tamtamafrikan

tamtamafrikan

Onze Blog

Wilde en andere avonturen op onze rondreis door West-Afrika.

België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauretanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Mali, Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Nigeria, Niger, Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Marokko, Frankrijk, België

Een zee van zand

MauretaniëPosted by veerle Tue, November 11, 2008 21:03:26
Zondag, 9 november 2008

De vorige keer dat we op het internet waren, zijn we wat blijven plakken, met als gevolg dat het te laat was die dag om nog naar Essaouira te vertrekken. We besloten naar Lalla-Takerkoust te rijden om daar te overnachten bij Fransen, een aanrader van onze apotheker. Tegen dat we daar aankwamen, regende het. Je zag niets van het mooie uitzicht op de bergen. De camping was dicht! Het begon donker te worden. We volgen een pijl naar een guesthouse en farm. Een boerderij, daar zullen we wel kunnen kamperen, was ons gedacht. Na wat navragen in het dorp, stapt een jongetje mee in en wijst ons de weg. We arriveren bij Belgen, Walen! Normaal kan je er niet kamperen en een kamer is peperduur. Het is allemaal wel heel verzorgd, een beetje kuuroordachtig, maar zonder kuren. Jnane wil ons wel uit de nood helpen en we mogen kamperen op het domein en het sanitair van het zwembad gebruiken. ‘s Avonds kruipen we bij de haard en vertellen elkaars avonturen. ‘s Morgens kregen we een overheerlijk ontbijt met zelfgemaakte konfituur, geitenkaas enz. Toch teveel voor onze portemonnée, dus wij vertrokken naar Essaouira.
Blog ImageEssaouira is inderdaad heel erg mooi. Van de camping naar het stadje is een heerlijke strandwandeling. De camping ligt naast de vuurtoren. De vissershaven is superpittoresque. De zonsondergang was geweldig. Een aanrader, Essaouira. Je ziet er ook heel veel Marokkaanse toeristen. Spijtig genoeg zijn ze er een soort Blankenberge van aan het maken: een dijk, hotels, appartementen. Het maakt deel uit van het grote plan om de kust aantrekkelijker te maken voor toeristen. Tja, je kan het ze niet kwalijk nemen natuurlijk. En wij doen doen er uiteraard aan mee.
Op onze camping kwamen we Peter, de Engelsman, weer tegen. We hadden hem al ontmoet in Chefchaouen. Hij was verder getrokken met de Zuid-Afrikanen, Jason en Kelly en Jonnie en Zanna. Uiteindelijk zijn ze opgesplitst in twee groepen: hij en de Zuid-Afrikanen samen. Zij vonden namelijk dat de anderen te traag gingen en zij hielden van crossen in de duinen, maar de anderen minder. Eigenlijk is hij een Land Rover freak. Voor de kenners: een ‘one life, live it’ man. Ik denk dat wij beter zouden gepast hebben bij ‘de tragen’ ☺ En wie stond er nog te blinken op de camping? De Zweedse pinkbussen! Er stond ook een bus met twaalf daktenten!
Eén nadeel aan Essaouira: heel strakke wind!!! Prima om te surfen! Bart van Vanessa, iets voor jou?!

Een historische noot voor de liefhebbers:
Orson Wells nam hier zijn film ‘Othello’ op.
Jimi Hendrix en Cat Stevens brachten door hun bezoek veel hippies na hen mee naar hier.
Aan Essaouira liggen de purpereilanden. Zo genoemd naar de purperslak. Bekend in het Romeinse Rijk, want paarse stoffen duidden op een verheven sociale status.
In de middeleeuwen woonden er in Essaouira 17 000 joden en 10 000 moslims. De joden hadden het monopoly op de graanhandel met de christenen. Ze waren ook de tussenpersonen voor de sultan en de vreemde mogendheden. Ze werden ‘handelaren van de koning genoemd’.
Ooit was Essaouira dè haven voor Timbouctou, maar ten tijde van de Franse kolonisatie is Essaouira teloor gegaan, omdat andere havens belangrijker werden (Casablanca, Tanger, Agadir). Met succes zijn ze in Essaouira toen overgeschakeld op visvangst.
In Essaouira leven veel Gnaoua’s, afstammelingen van vroegere negerslaven. Ze werden aan het werk gezet in de suikerfabrieken rond Essaouira.


