twee nijlpaarden! Uiteraard enkel hun kop, maar ze geven een showke, spuiten door hun neusgaten, openen hun bek, brullen eens luid. Indrukwekkend! Wauw! Dat had ik nog nooit gezien, nijlpaarden in het wild! Echt leuk!
Blog ImageOns rustig kampementje is voor Gert dè plek om nog eens wat aan de auto te werken. Hij wil al lang het oliepeil van de versnellingsbak controleren, maar niemand krijgt de bout open. Gert heeft de hele dag geprobeerd totdat de bout echt compleet kapot was, maar niet open. Al het werk van die dag voor niets dus. Een tijdje geleden heeft Gert trouwens ontdekt dat de garagist in Bamako ons bedrogen heeft. Hij moest een oliewissel doen, wat hij gedaan heeft, maar Gert had hem ook een nieuwe oliefilter gegeven om de oude te vervangen. Nu blijkt dat die oude er nog steeds in zit! Hij heeft de nieuwe dus gewoon gestolen! C’est l’Afrique!
Terwijl Gert aan de auto knutselde, heb ik als een brave Afrikaanse huisvrouw de was gedaan. Emmertjes halen uit de put en schrobben maar. Eerlijk gezegd af en toe eigenlijk leuk om te doen! Ik kan daar wel van genieten, mooi weer, alle tijd, niet teveel nadenken, gewoon wassen en alles gadeslaan. Elke dag voor een hele familie, das natuurlijk een andere kwestie!
Blog ImageGert en ik bereiden ons voor op een rustige oudejaarsavond, want er is niet veel volk in het kampement. We hebben olijfjes gekocht en pringels, maar we verlekkeren ons vooral op de fles Piper Heisich (van Tom gekregen op het vorige Watts nieuwjaarsfeestje, merciekes), die heel de tocht vanuit België overleefd heeft, die gepaseerd is langs alle douanes!
Genieten wordt het wel, rustig niet. ‘s Avonds arriveert er plots een grote groep Nederlanders. Zij reizen samen met een groep muzikanten van Burkina Faso, die in Lozane wonen. Die gasten hebben daar een fantastisch djembeoptreden gegeven! Daarna was onze Soulyman en familie aan de beurt met de balofons, drums en zijn zussen die dansten. Toftof!
Toch nog muziek dus, want het festival dat normaal op dit kampement zou doorgaan, werd na enkele dagen stopgezet, omdat het dorpshoofd overleden was en dan mag er vier dagen geen feest gevierd worden.
Enfin, ‘t was een leuk oudjaar. Eén minpuntje: die muzikanten die bij de groep Hollanders waren, die plasten altijd in de douche!!!! Wij maakten van onze tak en zeiden dat ze zich vergisten, maar ze trokken zich er weinig van aan! Eén ding was zeker, de volgende dag ging ik geen douche nemen in het eerste hokje! Wat zagen we ‘s morgens? Die gasten stonden te douchen in het toilet! Deden ze het erom ofwa?! En ik moest naar het toilet!

Die ochtend komt Marlon, de organisator van de groep Nederlanders, nog dag zeggen. Even babbelen over de auto en hij zegt dat hij een zeer goede en vooral betrouwbare Franse mechanicien kent in Bobo. We spreken de volgende ochtend af. Hij zou ons er naartoe brengen. Fantastisch!

Op weg naar Bobo rijden wij nog langs twee natuurfenomenen in de buurt: de ‘dômes’, grote speciale rotsen en een waterval. We parkeren bij het tickethokje van de dômes en stappen van daaruit naar de waterval, een wandeling van ongeveer drie kilometer. Omdat we dan langs de andere kant van de watervallen aankomen, passeren we niet langs het tickethokje en moesten we niet betalen! Dat had zelfs de man van de dômes ons gezegd: ‘Als je geluk hebt, ziet hij je niet en dan moet je niet betalen!’ Want ja, in Afrika moet je voor alles betalen, ook voor een waterval. ‘t Gaat hier wel maar om 1000 CFA (1,50 euro), hoor. Burkina is trouwens opmerkelijk goedkoper dan Mali. De prijzen kloppen hier nog met die uit de gidsen. Die van Mali zijn al allemaal opgeslagen.
Blog ImageNa onze natuurwandeling rijden we terug naar Casa Afrika in Bobo.
En dan zijn we vandaag. Marlon kwam ons vanochtend ophalen en bracht ons naar de Franse mechanicien. We konden echter niet onder de poort van zijn garage. We waren weer te hoog. We bespreken wel uitgebreid alles. Gert stelt alle vragen die hij had en de man verzekert ons dat het allemaal niet erg is, dat er eigenlijk niets an de hand is en dat we beter in Ghana alles grondig laten nakijken. De Ghanezen zijn experts in Land Rover en hebben alle onderdelen (Engelse kolonie geweest, vandaar). ‘Kunnen we dan nog zonder de olie te verversen in de versnellingsbak tot in Timboektoe rijden en terug?’ ‘Geen probleem’ ‘Ok, dan gaan we naar le Festival au Desert!’ besluiten Gert en ik na weken twijfelen en we schudden elkaar de hand.
De Fransman belt voor ons ook nog Nicolas op, een Belg. Hij is net door Ghana gereden en zou ons wat info daaromtrent kunnen geven. Nicolas arriveert snel en heeft zijn wegenkaart bij. Na wat info uit te wisselen, zeggen we gedag. Heel erg bedankt, Marlon!!!