We krijgen meer en meer drang om naar het zuiden te trekken. Lang blijven we dus niet in Essaouira. Onze volgende stop is in Agadir. Niet om te slapen, maar voor de supermarkt! We overnachten in Tiznit.

In Tiznit nemen we een mooie gele weg, naar Fort Bou Jerif, op aanraden van Peter. Fort Bou Jerif is een oud Frans fort in de middle of nowhere. Een beetje verder een supergrote chique camping, uitgebaat door, jawel Fransen. Om er te geraken moet je 12 km piste doen. Deze keer hadden we er voor gekozen en dan is dat allemaal niet zo erg! Het was trouwens niet zo’n moeilijke piste in vergelijking met wat we al gedaan hadden in de bergen.
Het uitzicht aan Fort Bou Jerif is prachtig, eindeloos. Maar ook hier weer veel te veel wind! In hun folder staat: altijd een briesje, nooit te heet. Ge vliegt bijna van uw sokken! In de Trotter stond dat we aan de uitbaters hier info konden vragen in verband met de oversteek door de Westelijke Sahara naar Mauritanië. We spreken de man aan. ‘Mauretanie? C’est toujours tout-droit au Sud.’ Hmmm, dat was het dan. ‘Oh ja, alcohol moet je echt goed verstoppen. Daar houden ze niet van aan de grens.’
Fort Bou Jerif is wel ok, maar toch niet wat ik zoek. Ik voel me niet zo goed in mijn vel. Ik realiseer me dat ik op zoek ben naar rust, naar een plek waar we een tijdje kunnen blijven. Eigenlijk een paradijsje. Ik weet ook dat dat de komende dagen er niet zal inzitten, want ons visum voor Mauritanië loopt 26 november ten einde en we zouden daar toch ook graag wat tijd doorbrengen.
Het fort zelf is wel super! Vrij te bezoeken, gewoon een ruïne, niemand in de buurt, zalig genieten.

We trekken verder en belanden op Tan Tan plage. Een keitoffe kleine camping naast de zee, uitgebaat door locals en megaproper. Boven de deur van het toilet was netjes geschilderd CW. Ah ja, ze lezen hier van rechts naar links, hé. De weg richting Tan Tan was al het begin van de woestijn, prachtig.
Op de camping worden we uitgenodigd voor thee door Abussi, Mohammed en Ferry (eigenlijk Abdullah, maar als kind speelde hij graag met een boot, vandaar). Drie mannen uit Dakhla die de vis in Tan Tan komen controleren voor de uitvoer naar Spanje. Het zijn drie schatjes, zeker Abussi. Hij is zo vriendelijk!!! Hij vind het fantastisch om Spaans te kunnen spreken met ons. Wel, Gert spreekt, ik luister en versta! De man geniet ervan, wij ook. Hij vertelt dat het onder de Spanjaarden veel beter was, dan nu met de Marokkanen. Dat mogen ze wel niet luidop zeggen of ze vliegen in het gevang. Raar toch hoe de geschiedenis loopt. Wij zouden denken dat ze liever bij Marokko horen, niet dus. Ze zijn er fier op, mensen van de Sahara te zijn! De berbers vinden ze maar niks. Misschien is dat het probleem, rivaliteit? Ze grappen: ‘Och, misschien horen we ooit wel bij België, whatever, wij zijn Saharien!’
We kregen ook uitleg bij de thee door Abussi: ‘Wij drinken altijd drie kopjes: het eerste voor het harde leven, het tweede voor de liefde en het derde voor de dood.’ Ferry moeit zich: ‘Nee, eerste… dan..’ Mohammed moeit zich. Enfin, een hele discussie in het Arabisch, die we niet meer konden volgen. Daarna volgde een nieuwe discussie over hoeveel kopjes ze ons nu al hadden aangeboden. Dan vroegen ze het maar aan ons zelf, einde discussie. Plots kijken ze zeer serieus en geïnteresseerd naar de televisie. Het is een soort schoolTV over de botten van een man en een vrouw vanaf het bekken tot beneden.
En ik? Ik voel me een beetje thuiskomen. De woestijn en zijn mensen. Het heeft iets dat me raakt.

De volgende dag rijden we langs Tarfaya. Vroeger was dit een Frans luchtpoststation tussen Toulouse en Dakar. Antoine de Saint-Exupéry was hier gestationeerd. ‘Courrier Sud’ heeft hij hier geschreven. De inspiratie voor ‘Le Petit Prince’ vond hij ook hier: een piloot gestrand in de oneindige woestijn. Nu staat er een monument van een vliegtuigje ter herdenking op het strand.

Die avond kamperen we bij de Luikenaars Luc en Martine. Zij wonen in de buurt van Daoura, 5 km piste vanaf de grote baan. Een fantastische plek!!! In de woestijn, aan een bron met watervalletje. Vlakbij is een groot zoutmeer. Het zand en het water zijn dan ook doordrongen met zout. Het is er ongelooflijk mooi en rustig. Luc en Martine leven zelf heel eenvoudig, met een paar geiten. Geen reusachtig kasteel, zoals op de vorige buitenlandse campings, maar een klein huisje. Chapeau!
We hoorden weer een raar geluid aan onze auto, maar werden geholpen door een Fransman met Land Rover. Niets ernstigs, misschien vervangen in Dakar ofzo.
Van een Engelsman met mobilhome kregen we een stapel Land Rover magazines. Hij had ook al gereisd met zijn Land Rover, was nu met een mobilhome, maar wou er weer vanaf.
Komt daar ineens lustig aangereden: een Smart! Stapt daar uit die Smart een keigrote met een lange grijze baard! Waar slaapt hij? In zijn Smart!!! ‘t Was een Duitser. Bizarre mensen op de wereld!
Vervolgens vijf Hollandse racewagens. Amsterdam-Dakar staat erop. De rust begint al te verminderen. Belt er één naar huis, luid zodat heel de camping het kan horen (lees met Hollands accent): ‘We zitten hier echt in the middle of nowhere. Er zijn hier alleen wat overlanders. Dan zie je geen huis in de omgeving, stappen daar ineens twee mensen! Waar gaan die naar toe, denk je dan?! Ongelooflijk, jo!’
‘s Avonds laat als we al een tijdje in onze tent liggen, wordt de rust pas echt verstoord. Twee auto’s met luid boenkende muziek parkeren zich naast ons. Deur open, muziek hard, luid babbelen. Wij ergeren ons. Dat doe je toch niet, niet voor je buren en niet op zo’n rustige plek in de natuur. De volgende ochtend schamen we ons dood: het zijn Belgen! Maken dat we weg zijn, hier willen wij niet mee geaccocieerd worden.

De volgende avond slapen we op een camping in Boujdour, op aanraden van een koppel Duitsers. Het is een spiksplinternieuwe camping, heel proper, zelfs ingedeeld in vakjes, precies Europa. Wij vinden dat niet zo geweldig, maar we kunnen ons voorstellen dat Duitsers dat heel goed georganiseerd vinden. De eigenaars zijn heel fier en hebben een modern kantoor met computer, internet, printer en al. Goed is dat ze drinkbaar water hadden om onze bidons mee te vullen, want tot hier toe was het water aan de kust heel zout, niet lekker voor de koffie ‘s morgens! Op de camping werkte een gast die veel met een kruiwagen moest rondrijden. De kruiwagen piepte echter uren in de wind! Kriepkriepkriep, een snerpend geluid. Gert smeerde er wat WD40 op en de man was doodgelukkig!

De cap van Boujdour is bekend om de vele schepen die er stranden. Langs de weg kan je er verschillende zien liggen. Eén zijn we van dichtbij gaan bekijken, wel tof, precies een spookschip.
Blog ImageEen historische noot voor de liefhebbers:
In 1815 strandde een schip voor de kust van Boujdour. De overlevende bemanning werd gevangen genomen door nomaden en gebruikt als slaven. Ze maakten een tocht van 1200 km door de woestijn, overlevend op slangen, urine, bloed en kamelenmelk. In Essaouira verkregen ze hun vrijheid. James Riley, één van de bemanningsleden, schreef er een boek over: ‘Sufferings in Africa’. Abraham Lincoln had naar het schijnt drie boeken die hem het meest hebben getroffen:’ De Bijbel’, ‘Aesops fabels’ en ‘Sufferings in Africa’.