We reppen ons naar het internet om Dara, Bouba en Maïka te verwittigen dat we naar het festival komen! Het zal een blij weerzien worden! Dara belden we op, we zullen hem een lift geven vanaf Sévare.
Timboektoe, stad van de woestijn, stad van de legenden, stad van de Toearegs, gouden stad…, we komen eraan!


  • Comments(9)//www.tamtamafrikan.be/#post33

Bobo

Burkina FasoPosted by veerle Sun, December 28, 2008 12:35:28
We pakken ons boeltje en rijden terug richting San. Heel snel arriveren we in San en we besluiten om al richting grens te rijden. Aan de grens verloopt alles vlot, alhoewel het natuurlijk altijd wel wat tijd in beslag neemt. Niemand vraagt geld, behalve ene die ons eerst heel vriendelijk een glaasje thee aanboodt en een douanier die een cadeau voor Kerstmis vroeg. Toen we zeiden dat we zelf geen cadeautjes voor elkaar hadden, vond hij het helemaal niet erg.
Het begon al te schemeren toen we door alle formaliteiten heen waren. Nog 120 km naar Bobo Dioulasso. We gaan op weg. Na een tijdje is het donker. Veel mensen langs de kant van de weg, voetgangers, fietsers, brommers, karren en geen verlichting, levensgevaarlijk dus. Wat gaan we doen bushkampen of doorrijden? Doorrijden is maar anderhalf uur stress en alleen bushkampen is een hele nacht stress voor mij, dus ik kies voor het eerste. Op kerstavond komen we dus aan in de auberge Casa Africa te Bobo in Burkina Faso. We kunnen er kamperen onder een boom, het is er veilig, er is een restaurantje, ze hebben pintjes… Het leven is weer goed.

Zo brachten we hier dus Kerstmis door, niets speciaals verder, een klein nepkerstboompje op het terras, wat andere toeristen. We belanden aan tafel met een vader en zijn dochter. Zij woont met haar moeder in Duitsland, hij woont in Frankrijk en voor de kerst ontmoeten ze elkaar in Burkina.
Vandaag, op tweede kerstdag, hebben we hier het rijk voor ons alleen. Buiten dan de verkopers en gidsen die hier binnendruppelen, maar het zijn er al minder dan de eerste dag. Soms zetten die zich gewoon naast u en slaan gade wat ge allemaal doet. Weer het zoogevoel dus. Niks anders te doen zeker. Daarnet stelde er ene voor om de laptol te ruilen voor een djembe. Ik schoot in de lach en hij gelukkig ook. Ach, wel origineel anders, een oud Afrikaans communicatiemiddel ruilen voor een modern westers.

Gisteren bezochten we de stad. Het was een hel! ‘t Was weer zoals in Dakar. Op een bepaald moment werden we zeker twintig minuten achtervolgd door ne gast die ons wou gidsen op de markt. We hadden al op alle mogelijke manieren NEE gezegd, maar hij sloop telkens weer achter ons aan, grumbel, grumbel, grumbel…! Het verschil met Dakar is, dat ze ook in het restaurant u komen lastig vallen. Een jongetje dat lucifers verkocht, zette zich gewoon naast ons neer! Enkel in het internetcafé kwam niemand binnen.
We hebben dus in een flits de weeral eens heel speciale moskee gezien en de markt. Ik kon me echter niet concentreren, want ik was te druk bezig met het negeren van mensen. Het negeren van: ‘hey pssst, pssst’ ‘hey mon ami!’ ‘hey ma chérie’ ‘mon ami, c’est moi que tu cherches?’ ‘hey les blanches!’
Gert heeft voor 2 euro teensletsen gekocht op de markt.
Blog ImageWe blijven hier in Bobo nog een paar dagen, wat uitstapjes doen (buiten het centrum!) en dan rijden we 100 km verder naar het dorp Tengréla, waar een nijlpaardenmeer zou zijn, alsook een toffe camping. Volgens bronnen zou die kampeigenaar de laatste week van december een groot cultureel en sportief festival houden. Misschien iets om nieuwjaar te vieren? We zullen zien.