We rijden verder richting Dakhla. Zou daar het paradijs zijn? Veel mensen zeggen van wel. Iedereen gaat uitrusten aan de baai van Dakhla.
Onderweg zien we een zeer raar fenomeen: een Braziliaan op een go-cart! Hij wil in 2010 aankomen in Zuid-Afrika voor de wereldbeker! Ge ziet er zijn mensen die veel zotter zijn dan wij! Ook hij gaat uitrusten in Dakhla.
Er zou een parking zijn aan de baai waar iedereen bij elkaar komt, waar het zalig is en waar je niet moet betalen. Op die parking stonden veel mobilhomes, met mensen die daar hun vakantie kwamen doorbrengen, wat bakken in de zon. Wij besloten één nacht op de camping te verblijven, want we hadden water nodig om onze was uit te spoelen. We hadden immers onze was op het dak in een waterdichte zak gestoken, met water en wasmiddel dus, een Gert wasmachine. Ik moet zeggen, het werkte goed!
Die nacht waaide het zo hard, dat we niet meer in Dakhla wilden blijven en doorreden de volgende dag. Waar is dat paradijs toch?
Blog ImageWe waren gewaarschuwd dat je vanaf Dakhla absoluut niet van de weg mocht gaan, want dat het daar vol mijnen ligt. Alle verschillende overheersers ooit hebben er mijnen gelegd en niemand weet nog waar. Inderdaad stonden er langs de kant waarschuwingsbordjes.
Blog ImageVoor de rest is heel de weg door de Westelijke Sahara eigenlijk poepsimpel. Een supergoede asfaltweg! ‘Toujours tout-droit au Sud’ klopt dus wel. Regelmatig zijn er politiecontroles. Er is de gewoonte dat toeristen zelf een fiche maken met alle gegevens op uit hun paspoort. Dat spaart tijd voor iedereen. Zo moet je alleen de fiche afgeven en niet nog een heel formulier invullen. De politiemannen zijn altijd heel vriendelijk, behalve als je niet snel genoeg vertraagd, zoals Gert eens deed! Hij was echt kwaad die agent. Bezig over geen respect en dit en dat.

Ondertussen wisten we dat er tussen Dakhla en de Mauretaanse grens een pompstation is, la dernier station, waar iedereen overnacht voor de laatste etappe. Naast de weg gaat immers niet, vanwege de mijnen.
Ze zijn daar een megahotel aan het bouwen met 260 kamers. Er is zoveel aan het veranderen, sinds 1992, toen de eerste toeristen de Westelijke Sahara doorkruisten. De douanier in het toenmalige kleine grenspostje verschoot zich een bult die dag. Nu is het allemaal al gewoon en begint men stilletjes aan in te spelen op het toerisme. Niks meer aan.
Het landschap onderweg vind ik geweldig. Veel mensen vinden het saai. Wel, ik niet.
De eigenaar van het hotel, een man op krukken, was heel vriendelijk. We mochten zonder probleem op de parking kamperen. Hij wees het rustigste plekje en stak een buitenlamp voor ons aan. Grappig hoor, naast zo’n pompstation!
We ontmoeten er Anna en Mat, Engelsen. We besluiten ‘s morgens samen de grens over te steken. Tussen de Marokkaanse grens en de Mauretaanse is immers een paar kilometer piste, zonder wegaanduiding en met mijnen. We dineren gezellig samen in het wegrestaurant.
Voor we gaan slapen, verstoppen we onze fles Champagne onder mijn doosjes met tampons. We hopen dat de douaniers daar niet durven te zoeken.

Aan de Marokkaanse grens moeten alle mensen een fiche invullen en paspoort met fiche afgeven. We helpen een paar zwarten, die de fiche niet begrijpen. Na een half uurtje brult er ene uit een kotje de namen van de personen die hun paspoort mogen komen halen. Iedereen staat er opeengepakt om te horen welke naam volgt. Als je niet snel genoeg reageert, wordt de brullende man slecht gezind. We staan in de broeiende zon.
Eens je paspoort gekregen, moet je langs de douane voor het uitschrijven van je auto en controle van de bagage. We moesten gewoon het portier eens open doen. ‘Niets aan te geven?’ ‘Nee’ ‘Echt helemaal niets?’ ‘Nee’ ‘Ok, rijd maar tot bij de gendarme.’ Daar moesten we nog eens aanschuiven (met een nummertje!) en het roze papier laten zien.
Uiteindelijk twee uur later beginnen we aan de piste. Op dit stuk niemandsland zie je massa’s uitgebrande auto’s! Van de mijnen! Wel wat griezelig. Maar we geraken er snel en makkelijk door.
Blog ImageAan het eerste kotje van de Mauretaanse kant vliegen Anna en ik weg. ‘Alleen de chauffeurs!’ Wij moesten dus in de zon wachten. Maar ja, we zijn ook maar vrouwen, hé. Tweede kotje, paspoortcontrole, hier kregen we thee! Derde kotje, een houten barak, douane. De man vult de carnet in en vraagt 10 euro. Wij weten dat dat niet hoeft als je een carnet hebt. Een onvriendelijke gast kijkt onze auto oppervlakkig na. ‘Alcohol bij?’ ‘Nee, natuurlijk niet.’ ‘Hmmm, nu gaan betalen.’ Terug aan de barak houden we vol. Wij hoeven niets te betalen. Zij houden ook vol. ‘Krijgen we dan een reçu?’, vraagt Gert. Plots gaan ze een hogere pief halen. Die zegt: ‘Het boekje met reçubriefjes is net vandaag op.’ ‘Dan wachten we wel tot morgen.’ ‘Allée, ga maar door!’ en hij glimlacht eens.
Nu nog een autoverzekering kopen. In een piepklein barakje met een hoop sjacheraars er rond, want de verzekering betalen moet met Mauretaans geld. Eerst dus geld wisselen aan een slechte koers en dan verzekering betalen. We krijgen wel weer thee.
Ook deze douanepost duurde al bij al twee uur, in de hitte, want ondertussen zijn we echt wel in de hete Sahara aangekomen.

Nog even een kleine conclusie over Marokko:
Marokko is heel westers, supergemakkelijk om te reizen, goede wegen, goedkoper dan Europa, je vindt er alles wat je nodig hebt.
De Marokkanen zijn heel vriendelijke mensen! Altijd overal gemeend welkom. Iedereen wuift. Ook de agenten zijn echt behulpzaam.
In oktober 2008 was het er slecht weer! Marokko is dus geen garantie voor een zonvakantie!


Veilig de Westelijke Sahara doorgestoken dus en aangekomen in Nouadhibou, bij de auberge van Ali waar ge ook kunt kamperen. Ali wordt als heel vriendelijk beschreven in de Lonely Planet. Wij vinden hem nen uitbuiter en niet sympathiek. Al snel ontdekken we dat Mauretanië duur is, duurder dan Marokko! Logement is duur, brood is duur, gidsen, alles. We komen dit te weten door Renée (mama), Michaël (papa), Daryl (zoon), Jodie (dochter) en Philip (vriend). We waren hen al vluchtig tegengekomen in Boujdour. Het gezin reist met een oude mobilhome, Philip met een camionette. Ze wonen in Frankrijk, maar Renée is Nederlandse. Het is reeds de vierde keer dat ze een dergelijke trip maken met de bedoeling van hun auto’s te verkopen in Afrika. Zo’n oude wagens verkoop je voor veel meer geld hier, dan in Europa. Big business, wel triest, vind ik.
We worden uitgenodigd voor de aperitief en zo groeit het idee om samen een gids te betalen om naar het Parc National du Banc d’ Arguin te gaan. Dit is een kuststrook tussen Nouadhibou en Nouakchot waar de trekvogels onderweg van Europa naar Zuid-Afrika rusten. De gids kost 120 euro, per auto 40 euro dus. Eerst nog een stuk de weg volgen en dan ongeveer 40 km door de woestijn. Michaël en Philip vragen onze zandplaten te mogen zien. Goedgekeurd. De volgende ochtend vertrekken we.
Blog ImageDat stuk door de woestijn, supertof! Ik ben in mijn element. Oneindige woestijn! Heel makkelijk om door te rijden trouwens, omdat de gids weet waar de duinen zijn natuurlijk.
Oei, Philip blijft achter. Even gaan kijken. De camionette start niet meer, alle twee de batterijen plat. Geen nood, Michaël haalt zijn startkabels boven, probleem opgelost.