  • Comments(6)//www.tamtamafrikan.be/#post32

Dogonland

MaliPosted by veerle Sun, December 28, 2008 12:26:40
We verlieten dus onze Toearegfamilie en vertrokken met Dara, onze gids richting Dogon. Eerst een rit van twee uur en een half, de helft asfalt, de helft piste. Dara was heel blij dat we een 4x4 hadden, want het is soms een dag wachten op een bush taxi naar Sanga. In Sanga laten we onze auto achter op de parking van een auberge van een vriend van Dara. In ruil drinken we er een cola en eten een omelette. We pakken onze zak zo licht mogelijk om drie dagen te stappen in de bergen. De Dogon is immers een volk dat op de flanken van de bergen woont en onbereikbaar is met de auto. Er is gewoonweg geen weg, geen piste, niets. Wat sport zal ons goed doen!
Amadou, een jongen van ongeveer 15 jaar, een neefje van Dara vergezeld ons. Hij heeft vakantie nu en kent veel beter de weg dan Dara zelf. Dara woont immers al lang in Bamako. We beginnen te stappen en de natuur is gewoonweg prachtig! Een beetje Tovenaar van Oz landschap.
Blog ImageLang geleden dat we nog eens echt in de stilte van de natuur gezeten hebben. We genieten met volle teugen. Na een uur of twee stappen, komen we aan de grotten van de Tellem. Het zijn kleine huizen gebouwd tegen de wand van de rots. Om ze te bereiken moet je kunnen klimmen of vliegen. De Tellem, ook wel Pygmeeën genoemd door de Dogon (omdat de huisjes zo klein zijn), zijn weggetrokken toen de Dogon zich daar vestigden. Ze zijn een mysterieuze legende, maar de huizen zijn er echt. Nu worden de huizen gebruikt als graftomben voor belangrijke Dogonmensen. De lijken worden dan met touwen omhoog gehesen. Anje, Hil, the little people woonden vroeger dus hier!
Blog ImageNa in totaal drie uur stappen, komen we aan in Koundou, het dorp van Dara’s familie. Dara is eigenlijk zijn achternaam, Motié is zijn voornaam. Iedereen in het dorp is Dara. Dara betekent ‘zij die hoog wonen’. De huisjes zijn van leem. Elke familie heeft een stuk of drie graanschuurtjes, waar allerlei in bewaard wordt, eigenlijk hun keukenkast. In de kast staat ‘miel’, het basisvoedsel hier, een graan, asse, daar maken ze door een chemische reactie met water een saus van en voor de rest waren ze eigenlijk leeg. Men kookt op open vuur in een heel grote ketel, want het zijn heel grote families. De bevolking is te jong, want de jonge mannen zoeken vaak hun geluk elders, dus teveel kinderen in verhouding met de volwassenen. De vrouwen verbouwen kleine stukjes land, maar er is te weinig water. Zelfs drinkwater is zeer schaars. De vrouwen dalen elke ochtend naar beneden af om water te halen en daarna dus terug naar boven met een paar kilo’s water op hun hoofd! Ze gaan ook om de vijf dagen naar de markt in Sanga. Dat is de weg die wij afgelegd hebben, drie uur, 12 km, ‘s morgens heen, ‘s avonds terug, met waren op hun hoofd! Je leest het goed, ik heb het hier telkens over de vrouwen. De mannen zitten hier op hun lui gat. Oh ja, één keer in het jaar halen ze de graanoogst binnen. De vrouwen stampen deze fijn in hun stamper. Natuurlijk zorgen de vrouwen ook voor de kinderen en het eten. Deze vrouwen zijn ijzersterk! De hulporganisaties werken dan ook altijd met de vrouwen samen.
In dit dorp komen wij dus aan. We gaan naar het kampement van de oudere broer van Dara. Het is daar supergezellig!!! En ook heel proper! Klein, in traditionele stijl, gezellig. Het leuke van zo’n lemen huisjes en vloeren is dat je heerlijk op je blote voeten kan rondlopen. Het toilet is een proper gat en als je in de douche staat (lees emmer met halve kalabas om te scheppen) komt je hoofd boven het muurtje uit en naast je is het dorp en de bergen.
Ik voel me hier op mijn gemak. Ook niemand die je hier lastig valt in Dogonland.
Maar first things first: kom je in zo’n dorp aan, dan moet je langs de dorpschef om hem een paar kolanoten (wordt op gekauwd, soort lichte drugs, smaakt bitter) te overhandigen. Kolanoten aan een oudere geven, is een teken van respect. De dorpschef is steeds de oudste man van het dorp, dus telkens van een ander gezin. Diens zoon regelt veel zaken (omdat de ouwe te oud is vermoed ik ☺), maar de chef is toch de belangrijkste.
Daarna brengen we een kort bezoekje aan de familie van Dara. We tellen wel 15 kleine kinderen, een stuk of vier vrouwen en geen mannen.
‘s Avonds horen we de dorpstamtam. ‘Dan moet er een feest zijn,’ zegt Dara. Hij vraagt even na. Het blijkt een feest te zijn, speciaal georganiseerd voor een groep toeristen. We gaan toch maar even een kijkje nemen. Tamtamgeroffel, gedans van de lokale bevolking en een paar blanken op een stoel, die allen duidelijk moe waren van het wandelen. We blijven een half uurtje, maar besluiten dan toch ons bedje in te kruipen. Ons bed is een matras op het dak onder de sterrenhemel, de geluiden van het dorp op de achtergrond, zalig!
De volgende dag gaan we verder op stap door de bergen, langs andere Dogondorpen. De natuur is grandioos. De dorpen zijn heel pittoresk. Als je ze in de verte ziet tegen de flank, is het net een kabouterdorp. In het dorp zelf is het echter allemaal heel schrijnend. Kinderen met dikke buiken, vodden rond hun lijf, uitgedroogde lippen en huid, kale plekken op hun hoofdje, snottebellen overal, kortom heel grote armoede. Het was weer een tijdje geleden dat ik nog zo’n armoede gezien heb. Het pakt u elke keer weer. Vooral dat hier echt een groot tekort aan water is. Maar de mensen zijn heel vriendelijk. Hun begroeting als ze iemand tegenkomen is onwaarschijnlijk! ‘Sew? Sew! Sew? Sew! Sew? Sew! Sew? Sew!’ met af en toe een ander woord ertussen. Vijf minuten lang zeggen ze dus: ‘Hoe ist? Goe en met u?’, ook tegen de mensen die ze elke dag zien. Met alle respect, maar het is een beetje een lachwekkend tafereel en het neemt veel tijd in beslag.
Eens beneden aan de andere kant van de berg eten wij een lekker middagmaal in een ander kampement. De wereld is wreed. In dit dorp is de school. Als de kinderen van het dorp boven op de berg naar school willen gaan, moeten ze dus 7 km over de rotsen naar beneden stappen. Er gebeuren soms ongelukken met de jongsten van 7 jaar. Daarom hoopt Dara dat er een schooltje boven kan komen met een eerste en tweede klas. Aiaiai, mijn vingers beginnen te kriebelen, een kolfje naar mijn hand, maar nee nee nee, ik moet terug naar Zeppelin, want ze gaan er daar niet meer mee kunnen lachen ☺ Om nu naar school te gaan, moet de motivatie van de kinderen dus heel hoog liggen. Tot voor kort kregen ze een gezond middagmaal van een bepaalde hulporganisatie, maar dit project werd stil gezet. Dara wil meer iets opbouwen rond voeding met de ouders zelf. Iets dat kan blijven duren. Zoals je wel merkt, heeft Dara veel ideeën. Hij is dan ook één van de weinigen die naar school is blijven gaan en niet meer in armoede hoeft te leven. Veel vrouwen willen echter hun kinderen graag naast zich op het veld om te helpen. Meisjes naar school sturen, is een nog groter probleem dan jongens.
Na een deugdoende siësta klauteren we weer de berg op om naar ons geliefde kampement in Koundou terug te keren.
De volgende dag stappen we langs een andere weg weer naar Sanga, waar de auto staat. We passeren nog veel tot de verbeelding sprekende Tellemwoningen. Het is warm, maar we komen door een aantal dorpen, dus onze drinkenbussen met water boven halen, is lastig… Terug in de auberge bestellen we een cola…
Blog ImageEen historische noot voor de liefhebbers:
Eerst waren er de Tellem. Een mysterieus volk dat hoog aan de flank zijn huisjes bouwde, met leem tegen de rotswand. Niemand weet hoe ze er geraakten. Sommigen beweren met een touw, want er hangt aan bijna elk huis een tak. Daar zou dan het touw aan gehangen hebben. Anderen denken dat ze konden vliegen, zoals de vogels, en weer anderen denken dat ze zuignappen hadden. Het zou een heel mystiek volk geweest zijn, met bijzondere magische kennis. Ze zijn weggetrokken toen de Dogon er kwamen wonen, maar niemand weet waarheen. Er gaan geruchten de ronde dat ze nu in Gabon leven. De Dogon hebben dezelfde manier van bouwen overgenomen, met leem, maar dan niet in een grot.
Waarom nestelt een volk zich op zo’n onbereikbare plaats? Waarom maken ze het zichzelf moeilijk door ver van water te wonen? De Dogon zijn een heel eigen en vredelievend volk. Zij wilden niet deelnemen aan de stammenoorlogen. Zij wilden met rust gelaten worden en daarom kropen ze in de bergen. Hun dorpen zijn goed verscholen. Zelfs nu is de administratieve leiding in de stad Bandiagara Peul en niet Dogon. De Peul vielen aan. De Dogon zeiden: ‘Wij wilen geen oorlog. Word maar burgemeester. Laat ons verder met rust.’ Tot vandaag leven ze zo vredevol naast elkaar.
Met het kleine beetje land dat ze kunnen bebouwen, de mini akkertjes hadden de Dogon vroeger voldoende voedsel om iedereen te voeden. Nu is er echter het probleem van overbevolking. Er zijn teveel mensen voor het beschikbare voedsel en water.
Huidige problemen: te weinig water, geen gevarieerd voedsel, bereikbaarheid van scholen, emigratie naar de stad (waar het voor hen niet altijd beter is!), te jonge bevolking (teveel kleine kinderen), een cultuur waar de vrouwen al het werk doen. Door het harde leven en een tekort aan gevarieerd voedsel hebben de vrouwen vaak te weinig borstvoedingsmelk of vooral met te weinig nodige voedingsstoffen voor hun baby’s, met alle gevolgen vandien.
Officieel is de grote meerdeheid van de bevolking christen, een kleiner percentage moslim en een nog kleinere groep is animist. In de praktijk is iedereen naast christen of moslim nog animist in hart en nieren. Het animisme is een belangrijk deel van de Dogoncultuur. De Hogon, de religieuze leider, is de allerbelangrijkste persoon voor eender welke beslissing aangaande het Dogonvolk. Er is één Hogon voor een aantal dorpen samen. In totaal zijn er vier Hogons. De religieuze feesten viert men met tamtammuziek en dansen met maskers.
Het belangrijkste feest is om de 60 jaar. Dit heeft te maken met de stand van de ster Sirius. De Dogon zijn grote astreologen. Zij beweerden al altijd dat Sirius drie sterren omvat, twee zichtbaar en één onzichtbaar voor ons. De westerse wetenschappers hebben die derde ster pas bevestigd in 1995! Sirius was ook een belangrijke ster bij de oude Egyptenaren. Het zijn mystieke, magische mensen, de Dogon.
Het scheppingsverhaal van de mens is ook voor de Dogon met een adam en Eva. Zij hadden acht kinderen en daar stammen alle Dogon vanaf.
Ze tellen met een vijf dagen week: de eerste dag, de tweede dag enzovoort. Elke dag is er in een ander dorp markt. Natuurlijk is er ondertussen al wel de invloed van buitenaf en zijn onze namen voor de dagen wel bekend.
In één dorp wonen er ongeveer duizend mensen.