We komen aan bij Cap Tafarit. Het is hier wondermooi! Een helderblauwgroene zee in een baai, rustig, mooi weer, warm met een zacht briesje. Heerlijk. We zien een paar mooie vogels en reuzegrote krabben. Ik heb er in elk geval nog nooit zo’n grote gezien. Zou dit het paradijs zijn? We besluiten hier twee nachten door te brengen. Die twee avonden eten we verse vis. Twee gevangen door onze Franse vrienden! De andere gekregen.
Het is hier zo zalig dat Gert en ik besluiten om nog wat langer te blijven. Na de tweede nacht nemen we dus afscheid van de Fransen. We zullen wel een manier vinden om terug op de weg te geraken. We logeren trouwens aan een soort kampement. Er zijn hier een paar bedoeïenententen opgesteld waar je in kan slapen. Er is ook een toilet en douche die niet marcheren. Dat is niet erg voor ons, de duinen voor een kakje en de zee om ons te wassen zijn goed genoeg! Wassen in de zee is zelfs leuk! ‘s Morgens opstaan en een duik in de zee. Er woont hier een gendarm, daar moeten we 1200 UM (4 euro) per persoon per dag aan betalen als entree voor het park. Hij spreekt ook van betalen voor het kamperen, maar dat zullen we nog wel zien. Betalen voor wat? Wij gebruiken niets en voor de lucht, de zee en het zand betalen we al.

Deze morgen, de Fransen waren net vertrokken, begint het te waaien, te overtrekken… Het regent niet en het is heet, maar de wind is zo hard dat het zand in het rondvliegt. Daarbovenop worden we ineens overvallen door massa’s vliegen. We kruipen dan maar in de tent. Heel de dag heeft dit geduurd, de pret was over. Ik ben teleurgesteld, krijg een dipje, of eerder een grote dip. Ik bedenk dat ik het paradijs al lang gevonden heb, zonder het te beseffen, dat het thuis is. Het enige leuke vandaag was een blitsbezoek van drie Mauretaniërs uit een naburig vissersdorp met vier Italianen. De locals kwamen aangestoven met hun auto, stapten uit en zetten thee. Wij werden direct uitgenodigd. Gezellig kletsen en grappen. Precies een beetje Wadi Rum. En zoef, ze zijn weer weg. ‘Wadi Rum, dat is eigenlijk ook wel het paradijs,’ bedenk ik dan. Nele, als je ze nog hoort ginderachter, zeg het hun dan maar, dat ik het gezegd heb, dat ik nog geen plek zoals Wadi Rum gevonden heb, dat ik ze nooit ofte nooit zal vergeten, dat ik ooit terugkom.
Nu is het avond, de wind is gaan liggen, de vliegen zijn gaan slapen. We zullen zien wat de dag morgen brengt.


Dinsdag, 11 november 2008

Uiteindelijk zijn we gisteren vertrokken. De gendarm is niet meer langs geweest, dus we hebben niets meer betaald. Pech voor hem!
De piste van 45 km naar de asfaltweg door de woestijn hebben we zelf, zonder gids, gereden. Van een piste kan je nauwelijks spreken. Je moet echt wel heel goed kijken waar de tracks lopen. Even dachten we de ‘goudron’ te zien, maar ‘t was niet. Al bij al gevonden en dus geen probleem.
Vervolgens lustig op weg richting Nouakchot. Een warme, maar leuke rit. In onze auto, op weg, vind ik het ook wel een beetje paradijs.
Ik moet pipi doen en Gert rijdt dus van de weg. ‘t Is nie waar, hé, tien meter van de asfalt zitten we vast! Rijden we 45 km in de woestijn, geen probleem, maar effe langs de kant voor pipi en lap, vast. Banden aflaten, graven en hop eruit!
Wat later kruisen we Belgen op de baan. Ze stoppen. Blijken ze op trot te zijn met onze gids Ahmed. Hij had gezegd: ‘Stop, het zijn de Belgen!’ Onze landgenoten waren de orginasitoren van de race Brussel-Benin met de geiten! Waar Chris en Igor aan meegedaan hebben. Nu rijden ze evenwel niet meer door Algerije, maar langs Marokko en Mauretanië. We krijgen nog wat tips om Nigeria te doorkruisen, wisselen e-mails uit en nemen afscheid.
In Nouakchot rijden we Auberge Menata binnen en wie staan daar? Onze Franse vrienden! Weer gezellig samen gegeten gisteravond en dan zijn we nu, vandaag. Seffens gaan we naar het internet om dit alles op de blog te zetten. Daarna een bezoekje aan de vissershaven, zou de moeite zijn.
Het is hier trouwens een heel gezellige bedoening in deze auberge, een backpackersmentaliteit, een klapke doen met iedereen, ervaringen en verhalen uitwisselen, en alles rustig aan… Leuk om op adem te komen!
Blog ImageEén dezer dagen rijden we door naar Senegal, Saint-Louis. Matty, here we come!






  • Comments(5)//www.tamtamafrikan.be/#post22