Het project van Dara:
Op een dag kwam Dara, onze gids, in zijn dorp aan en iemand van zijn familie zei: ‘Motié, jij bent naar school geweest. Wat ga jij nu met jouw kennis doen voor ons dorp?’ Dit bleef door Dara’s hoofd malen. Er begonnen ideeën te ontstaan. Hij werkt graag met toeristen. Zijn vader had een kampement. Toeristen hebben geld. Hij begon te denken in de richting van toerisme dat bijdraagt tot de ontwikkeling van de lokale bevolking. Hij stapte naar de nodige officiële instantie in Mali. Daar zeiden ze dat het een heel goed idee was, maar dat ze het alleen zouden goedkeuren als het een project voor heel Mali zou zijn, op nationaal vlak dus, en niet alleen voor de Dogon. Lijkt mij enigzins hoog gegrepen voor één man, maar Dara liet zich niet afschrikken en richtte een vereniging op, Ass. A.P.T.M., l’ Association pour la Promotion du Tourisme au Mali. Hij is niet bij de pakken blijven zitten en heeft ondertussen al enkele medewerkers en partners. Hij is bezig met twee projecten, de Dogon en Diema (tussen Kayes en Bamako). Een lening bij de bank is rond om een kampement in Diema op te starten.
Zijn plannen voor de Koundou: Een watertoren met pomp, zodat de vrouwen niet meer dagelijks naar beneden moeten om water te halen. Eens de watertoren er is, een systeem uitbouwen waarbij de mensen een kleinigheid betalen voor het water. Dit geld zou gebruikt worden voor onderhoudskosten en dit ook om te vermijden dat het water te overvloedig getapt zou worden. Het dorp zou dit alles zelf leren beheren. Een school oprichten voor klas 1 en 2, zodat die kleintjes geen 7 km over de rotsen moeten afleggen. Een uitwisselingsproject waarbij westerse jongeren enkele weken in het dorp komen meeleven en werken. De eerste keer zal dit plaatsvinden in februari 2009 in samenwerking met Frankrijk. Voor de vereniging zelf zou hij graag een website willen maken, maar dat kost voorlopig teveel geld (300 tot 500 euro).
Onmiddellijk beginnen er dan scheuten uit mijn hoofd te groeien vol ideeën: Diogenes e.a. contacteren om een bouwkamp te organiseren om een schooltje te bouwen, natuurlijk onder leiding van metselaars ter plaatse. Leraars zonder Grenzen contacteren om te helpen met de school. Vrijwilligers leerkrachten zoeken die de lokale leerkrachten willen helpen. Dara zegt dat dit steeds een grote motivatie is voor kinderen om naar school te komen, want dan is het leuker op school. Misschien is Oikotte geïnteresseerd in een uitwisselingsproject (en bijvoorbeeld mee de school bouwen)? Het is wel een heel grote cultuurschok, misschien te groot voor sommige gasten. Financiële hulp zoeken bij steden die een apart budget hebben voor ontwikkelingshulp (Schilde? Lier?). Zusterdorpen zoeken. Oxfam die ook jaarlijks een som weggeven…

Ik ga hier in elk geval werk van maken als ik terug in België ben! Wie nu al iets wil doen, hier zijn de contactgegevens van Dara:
Blog ImageMotié Dara
Président de l’ Association pour la Promotion au Mali (A.P.T.M.)
Tel: (00223) 79 13 94 34
e-mail: aptm2003@yahoo.fr
BP (postbus): E12 Bamako (Mali)

De Dogon hebben ons hart alvast gestolen!


We rijden terug naar Sevaré en halen onze trouwringen op bij de Toearegfamilie. Adou moest de maat nog wat aanpassen. We krijgen er eten, drinken thee en nemen afscheid. Ze nodigen ons uit om daar te blijven slapen, maar wij preferen van niet, bedanken en zeggen dat we onze reis gaan verder zetten.
Dara helpt ons een auberge te vinden in Sevaré. Het wordt een hele zoektocht. Het Via Via Café wordt overstelpd door verkopers en gidsen, niet dus. Een andere is veel te duur. Dara brengt ons naar de nonnen van Jean Bosco. ‘Die hebben een heel grote tuin! Daar zal je wel mogen kamperen!’ zegt Dara. De nonnen waren heel nors, verschrikkelijk onvriendelijk: ‘Nee, kamperen gaat niet! ‘t Zijn hier kamers!’ Er kon geen glimlachje af en dat vlak voor Kerstmis! Uiteindelijk belanden we bij Auberge Canarie, waar we op een perceel aan de overkant mogen staan. ‘s Nachts is er een gardien en overdag gratis wifi! ‘t Was er wel ok, maar toch niet de meest fantastische plek om Kerstmis te vieren. Na onze blog geupdate te hebben en de was te hebben laten doen, besluiten we naar Burkina Faso te rijden, meer bepaald naar Bobo Dioulasso. Daar zou het goed zijn, volgens verschillende bronnen.

  • Comments(4)//www.tamtamafrikan.be/#post31
« PreviousNext »